Naar de inhoud

Investeren in de ontwikkeling van je personeel is een van de beste manieren om jouw mkb-onderneming met in totaal maximaal 250 fte te laten groeien. In een snel veranderende zakelijke omgeving is het cruciaal voor mkb-ondernemingen om te investeren in hun medewerkers. Goed opgeleid personeel is niet alleen een motor voor innovatie, maar ook een garantie voor verhoogde productiviteit en tevredenheid. Helaas weerhouden beperkte budgetten veel ondernemers ervan om te investeren in een organisatie waar blijvend leren en ontwikkelen vanzelfsprekend is. Gelukkig zijn er subsidies die deze mogelijkheden bieden, zoals de SLIM-regeling.

 

Wat is de SLIM-subsidie?

De SLIM-subsidie is een specifiek ontworpen voor mkb-ondernemingen die een sterke leercultuur willen opbouwen of verbeteren. Denk aan het ontwikkelen van opleidingsplannen, het aanbieden van loopbaanadviezen of het opzetten van een interne academy. Deze subsidie vergoedt tot wel 60% van de kosten, met een maximum van €25.000  subsidie per aanvraag. Dit maakt het een ideale kans om bij- of omscholing van medewerkers betaalbaar te maken.

De SLIM-subsidie is opgedeeld in twee onderdelen:

  1. SLIM – individueel: Richt zich op het bevorderen van de ontwikkeling van personeel binnen de eigen mkb-onderneming.
  2. SLIM – samenwerking: Stimuleert samenwerking tussen mkb-ondernemingen, waardoor bedrijven een gezamenlijk project hebben op het gebied van leren en ontwikkelen, zoals het opzetten van een opleidingstraject, en zo kennis en middelen kunnen bundelen voor een sterke leercultuur.

Met de SLIM-subsidie kunnen mkb-ondernemingen niet alleen hun personeel ontwikkelen, maar ook de (technische) inhoudelijke kennis versterken en hierdoor hun concurrentiepositie verstevigen.

 

Waarom is investeren in personeel belangrijk, met name voor mkb-ondernemingen in de techniek en IT?

Voor mkb-ondernemingen in techniek en IT is investeren in personeel van groot belang vanwege de snelle technologische ontwikkelingen en de steeds hogere eisen vanuit de markt. In deze sectoren veroudert kennis snel, en goed opgeleid personeel is essentieel om bij te blijven en innovatie te stimuleren.

Daarnaast helpt het ontwikkelen van een sterke leercultuur om medewerkers betrokken en gemotiveerd te houden. Dit is extra belangrijk in de techniek en IT, waar gekwalificeerd personeel schaars is. Door medewerkers te ondersteunen in hun groei, vergroten bedrijven niet alleen hun vaardigheden, maar ook hun loyaliteit. Dit verlaagt het risico op personeelsverloop en bespaart kosten voor werving en training van nieuwe medewerkers.

Investeren in personeel is daarmee niet alleen een manier om huidige uitdagingen aan te pakken, maar ook om toekomstbestendig te blijven. Het stelt mkb-ondernemingen in staat om flexibel te reageren op veranderingen en om medewerkers klaar te stomen voor de technologieën en marktvraag van morgen.

 

 

Aanvraagproces voor de SLIM-subsidie

Het aanvragen van de SLIM-subsidie kan uitdagend zijn, maar met de juiste voorbereiding is het zeker haalbaar! Zorg voor een duidelijk opleidingsplan dat aansluit bij de behoeften van je personeel en dien je aanvraag op tijd in. Voelt het alsof je ontbreekt aan tijd en expertise? Geen zorgen! Wij staan klaar om te helpen met onze kennis en ervaring.

Wil je weten of jouw bedrijf in aanmerking komt voor de SLIM-subsidie? Laat ons je ondersteunen met een gratis subsidiescan of neem contact met ons op.

Samen versterken we jouw personeel en bedrijf.

 

Drentse gemeenten ontvingen in de periode 2017-2022 de meeste subsidie per inwoner. Ook gemeenten in Overijssel en Gelderland kregen relatief veel subsidie. De provincies Drenthe, Overijssel en Gelderland behoren tot de grootste subsidieverstrekkers, afgezet tegen het aantal  inwoners. Naast de omvang van het provinciale subsidiebudget, wat in de invloedsfeer ligt van de subsidieverstrekkers, verklaart de mate van stedelijkheid een deel van de verschillen tussen gemeenten. Dit is een factor aan de ontvangerszijde. Stedelijke gemeenten kregen twee keer zo veel subsidie per inwoner als niet stedelijke gemeenten. Dit blijkt uit een gezamenlijke analyse van subsidiebureau Ignite Group en onderzoeksbureau Ipsos I&O op basis van openbare subsidiebronnen.

