Nederland heeft de ambitie om een volledig circulaire economie te hebben in 2050. In deze visie worden producten en grondstoffen zoveel mogelijk hergebruikt en ontstaat er vrijwel geen afval. Hoewel de eerdere halveringsdoelstellingen voor 2030 richtinggevend en motiverend gewerkt hebben, zijn nieuwe doelen geformuleerd voor 2035. Desalniettemin blijft de urgentie hoog. Een circulaire economie dient niet alleen het klimaat. Ze is ook essentieel voor de strategische autonomie van Nederland en Europa. Door minder afhankelijk te worden van andere geopolitieke machtsblokken voor onze grondstoffen, versterken we onze eigen positie.
Toch wringt hier de schoen. In de huidige discussie over duurzaamheid wordt een cruciaal element vaak over het hoofd gezien: de onlosmakelijke verbinding tussen de materiaaltransitie, de energietransitie en de industriële realiteit. Dr. ir. Roderigh Rohling stelt dat de circulaire economie niet als een separate zaak kan worden gezien. Het is het resultaat van de energie- en materiaaltransitie tezamen; een synergie tussen langetermijn klimaatbeleid en broodnodig industriebeleid. Zonder een sterke industriële basis en betaalbare energie is een circulaire transitie bijzonder moeilijk te realiseren.
De symbiose tussen energie en materiaal
Een circulair proces is inherent niet duurzaam als het uitsluitend draait op fossiele brandstoffen. Daarom is het verduurzamen van productieprocessen een essentieel onderdeel van de circulaire ambitie. Hier ontstaat echter een interessante discrepantie tussen overheidsdoelstellingen en de praktische realiteit.
Bedrijven die willen verduurzamen, lopen momenteel tegen harde grenzen aan. De roep om elektrificatie en het gebruik van waterstof klinkt luid, maar het stroomnet is niet klaar voor deze massale overstap. Bovendien is de businesscase voor waterstof momenteel nog uiterst moeizaam rond te rekenen. Het gevolg is een pijnlijke paradox: bedrijven die willen verduurzamen, kunnen dat niet, terwijl ze tegelijkertijd worden geconfronteerd met torenhoge prijzen voor de fossiele brandstoffen waar ze noodgedwongen nog aan vastzitten.
De vergeten rol van de chemie
In de publieke opinie wordt de chemische industrie vaak weggezet als ‘vies’. Dit is een misvatting die de circulaire transitie in de weg staat. Chemie is overal en voor alles nodig. Sterker nog, de (chemische) maakindustrie is de enige sector die materialen en moleculaire bouwstenen op fundamenteel niveau kan ontwikkelen en aanpassen. Dit maakt de chemie niet alleen een onderdeel van het probleem, maar juist hét instrument voor de oplossing.
Zonder een gezonde, chemische sector in Nederland en Europa verdwijnt de capaciteit om materialen hoogwaardig te recyclen en nieuwe, circulaire ketens te sluiten. Als de maakindustrie uit Europa vertrekt door hoge energiekosten en strikte regelgeving, maken we onszelf opnieuw afhankelijk van machtsblokken waar deze industrie wel floreert, vaak met een grotere ecologische voetafdruk.
Realiteit versus klimaatambitie
De Europese industrie staat onder enorme druk van buitenaf, met name door goedkope concurrentie uit andere delen van de wereld. Terwijl de kosten voor het vervaardigen van bijvoorbeeld recycle-grade plastics in Europa hoog zijn, komen veel goedkope virgin-grade plastics uit andere werelddelen naar Europa toe. Het resultaat? Talloze Europese recyclers zijn de afgelopen jaren failliet gegaan. Voor de circulaire ambities van de EU is dit funest; we verliezen de capaciteit die we juist zo hard nodig hebben om onze eigen afvalstromen te verwerken.
