Naar de inhoud

Het Besluit financiële verhouding 2001 is gewijzigd vanwege aanpassingen in de maatstaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Met ingang van 1 januari 2023 is een nieuw verdeelmodel ingevoerd dat het complexe systeem van de afgelopen twintig jaar moet actualiseren en vereenvoudigen.

Het verdeelmodel voor zowel het sociaal domein als het klassiek domein was door de stapeling van afzonderlijke verdeelkeuzes in de afgelopen twee decennia erg ingewikkeld en ondoorzichtig geworden. Om de verdeling van het gemeentefonds eenvoudiger te maken, is het aantal maatstaven drastisch teruggebracht van 89 naar 54. Deze vereenvoudiging moet bijdragen aan meer transparantie en begrijpelijkheid van het verdeelsysteem.

Daarnaast is artikel 4 van het Besluit financiële verhouding 2001 aangepast om meer flexibiliteit te creëren. Voortaan kan vaker gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om bij ministeriële regeling regels te stellen over de uitwerking van begrippen in de maatstaven en de telling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf. Dit betekent dat begrippen niet meer in de maatstaf zelf worden gedefinieerd, maar in de ministeriële regeling (Regeling uitwerking verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds).

Deze wijzigingen maken de maatstaven flexibeler en zorgen voor een transparanter systeem. Voor gemeenten betekent dit een duidelijker inzicht in hoe de algemene uitkering wordt verdeeld, wat kan bijdragen aan betere financiële planning en begroting. Het nieuwe verdeelmodel is sinds het uitkeringsjaar 2023 van kracht.

De regeling Versnelde Klimaatinvesteringen in de Industrie (VEKI) is opnieuw opengesteld van 16 september 2025 tot 2 februari 2026 met een beschikbaar budget van € 148 miljoen. De regeling ondersteunt investeringen in materiële en immateriële activa door industriële ondernemingen die bijdragen aan kosteneffectieve CO2-reductie in Nederland. Naast de heropening zijn er belangrijke aanpassingen doorgevoerd om de regeling beter aan te laten sluiten bij de praktijk.

De uitvoeringstermijn na subsidiebeschikking is verlengd van drie naar vier jaar vanwege langere uitvoeringsperioden door problemen met netverzwaring. Deze verlenging biedt bedrijven meer ruimte om hun klimaatprojecten succesvol te realiseren ondanks infrastructurele uitdagingen.

Een belangrijke uitbreiding betreft de toevoeging van projecten gericht op het afvangen en verwerken van CO2-equivalenten. Hierdoor komen projecten die de uitstoot van broeikasgassen naar de atmosfeer voorkomen in aanmerking voor subsidie. Met name afvalwaterzuiveringsprojecten die methaanemissie voorkomen door projectinvesteringen profiteren van deze wijziging.

Projecten die zich richten op de afvang, opslag en hergebruik van koolstofdioxide (CCS en CCU) blijven uitgesloten van de VEKI, aangezien deze via de SDE++ kunnen worden ondersteund. De aangepaste regeling biedt industriële ondernemingen meer mogelijkheden en flexibiliteit om bij te dragen aan de Nederlandse klimaatdoelstellingen.

Een internetconsultatie is gestart voor de Regeling specifieke uitkering isolatieopgave Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Deze nieuwe regeling stelt € 8,5 miljoen beschikbaar om gemeenten regionaal te ondersteunen bij de isolatieopgave, met name het deel dat samenhangt met de lokale aanpak isolatie waarvoor gemeenten via de SPUK-NIP middelen hebben ontvangen.

De regeling richt zich op het bieden van praktische ondersteuning aan gemeenten die tegen knelpunten aanlopen en waarbij de uitvoering van de isolatieopgave nog niet goed loopt. Door binnen de bestaande regiostructuur ondersteuning te organiseren die aansluit op wat gemeenten nodig hebben, kan versnelling in de uitvoering worden gerealiseerd. Een budgethouder – dit kan een gemeente, provincie of omgevingsdienst zijn die namens de regio optreedt – kan een aanvraag indienen.