Nederlandse gemeenten ontvingen in totaal ruim 3,3 miljard euro subsidie tussen 2017 en 2022.[1] Het gaat hierbij om subsidies die zijn aangevraagd door gemeenten. Subsidies die door bedrijven en instellingen binnen de gemeente zijn aangevraagd, vallen hier dus buiten. Bij de subsidies zijn bijdragen uit het Gemeentefonds en specifieke uitkeringen (SPUK’s) niet meegerekend.

[1] Ten opzichte van onze publicatie in juni 2024 is er 400 miljoen euro bijgekomen door mutaties die met terugwerkende kracht zijn doorgevoerd in de registratie van subsidieverstrekkers.

Drentse gemeenten koploper
De Drentse gemeenten ontvingen per inwoner de meeste subsidie in deze periode: 290 euro per inwoner (tabel 1). Ook gemeenten in Overijssel en Gelderland ontvingen naar verhouding relatief veel subsidie (respectievelijk 252 en 250 euro per inwoner). De positie van deze gemeenten is te danken aan het feit dat de provincies Drenthe, Overijssel en Gelderland de meeste subsidie per inwoner verstrekten (tabel 2). Van de Drentse gemeenten springen met name Emmen (446 euro per inwoner), Hoogeveen (415 euro) en Borger-Odoorn (396 euro) eruit. Zo heeft Emmen grote subsidies verworven van de provincie Drenthe voor de ontwikkeling van Greenwise Campus (6 miljoen), het Regiostedenfonds (4,5 miljoen) en voor het regionaal instrumentarium van de Regiodeal Zuid- en Oost-Drenthe (4,3 miljoen).

Een belangrijke disclaimer bij deze cijfers is dat we (nog) niet over een volledige opgave van de verstrekte subsidies door de provincies Flevoland en Groningen beschikken. Het subsidiebedrag per inwoner zal in deze provincies in werkelijkheid dus hoger liggen.

Tabel 1 – Waar gaan subsidies naartoe?
Subsidies verstrekt aan gemeenten 2017-2022, per provincie

Tabel 2 – Waar komen subsidies vandaan?

Subsidies verstrekt door provincies 2017-2022

* Nog geen volledige opgave van verstrekte subsidies.

Stedelijke gemeenten ontvangen twee keer zo veel subsidie als landelijke gemeenten
Landelijk gezien ontvangen sterk stedelijke gemeenten met 224 euro per inwoner de meeste subsidie, op de voet gevolgd door zeer sterk stedelijke gemeenten (206 euro). De balans is voor niet stedelijke gemeenten het minst gunstig: naar rato verwerven zij de minste subsidie. Per inwoner ontvangen deze gemeenten de helft van de subsidie van stedelijke gemeenten (tabel 3).

Jan Baake, senior consultant bij Ignite Group licht toe: “We zien dat stedelijke gemeenten relatief meer subsidie verwerven dan kleinere, landelijke gemeenten. Een mogelijke verklaring is dat grotere gemeenten over meer capaciteit beschikken om subsidies binnen te halen. Bovendien is er voor sommige subsidies een bepaalde schaalgrootte nodig die alleen in de grotere steden haalbaar is.”

Laurens Klein Kranenburg, senior onderzoeker bij Ipsos I&O, vult aan: “Steden hebben doorgaans meer uitdagingen op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en veiligheid dan dorpen. Hier staat meer geld in de vorm van subsidies tegenover.”

Tabel 3 – Subsidies verstrekt aan gemeenten 2017-2022, naar stedelijkheid

Het patroon dat stedelijke gemeenten meer subsidie verwerven, wordt bevestigd als naar een vergelijkbare maatstaf – het inwonertal – wordt gekeken. Er ligt een duidelijke breuk bij 100.000 inwoners. Vanaf dat punt loopt het subsidiebedrag per inwoner sterk op. De vier grootste gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) ontvangen dan weer iets minder subsidie per inwoner dan de grote steden met 150.000 tot 250.000 inwoners (tabel 4).