Een concreet voorbeeld van de complexiteit is de naderende Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR). Vanaf augustus 2026 gelden er strikte regels voor het ontwerp en de herbruikbaarheid van verpakkingen. Producenten van verpakkingsmaterialen moeten in aanloop naar 2040 een toenemende mate van recycle-grade plastics gebruiken. Echter, sommige verpakkingen zoals voedselverpakkingen moeten voldoen aan strenge hygiëne- en zuiverheidseisen. Gerecyclede plastics voldoen hier momenteel niet aan, wat leidt tot een conflict tussen duurzaamheidsdoelen en voedselveiligheid. Als gevolg daarvan worden bijvoorbeeld verpakkingen voor kindervoeding vooralsnog van deze eis uitgezonderd. Daarmee illustreert dit voorbeeld hoe een duurzame ambitie als gevolg van regulatoire eisen en praktische uitvoerbaarheid tegen beperkingen aanloopt.
De kloof tussen innovatie en opschaling
Hoewel er in Europa en Nederland volop innovatie plaatsvindt, stokt de transitie vaak in de fase tussen start-up en volwaardige industriële toepassing. Er is sprake van een aanzienlijk financieringsgat. Waar voor fundamenteel onderzoek en vroege lab-fases vaak nog wel middelen zijn, is het ophalen van kapitaal voor pilotfabrieken en demonstratie-installaties moeilijk.
Bovendien is er een mismatch in de samenwerking. Opkomende bedrijven in de biobased economie, zoals het Nederlandse Avantium, hebben prachtige technologieën, maar kampen met de enorme kapitaalbehoefte die nodig is voor opschaling en de navolgende, grootschalige uitrol. Hier kunnen de grote, kapitaalkrachtige corporates een belangrijke rol spelen; exact die bedrijven die in de populaire publieke opinie als vervuilend gezien worden en die men het liefst ziet verdwijnen. En hoewel scale-ups en corporates elkaar wel vinden, heerst daarbij ook een spanningsveld: start-ups zoeken investeerders doch behouden graag autonomie, terwijl grote corporates de verduurzaming wel willen steunen, maar voorzichtig blijven vanwege onzekere wetgeving en grillige marktomstandigheden.
Wist je dat? Voor veel van deze transitieprojecten bestaan al Europese en nationale subsidieregelingen, van Horizon Europe tot nationale innovatieregelingen. Professioneel subsidieadvies kan het verschil maken.
Een pleidooi voor integraal industriebeleid
De huidige focus ligt sterk op klimaatbeleid, waarbij het industriebeleid soms lijkt te worden vergeten. Er is een mentaliteitsverandering nodig. We moeten stoppen met het ad hoc reageren op crises en overstappen op een meerjarig plan dat de onderlinge afhankelijkheid van energie, materialen en geopolitiek erkent.
Het laaghangende fruit, zoals zonnepanelen op daken en windturbines, is inmiddels wel geplukt. De echte grote verduurzamingsopgaven voor de zware industrie komen nu pas, en daar loopt het systeem momenteel vast. Prijsopdrijvende belastingmaatregelen alleen zijn niet voldoende; er is strategische ondersteuning nodig om het vestigingsklimaat voor de maakindustrie te behouden.
Het is essentieel dat we de industrie niet zien als een sector die moet worden ‘weggereguleerd’, maar als de motor van de circulaire transitie. Als we de productiecapaciteit verliezen, verliezen we ook de regie over onze eigen duurzame toekomst.
De weg vooruit
Om de cirkel echt te sluiten, is een gerichte aanpak nodig:
- Integreer beleidsdomeinen: Klimaat-, industrie- en veiligheidsbeleid moeten in samenhang worden bezien om tegenstrijdige regels te voorkomen.
- Investeer in infrastructuur: De energietransitie moet gelijke tred houden met de industriële ambities.
- Stimuleer samenwerking: De kloof tussen innovatieve start-ups en kapitaalkrachtige corporates moet worden overbrugd door middel van strategische partnerschappen die kunnen bouwen op langetermijn industriebeleid.
- Bewaak strategische autonomie: Bescherm de Europese markt tegen oneerlijke concurrentie van niet-duurzame producten van buiten de EU.
- De circulaire economie is geen utopie die we bereiken door enkel minder te consumeren; het is een technologische en industriële krachttoer die vraagt om realisme, kapitaal en bovenal een sterke chemische sector.
Neem contact met ons op om de subsidies te vinden die jouw circulaire transitieproject financieren.