De specifieke uitkering dekt het aanstellen of aannemen van een regiocoördinator en één of meer aanvullende activiteiten. Deze omvatten het organiseren of inhuren van expertise voor de isolatieopgave, het organiseren van regionaal afstemmingsoverleg of het voortzetten van bestaande overleggen, en het leggen van verbindingen met andere bovenlokale opgaven op regionaal niveau. Het beschikbare bedrag per regio staat vermeld in bijlage I van de regeling.

Aanvragen kunnen naar verwachting van 3 november 2025 tot en met 17 november 2025 worden ingediend via het aanvraagformulier op de website van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Reacties op de concept-wettekst kunnen tot 13 oktober 2025 worden ingediend via de internetconsultatie. Deze regeling biedt gemeenten een kans om hun isolatieaanpak te versterken door regionale samenwerking en gedeelde expertise.

Health~Holland en ChemistryNL hebben de Circulaire Gezondheid & Zorg Call gelanceerd om innovatie en onderzoek te stimuleren voor de ontwikkeling van circulaiteitsbevorderende producten, diensten en protocollen in het gezondheids- en zorgdomein. De oproep heeft € 2 miljoen beschikbaar en richt zich op projecten die bijdragen aan de circulaire doelstellingen voor 2030 (50% circulariteit) en aansluiten bij de Kennis- en Innovatie Agenda Gezondheid & Zorg en de missie Circulaire Economie.

Aanvragen kunnen worden ingediend door consortia bestaande uit minimaal één Nederlandse mkb-onderneming met winstoogmerk en één Nederlandse onderzoeksorganisatie. Projecten moeten zich specifiek richten op disposables (wegwerpartikelen) en/of instrumenten, apparaten en hulpmiddelen, met als doel innovatieve producten, diensten of processen te ontwikkelen die maatschappelijke en economische toegevoegde waarde hebben en wezenlijk bijdragen aan circulariteit in de sector.

Per project is € 250.000 tot € 500.000 PPS-subsidie beschikbaar voor een maximale looptijd van drie jaar. Nederlandse onderzoeksorganisaties kunnen voor industrieel onderzoek maximaal 70% van hun kosten financieren (60% voor experimentele ontwikkeling), terwijl Nederlandse mkb-ondernemingen maximaal 60% kunnen financieren voor industrieel onderzoek (40% voor experimentele ontwikkeling).

Het aanvraagproces verloopt in twee stappen: vooraanmelding op 14 oktober 2025 en volledige aanvraag op 9 december 2025. De call biedt een concrete kans voor bedrijven en onderzoeksinstellingen om samen te werken aan duurzame oplossingen die de zorgketen circulairder maken.

De regeling specifieke uitkering Preventie met Gezag 2026-2029 is gepubliceerd en biedt gemeenten financiële ondersteuning om te voorkomen dat jongeren in de georganiseerde criminaliteit terechtkomen. Het programma Preventie met Gezag richt zich op kinderen en jongeren van 8 tot en met 27 jaar en heeft als doel te voorkomen dat zij in aanraking komen met ondermijnende criminaliteit of daarin doorgroeien.

In totaal 27 gemeenten kunnen aanspraak maken op deze specifieke uitkering: Almere, Lelystad, Leeuwarden, Arnhem, Nijmegen, Groningen, Heerlen, Maastricht, Sittard-Geleen, Venlo, Breda, Eindhoven, Helmond, Roosendaal, ‘s-Hertogenbosch, Tilburg, Amsterdam, Zaanstad, Enschede, Nieuwegein, Utrecht, Delft, Dordrecht, Rotterdam, Schiedam, ‘s-Gravenhage en Vlaardingen. Daarnaast ontvangen zes gemeenten (Amsterdam, Arnhem, Delft, Leeuwarden, Tilburg en Utrecht) meerjarig aanvullende middelen voor de grassroot pilotaanpak.

Vanaf juni 2026 start een nieuwe financieringsronde waarin geselecteerde gemeenten hun bestaande aanpak kunnen continueren en aanscherpen. Hiervoor dienen zij een domeinoverstijgend integraal plan in waarin zij aangeven welke plannen zij willen uitvoeren. De hoogte van de specifieke uitkering per gemeente staat vermeld in de bijlage bij de regeling. Aanvragen kunnen tot en met 31 december 2025 worden ingediend bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Het programma werkt volgens een domeinoverstijgende en gebiedsgerichte aanpak, waarbij gemeenten samenwerken met lokale, regionale en landelijke (justitie)partners. Door jongeren en hun gezinnen in kwetsbare posities kansen te bieden als alternatief voor een criminele carrière en grenzen te stellen aan crimineel gedrag, wordt ingezet op preventie in plaats van repressie.