Tabel 4 – Subsidies verstrekt aan gemeenten 2017-2022, naar grootteklasse

Veel variatie in subsidiebedragen voor gemeenten tot 200.000 inwoners
Zoals in figuur 1a te zien, is er zeker geen recht evenredig verband tussen het aantal inwoners en het subsidiebedrag per inwoner. Er is veel spreiding te zien in de subsidiebedragen die gemeenten van een vergelijkbare omvang ontvangen, met een aantal duidelijke uitschieters naar boven en beneden.

Figuur 1a – Subsidiebedrag per inwoner verstrekt aan gemeenten 2017-2022, naar inwonertal
(gemeenten tot 200.000 inwoners)

Eindhoven en Tilburg doen het beter dan Groningen en Almere
Opvallend is dat de Brabantse steden Eindhoven (439 euro per inwoner) en Tilburg (316 euro) relatief veel subsidie verwerven, meer dan Groningen (165 euro) en Almere (121 euro), die ongeveer evenveel inwoners tellen. Het feit dat er veel subsidie naar de Brabantse steden gaat, komt voor een belangrijk deel doordat de provincie Noord-Brabant tot de grootste subsidieverstrekkers behoort (zie tabel 2).

Waar worden subsidies aan besteed?
De grootste subsidies die Eindhoven ontving, zijn bedoeld voor de verbetering van de wegenstructuur van het Brainport Park (25,5 miljoen), een zonnepanelenproject in Zuidoost-Brabant (15 miljoen) en een biomassaproject (11,6 miljoen).

Als we specifieker inzoomen op de vier grote steden (de G4-gemeenten), zien we dat Utrecht (294 euro per inwoner) de meeste subsidie binnenhaalt. Amsterdam en Rotterdam ontlopen elkaar niet veel, met respectievelijk 225 en 214 euro per inwoner. Den Haag blijft hier met 122 euro duidelijk bij achter (figuur 1b).

Figuur 1b – Subsidies verstrekt aan gemeenten 2017-2022, naar inwonertal (bedrag per inwoner)
(gemeenten met 200.000+ inwoners)

Verantwoording
Deze analyse is uitgevoerd op basis van gegevens over subsidieverleningen uit openbare bronnen. Het gaat om subsidies die zijn verstrekt aan gemeenten door provincies, ministeries en Europese instellingen in de periode 2017 tot en met 2022. Bijdragen uit het Gemeentefonds en specifieke uitkeringen (SPUK’s) zijn buiten beschouwing gelaten. Voor het Gemeentefonds geldt een landelijke verdeelsleutel op basis waarvan gemeenten een uitkering ontvangen.

Voor de gemeente-indeling is uitgegaan van de indeling van het CBS per 1 januari 2023, toen Nederland 342 gemeenten telde. Voor de data geldt dat we ons hebben gebaseerd op openbare bronnen. We hebben geprobeerd om zo volledig mogelijk te zijn, maar we zijn afhankelijk van de informatie die door de subsidieverstrekkers is gepubliceerd.

Over Ignite Group
Ignite Group is een groot en groeiend onafhankelijk adviesbureau met meer dan 300 gedreven specialisten. Wij ondersteunen ondernemers, overheid en onderwijsinstellingen bij het waarmaken van hun ambities. Met een totaalpakket aan diensten en producten zorgen wij ervoor dat onze klanten alle subsidiekansen optimaal benutten. Dit doen wij op basis van meer dan 25 jaar ervaring in de sector. Wij beschikken over de grootste subsidiedatabase in Europa, en verzorgen subsidietrajecten voor tal van grote en kleine bedrijven.

Over Ipsos I&O Publiek
Ipsos I&O Publiek is hét onderzoeksbureau voor maatschappelijke vraagstukken. Wij voorzien overheden en publieke organisaties van betrouwbare onderzoeksuitkomsten die inzicht en handelingsperspectief bieden. Samen met onze opdrachtgevers zetten we ons in voor een welvarend, veilig, gezond, democratisch, mobiel en duurzaam Nederland.

Meer informatie
Neem voor meer informatie contact op met Jan Baake (senior consultant Ignite Group), Ron Coenen (commercieel directeur Ignite Group) of Laurens Klein Kranenburg (senior onderzoeker Ipsos I&O Publiek).

Actief in Groningen-Emmen, West Noord-Brabant of Zuid-Limburg? Dan zijn er nieuwe kansen voor jou om financiële ondersteuning te krijgen via de gewijzigde Subsidieregeling JTF 2021-2027. Deze regeling is specifiek gericht op het bevorderen van lokale infrastructuur en innovatie in het midden- en kleinbedrijf (mkb). 