De subsidieregeling versneller innovatieve ambities Drenthe en Fryslân 2025-2026 opent van 11 november tot 31 december 2025 voor een tweede aanvraagronde. Deze regeling stimuleert onderzoek en ontwikkeling in het midden- en kleinbedrijf in de provincies Drenthe en Fryslân en heeft opnieuw € 5 miljoen beschikbaar. Het budget wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de aanvragen.

Mkb-ondernemingen met een vestiging in Drenthe en/of Fryslân kunnen subsidie aanvragen voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gericht op nieuwe producten, diensten of procedés, het aanmerkelijk vernieuwen van bestaande oplossingen, proof-of-concept software of embedded software. De projecten moeten betrekking hebben op een oplossing voor een technische onzekerheid.

De subsidie bedraagt maximaal 35% van de subsidiabele kosten voor individuele projecten (tot € 50.000) en maximaal 45% voor samenwerkingsprojecten (tot € 100.000). Voor deze tweede openstelling zijn enkele wijzigingen doorgevoerd: een afgeronde haalbaarheidsstudie is niet langer verplicht bij de aanvraag, en de subsidiabele loonkosten vanaf 1 juli 2025 worden meegenomen tegen een forfaitair tarief van € 60 per uur of een vast maandbedrag van € 8.600.

Welkom bij onze live-update van Prinsjesdag 2025. Op deze pagina houden we je op de hoogte van de belangrijkste wijzigingen en aankondigingen op het gebied van subsidies en financieringsmogelijkheden zoals gepresenteerd in de Miljoenennota en Rijksbegroting. Blijf de hele dag bij ons voor de laatste updates en analyses.

Live updates

18:05

  • € 2,5 miljard voor ontsluiting woningbouwlocaties – besluitvorming over concrete inzet middelen volgt najaar 2025 met focus op realistische en uitvoerbare plannen; kabinet neemt ervaringen eerdere bereikbaarheidsimpuls en adviezen expertgroep realistisch ramen mee
  • € 65,5 miljoen uit Klimaatfonds voor laadinfrastructuur – geld gaat naar programma Stopcontact op Land voor zwaardere netaansluitingen op eerste verzorgingsplaatsen, zodat bedrijven hun elektrische vrachtwagens op meer plekken in Nederland veilig en snel kunnen opladen

17:50 Landbouw

  • € 2,6 miljard incidenteel + € 287,5 miljoen structureel voor vervolgpakket stikstof – kabinet investeert in doelsturing (systeemomslag waarbij boeren vanuit eigen expertise zelfstandig op stikstofreductie sturen, bindende doelen worden 2026 vastgesteld), innovaties, uitbreiding agrarisch natuurbeheer van 100.000 naar 280.000 hectare, plus jaarlijks € 146 miljoen voor ondersteuning boeren/tuinders bij bedrijfsovernames en investeringen; ook budget voor vrijwillige beëindigingsregeling, Aanpak Piekbelasting Industrie en gebiedsgerichte aanpak Rotterdam/Eindhoven/Groene Hart
  • € 146 miljoen rode-dieselgeld naar innovatie en vernieuwing – oorspronkelijk voor herinvoering rode diesel (bleek complex), nu naar perspectief boeren/tuinders/loonwerkers via bedrijfsovername-regelingen en investeringen (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vanaf 2028), arbeidsbesparende technieken/robotisering, Nationaal Groenfonds voor verduurzaming tegen gunstige rente, en plannen voor toekomstbestendige bedrijfsvoering

17:20

  • € 60 miljoen voor vervroegde Tweede Kamerverkiezing – eenmalige vergoeding aan gemeenten voor organisatie verkiezingen 29 oktober na overleg met VNG, bovenop reguliere jaarlijkse vergoeding via Gemeentefonds voor wettelijke verkiezingstaken.