Voor de regio Groningen-Emmen is de aanvraagperiode voor de subsidie die steun biedt aan lokale collectieve infrastructuur en utiliteiten, verlengd. Je kunt nu aanvragen indienen tot en met 31 januari 2025. Daarnaast is er een nieuwe mogelijkheid toegevoegd die subsidie verstrekt voor het bevorderen van onderzoek en ontwikkeling in het mkb. Hier kunnen bestuursorganen subsidie aanvragen tot maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met een plafond van € 6 miljoen per project. De aanvraagperiode voor deze titel loopt van 6 januari 2025 tot en met 31 maart 2025. 

In West Noord-Brabant is er ook goed nieuws. Daar kunnen aanvragen worden ingediend van 16 december 2024 tot en met 28 mei 2025. Er is minimaal € 6,8 miljoen beschikbaar voor deze openstelling 

Ook in Zuid-Limburg is er een nieuwe openstelling met dezelfde aanvraagperiode van 16 december 2024 tot en met 28 mei 2025. Voor deze openstelling is er minimaal € 8 miljoen beschikbaar.  

Gericht op internationale samenwerking met een innovatief project? Dan is de aankomende achtste call van het Eurostars-programma iets voor jou! Deze call opent op 10 januari 2025 en loopt tot en met 13 maart 2025. 

Het Eurostars-programma is speciaal ontworpen om innovatieve mkb-bedrijven en onderzoeksorganisaties te ondersteunen bij hun internationale O&O-projecten. Dit programma biedt de mogelijkheid om samen te werken met partners uit andere Europese landen, wat niet alleen je netwerk vergroot, maar ook de impact van je project kan versterken. De subsidie kan helpen om de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken, waardoor je jouw innovatieve ideeën sneller kunt realiseren. 

De exacte hoogte van de subsidie kan variëren, afhankelijk van het project en de partnerschappen die je aangaat. Het is belangrijk om goed voorbereid te zijn en een solide projectvoorstel in te dienen om in aanmerking te komen voor deze financiering. De aanvragen worden beoordeeld op basis van hun innovatiepotentieel en de impact op de Europese markt.

Het Innovation Fund van de Europese Unie heeft op 3 december 2024 de oproepen voor 2024 geopend, waarmee je financiële steun kunt aanvragen voor baanbrekende projecten. Dit fonds is specifiek bedoeld voor de ontwikkeling van innovatieve technologieën die bijdragen aan de vermindering van broeikasgasemissies. 

Voor de ‘Innovation Fund 2024 Auction – RFNBO Hydrogen’ is er maar liefst € 1,2 miljard beschikbaar voor de installatie van nieuwe RFNBO-waterstofcapaciteit. Alleen projecten met een minimaal geïnstalleerd vermogen van de elektrolyser van 5 MWe komen in aanmerking. Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 20 februari 2025. Dit is een kans voor bedrijven die zich bezighouden met de productie van waterstof uit hernieuwbare bronnen. 

Daarnaast is er via de oproep ‘Innovation Fund 2024 Net Zero Technologies’ maar liefst € 2,4 miljard te verdelen voor doorbraaktechnologieën in hernieuwbare energie, energie-intensieve industrieën, energieopslag en koolstofopvang. Deze oproep bestaat uit vijf deeloproepen, en aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 24 april 2025.  

 

Tot slot is er ook € 1 miljard beschikbaar voor projecten gericht op de productie van batterijcellen voor elektrische voertuigen, eveneens met een deadline van 24 april 2025. De ondersteuning vanuit het Innovation Fund kan oplopen tot maximaal 60% van de projectkosten, wat een aanzienlijke financiële stimulans kan bieden voor jouw innovatieve ideeën. 

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Milieulijst 2025 gepubliceerd, waarop bedrijfsmiddelen staan die in aanmerking komen voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA regeling) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). Als jij als ondernemer investeert in niet-gangbare bedrijfsmiddelen die bijdragen aan de bescherming van het milieu, kun je profiteren van deze fiscale stimulansen. 

 

De MIA regeling biedt in 2025 een budget van € 189 miljoen, terwijl de VAMIL een budget van € 20 miljoen beschikbaar heeft. De subsidiepercentages zijn aangepast, met een maximum van € 25 miljoen per belastingplichtige per jaar en per bedrijfsmiddel. Dit betekent dat je als ondernemer nu nog beter in de gaten moet houden welke investeringen je doet. De nieuwe Milieulijst 2025 is ingedeeld in vijf hoofdstukken en bevat zowel nieuwe als gewijzigde bedrijfsmiddelen. Dit biedt kansen voor ondernemers die willen investeren in innovatieve en duurzame oplossingen. 

 

In de Milieulijst 2025 zijn enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd. Ten eerste zijn de hoofdstukken ‘Ruimtegebruik’ en ‘Gebouwde omgeving’ samengevoegd tot het nieuwe hoofdstuk ‘Gebouwde omgeving en klimaatadaptatie’. Dit heeft geleid tot gewijzigde codes voor verschillende bedrijfsmiddelen. Daarnaast zijn er 32 bedrijfsmiddelen van de lijst afgehaald en 14 nieuwe bedrijfsmiddelen toegevoegd, zoals een elektrisch aangedreven bakfiets en een biogasaggregaat voor lokale stroomvoorziening. Ook zijn er wijzigingen in de subsidiepercentages: voor duurzame gebouwen is het MIA-percentage verlaagd van 45% naar 36%, en circulaire woningen hebben nu een forfaitair bedrag van € 700 per vierkante meter bruto vloeroppervlak. 

 

De aanvragen voor MIA en VAMIL kunnen vanaf 1 januari 2025 worden ingediend. Met de integratie van de bezwaar- en beroepsprocedures in het aanvraagproces van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), krijg je eerder duidelijkheid over de toekenning van je aanvraag. Dit vermindert de onzekerheid en maakt het proces overzichtelijker. 

 

Dus, ben je van plan om te investeren in duurzame technologieën of bedrijfsmiddelen? Zorg ervoor dat je op de hoogte bent van de mogelijkheden die de Milieulijst 2025 biedt.

Ben jij een ondernemer in het midden- en kleinbedrijf (mkb) met een vestiging in Drenthe of Fryslân? Dan heb je nu dee kans om financiële ondersteuning te krijgen voor jouw innovatieve projecten! De subsidieregeling versneller innovatieve ambities Drenthe en Fryslân 2025-2026 is onlangs gepubliceerd en biedt subsidie voor onderzoek en ontwikkeling. Deze regeling stimuleert mkb’ers om nieuwe producten, diensten of procedés te ontwikkelen of bestaande oplossingen aanzienlijk te vernieuwen.
 

De subsidie bedraagt maximaal 35% van de subsidiabele kosten voor individuele projecten en tot 45% voor samenwerkingsprojecten. Voor individuele projecten kun je tot € 25.000 aanvragen voor loonkosten en eigen uren, met een totaalmaximum van € 50.000 per project. Voor samenwerkingsprojecten zijn deze bedragen zelfs € 50.000 en € 100.000.
 

De aanvragen voor deze regeling kunnen ingediend worden tijdens de openstellingsperiode van 4 februari 2025 tot en met 14 maart 2025. Wees er snel bij, want het beschikbare budget van € 5 miljoen wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de aanvragen. Dit betekent dat een tijdige aanvraag jouw kansen op subsidie vergroot!
 

Wil je meer weten over de regeling en de voorwaarden? Meld je dan aan voor het webinar op 16 januari 2025 van 16.00 tot 17.15 uur, georganiseerd door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN). Tijdens dit webinar krijg je de kans om vragen te stellen en meer inzicht te krijgen in hoe je jouw aanvraag succesvol kunt indienen.  

De vierde tranche van de regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden heeft zijn resultaten opgeleverd. Van 21 mei 2024 tot en met 1 juli 2024 konden gemeenten aanvragen indienen voor een totaal budget van € 22 miljoen. Dertien gemeenten zijn geselecteerd om een bijdrage te ontvangen, met een gemiddeld bedrag van ruim € 1,6 miljoen per gemeente.

Gemeenten zoals Almelo, Leiden, en Maastricht kunnen met deze financiële impuls hun winkelgebieden aanpakken door bijvoorbeeld winkels om te vormen naar woningen, en zo de winkelleegstand te verminderen. Dit draagt niet alleen bij aan de revitalisering van de winkelgebieden, maar ook aan de verbetering van de openbare ruimte. In veel projecten worden maatschappelijke voorzieningen gerealiseerd, zoals fietsenstallingen, en wordt de kwaliteit van de leefomgeving verhoogd door vergroening en betere inrichting.