17:00 Verduurzaming

  • SDE++ opnieuw opengesteld met € 8 miljard budget – Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie wordt in 2026 voortgezet; kabinet werkt aan tweezijdige Contracts for Difference voor hernieuwbare elektriciteit en onderzoekt via traject ‘Toekomst van de SDE++’ ondersteuning energietransitie richting 2050
  • Energie-innovatieregelingen opnieuw opengesteld in 2026 – kabinet zet MOOI, EKOO, DEI+ en HEP voort om samen met Topsector Energie via Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP’s) de volledige innovatiecyclus voor energie-innovaties te ondersteunen
  • ISDE uitgebreid met energiezuinige ventilatie – vanaf 2026 wordt energiezuinige ventilatie toegevoegd als subsidiabele maatregel binnen de Investeringssubsidie Duurzame Energie
  • IKC-ETS subsidieregeling verlengd met vier jaar – kabinet wil gelijk speelveld voor industrie, concurrentiekracht verbeteren en investeren in verduurzaming aantrekkelijker maken via verlenging Subsidieregeling Indirecte Kostencompensatie

16:35 Woningbouw & wijken

  • € 100 miljoen voor nieuwe tranche Woningbouwimpuls – aangepaste regeling ondersteunt complexe en essentiële gebiedsontwikkelingen die grote investeringen vereisen voor bedrijfsuitplaatsingen, bodemverontreiniging of binnenstedelijke infrastructuur (aanvullend op Realisatiestimulans)
  • Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie per 1 juli 2026 – gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie krijgt vorm met nieuwe wet; tegelijkertijd onderzoek naar stroomlijning subsidieregelingen voor aansluit- en inpandige kosten om overstap naar collectieve warmtevoorzieningen aantrekkelijker te maken
  • Vervolg regeling Kansrijke wijk in 2026 – nieuwe SPUK voor re-integratie, preventie geldzorgen, school/omgeving, ontwikkeling jonge kind en maatschappelijke samenhang; meer lokale beleidsvrijheid en vereenvoudigde aanvraagprocedure voor betere uitvoering in wijken
  • € 79 miljoen extra voor Flex- en Transformatiewoningen – uitbreiding SFT-regeling bovenop bestaande € 100 miljoen; gemeenten krijgen € 20.000 per nieuwe woning (inclusief sociaal beheer), waarvan 30% bestemd voor spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne

16:25

  • Bijna € 1 miljard uit Klimaatfonds voor windenergie op zee – kabinet ondersteunt bouw 2 gigawatt nieuwe windparken omdat internationale bouw stagneert door stijgende kosten; daarnaast € 150 miljoen voor verlenging IKC-ETS regeling industrie en wetsvoorstel Contracts for Difference in voorbereiding

16:15 Digitaal

  • Nieuwe cybersecurity subsidies verkend in 2026 – kabinet onderzoekt opzetting subsidies voor meerjarig investeringsprogramma cybersecurity kennis en innovatie
  • Nationale AI-fabriek komt naar Groningen – kabinet investeert in AI-supercomputer waar bedrijven en onderzoekers rekenkracht, expertise en data kunnen benutten; financiering deels uit Economische Agenda Nij Begun, onder voorbehoud van Europese cofinanciering en goedkeuring Staten-Generaal

16:05 Zorg

  • € 728 miljoen extra voor gemeenten jeugdzorg – compensatie voor tekorten 2023-2024 bovenop € 3 miljard uit Voorjaarsnota; geld gaat naar uitvoering Hervormingsagenda Jeugd met meer inzet op preventie, gezondheid en versterking sociale basis en lokale teams zodat minder jeugdzorg nodig is (advies commissie Van Ark).
  • Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord: € 70 miljoen structureel – investering in medische preventie zoals vaccinaties en bevolkingsonderzoeken, plus € 400 miljoen in 2027-2028 voor verbetering voorzieningen en samenwerking tussen zorg en sociaal domein (gemeenten, sociaal werkers)

15:55 Sociale zaken

  • € 111 miljoen compensatie voor werknemers met arbeidsbeperking – medewerkers bij sociale ontwikkelbedrijven krijgen via gemeenten compensatie voor gedaald inkomen (€ 37 bruto per maand in 2025, iets lager in 2026-2028); regeling geldt voor dit jaar en periode 2026-2028
  • € 60 miljoen voor energiefonds lage inkomens – kabinet zet meerjarig publiek energiefonds op dat extra € 174,5 miljoen Europees geld aantrekt (plus € 50 miljoen in 2027); huishoudens met laag inkomen en hoge energiekosten kunnen vanaf volgende winter ondersteuning krijgen, Caribisch Nederland krijgt $ 1.300 energietoeslag per jaar per huishouden met een minimuminkomen

15:55 Handel

  • Ruim € 100 miljoen voor diplomatie en handel – kabinet stimuleert via programma’s als Dutch Good Growth Fund en DRIVE de handel tussen ontwikkelingslanden onderling en met Europa/Nederland, wat goed is voor Nederlandse bedrijven en Nederland onafhankelijker en minder kwetsbaar maakt door meer handelspartners en afspraken over grondstoffen en technologie

15:45 Onderwijs

  • OCW-budget 2026: € 57 miljard totaal – verdeeld over primair en voortgezet onderwijs (€ 29 miljard), vervolgonderwijs (€ 18 miljard), studiefinanciering (€ 4,6 miljard), cultuur en media (€ 2,7 miljard) en onderzoek en wetenschap (€ 1,8 miljard)
  • € 56 miljoen voor onderwijs in krimpregio’s – kabinet trekt € 30 miljoen uit voor mbo en € 26 miljoen voor hbo in regio’s met dalende studentenaantallen om te voorkomen dat belangrijke studies verdwijnen en voldoende keuzemogelijkheden te behouden die aansluiten op arbeidsmarktbehoeften
  • Kabinet draait bezuiniging onderwijskansenregeling terug – op verzoek van Tweede Kamer blijft de regeling van € 177 miljoen per jaar behouden waarmee middelbare scholen extra ondersteuning kunnen geven aan kinderen met risico op onderwijsachterstand (extra assistenten, kleinere klassen, ouderbetrokkenheid)
  • € 47,2 miljoen voor verbetering basisvaardigheden – kabinet wil lezen, schrijven, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap op basis- en middelbare scholen versterken via Masterplan basisvaardigheden; leraren krijgen meer tijd voor vakkennis en mbo-instromers worden extra bijgespijkerd op taal en rekenen
  • € 272,4 miljoen tegen lerarentekort – kabinet zet in op samenwerking in onderwijsregio’s om leraren op juiste plekken op te leiden en te behouden, plus € 54 miljoen voor zij-instroom vanuit andere beroepen en € 5 miljoen voor leraren die meer uren willen werken
  • € 77 miljoen voor verlenging drie Groeifondsprogramma’s – Ontwikkelkracht (duurzame onderwijsverbetering primair, voortgezet onderwijs en mbo), Npuls (toekomstbestendig onderwijs met digitalisering) en Biotech Booster (wetenschappelijke doorbraken biotechnologie) gaan volgende fase in

15:30 Bedrijven & Ondernemers

  • Stijging budget WBSO – Een verhoging van 200 miljoen euro waardoor bedrijven minder belasting betalen op R&D-kosten en goedkoper kunnen innoveren, wat meer onderzoek en ontwikkeling naar Nederland moet trekken
  • Kabinet schrapt rittenregistratie voor mkb – omdat het mkb het Nederlandse ondernemersklimaat slechts een krappe voldoende geeft, wil het kabinet regeldruk verminderen door regels te schrappen, aan te passen of te verduidelijken; de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit vervalt daarom voor bedrijven met minder dan 250 medewerkers
  • € 230 miljoen voor Europees halfgeleiderproject – Nederland doet mee aan IPCEI Advanced Semiconductor Technologies om kennis en concurrentiekracht op halfgeleidergebied te behouden en ongewenste technologische afhankelijkheden te voorkomen; IPCEI’s zijn grootschalige Europese samenwerkingen van bedrijven en kennisinstellingen die strategisch belangrijk zijn voor de EU
  • € 200 miljoen euro voor doorgroei Nederlandse startups – ministerie van EZ draagt bij aan European Tech Champions Initiative (ETCI) omdat Europese startups achteroplopen bij VS door gebrek aan durfkapitaal; Nederlandse startups met scale-up potentie krijgen zo extra financiering (bovenop € 100 miljoen uit 2023)

Dank voor het volgen van onze live blog! Bezoek onze website regelmatig voor meer subsidienieuws. Meer weten over een van de aankondigde plannen? Neem dan contact met ons op.