Gemeenten die geïnteresseerd zijn in het verbeteren van hun winkelgebieden moeten zich realiseren dat de vierde tranche nu is afgerond, maar dat er in totaal € 88 miljoen subsidie is toegekend over vier ronden. Dit heeft geleid tot minstens € 500 miljoen aan lokale investeringen en de realisatie van 282.000 m² woonoppervlak, waarvan 85.000 m² sociale huur. Dit laat zien dat de impulsaanpak een belangrijke bijdrage levert aan zowel de sociaaleconomische versterking van binnensteden als de woningbouwopgave. 

Hoewel de vierde tranche voorlopig de laatste is, is er een sterke vraag vanuit gemeenten en maatschappelijke organisaties om de regeling te verlengen. De minister van Economische Zaken, Beljaarts, heeft aangegeven dat er momenteel nog geen budget beschikbaar is voor een verlenging, maar de belangstelling voor de regeling toont aan dat er veel behoefte is aan een gezamenlijke, gebiedsgerichte aanpak.  

Er is recentelijk een verhoging van het uitkeringsplafond voor het Volkshuisvestingsfonds aangekondigd, waardoor gemeenten die een aanvraag hebben ingediend meer kans maken op een uitkering. Het plafond is verhoogd met € 35,9 miljoen, waardoor meer gemeenten in aanmerking komen voor een bijdrage. Elke gemeente kon tot € 11,4 miljoen aanvragen, een bedrag dat is gefixeerd om te voorkomen dat gemeenten benadeeld worden door de verhoging van het plafond. 

De bijdragen uit het VHF zijn bedoeld voor het renoveren, verduurzamen en herstructureren van woningen in de meest kwetsbare gebieden van Nederland. Met het extra budget kunnen achttien gemeenten nu in totaal twintig projecten realiseren, wat resulteert in de renovatie van ongeveer 6700 woningen. Deze projecten zijn cruciaal voor het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in deze wijken. 

Daarnaast is de derde tranche van de regeling specifieke uitkering flexibele inzet ondersteuning woningbouw officieel gepubliceerd. Deze regeling heeft als doel de snelheid in de voorfase van woningbouwprojecten te bevorderen, zodat er sneller woningen aan de voorraad kunnen worden toegevoegd. Provincies kunnen specifieke uitkeringen aanvragen om capaciteitsondersteuning te bieden aan gemeenten en regionale partnerschappen, zodat vergunningverlening en projectvoorbereiding efficiënter verlopen. 

De specifieke uitkering bedraagt per provincie verschillende bedragen, variërend van ongeveer € 895.757 tot € 8.733.700, afhankelijk van de provincie. Dit biedt een belangrijke ondersteuning voor gemeenten en regionale partners die zich inzetten voor woningbouwprojecten en de transformatie van vakantieparken naar woningen. 

Gemeenten die geïnteresseerd zijn in deze subsidies kunnen zich voorbereiden op de aanvraagprocedures om zo bij te dragen aan de verduurzaming en verbetering van hun woonomgeving. 

De recente geopende internetconsultatie over de voorgestelde wijziging van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) biedt gemeenten en eigenaren van maatschappelijk vastgoed de mogelijkheid hun input te geven. Deze regeling biedt een financiële tegemoetkoming voor eigenaren die verduurzamingsmaatregelen willen uitvoeren aan gebouwen met een maatschappelijke functie, zoals scholen, buurthuizen, zorginstellingen en gemeentelijk vastgoed.

Een interessante wijziging in de regeling is dat amateursportorganisaties nu ook gebruik kunnen maken van de DUMAVA. Ze hebben echter een overgangsjaar waarin ze kunnen kiezen of ze voor hun verduurzamingsmaatregelen subsidie aanvragen via de Subsidieregeling BOSA of de DUMAVA. Het is belangrijk op te merken dat deze subsidies niet gecombineerd kunnen worden.
Minister Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft aangegeven dat de wijzigingen voor 2025 beperkt zijn, om zo rust te creëren bij eigenaren van maatschappelijk vastgoed. Reageren op de voorgestelde wijzigingsregeling is mogelijk tot 15 januari 2025. 

Gemeenten, provincies en organisaties die maatschappelijk vastgoed beheren, kunnen subsidie aanvragen voor maximaal drie verduurzamingsmaatregelen of voor een integraal verduurzamingsproject. De regeling is van groot belang voor het verbeteren van de energieprestatie van deze gebouwen. De nieuwe aanvraagronde loopt van 2 juni 2025 tot en met 31 oktober 2025, met een totaal subsidieplafond van € 345.164.000. Hiervan is € 81.118.000 beschikbaar voor aanvragen voor maximaal drie verduurzamingsmaatregelen en € 264.046.000 voor integrale verduurzaming.