De urgentie van reskilling in de maakindustrie

De productielijn draait, de orders stromen binnen, maar diep van binnen weet je het: je medewerkers hebben straks andere vaardigheden nodig. Robotisering, digitalisering en Industry 4.0 veranderen jouw sector in razend tempo. Terwijl je concurrent al investeert in omscholing, vraag jij je af hoe je dit praktisch én betaalbaar aanpakt. 

Als innovatiemanager in de maakindustrie sta je voor een uitdaging die urgenter wordt met elke maand die voorbijgaat. Je ervaren operators moeten leren werken met slimme machines. Je technische specialisten hebben data-analyse skills nodig. En je projectleiders? Die moeten digitale transformaties kunnen leiden in plaats van alleen traditionele productieprocessen. 

 

De reskilling-realiteit: cijfers die wakker houden 

Recent onderzoek toont aan dat 73% van de maakindustriebedrijven binnen drie jaar grote tekorten verwacht aan digitaal vaardige technici. Tegelijkertijd heeft 68% van de mkb-bedrijven geen concreet plan voor grootschalige omscholing van personeel. Dit betekent één ding: wie nu niet handelt, loopt straks achter. 

Het probleem is niet dat bedrijven reskilling onbelangrijk vinden. Het probleem is de praktische uitvoering. Hoe zorg je dat ervaren medewerkers nieuwe vaardigheden ontwikkelen zonder dat de productie stilligt? Hoe financier je omvangrijke trainingsprogramma’s? En vooral: hoe weet je zeker dat je investeert in de juiste skills? 

 

Van theorie naar praktijk: een stappenplan dat werkt 

Stap 1: Maak je skill gaps concreet

Begin met een grondige analyse van waar je organisatie over drie jaar staat.

  • Welke processen zijn geautomatiseerd?
  • Welke nieuwe technologieën gebruik je?
  • Vertaal dit naar concrete functieprofielen en benodigd competenties.

Zo krijg je een helder beeld van welke medewerkers welke nieuwe vaardigheden nodig hebben. 

Stap 2: Kies voor werkplekleren

Klassikale trainingen werken vaak niet voor ervaren productiesmedewerkers. Zij leren het beste door doen. Ontwikkel daarom leertrajecten die geïntegreerd zijn in de dagelijkse werkzaamheden. Denk aan coaching tijdens nieuwe projecten, cross-training tussen afdelingen, of mentorprogramma’s waarbij digitaal vaardige medewerkers kennis overdragen. 

Stap 3: Maak gebruik van beschikbare subsidies

Hier komt het goede nieuws: je hoeft deze investering niet alleen te dragen. De SLIM-subsidie vergoedt 60% van je reskilling-kosten, tot € 25.000 per project. Dit betekent dat je bijvoorbeeld een omvangrijk trainingsprogramma voor je hele technische team kunt opzetten voor een fractie van de echte kosten. 

 

Praktijkvoorbeeld: hoe het écht werkt 

Neem het verhaal van een metaalverwerkingsbedrijf uit Brabant. Zij stonden voor de uitdaging dat hun ervaren lassers moesten leren werken met robotgestuurde lasmachines. In plaats van externe cursussen, ontwikkelden zij een intern academy-programma. Ervaren operators werden opgeleid tot trainer, nieuwe medewerkers leerden direct met de moderne apparatuur, en bestaande medewerkers kregen stapsgewijze bijscholing. 

Het resultaat? Binnen 18 maanden had het hele team de benodigde vaardigheden. De productiviteit steeg met 30%, de kwaliteit verbeterde aanzienlijk, en het ziekteverzuim daalde door de toegenomen werkplezier. De totale investering werd voor 60% vergoed via de SLIM-subsidie. Ontdek meer praktijkvoorbeelden in onze klantverhalen.

 

De tijdfactor: waarom maart en september cruciaal zijn 

De SLIM-subsidie kent twee periodes per jaar voor individuele subsidieaanvragen: maart en september. Door de populariteit van de regeling wordt vaak geloot tussen aanvragen. Dit betekent dat tijdige en professionele voorbereiding het verschil maakt tussen wel en geen subsidie. 

Succesvolle aanvragen hebben drie kenmerken gemeenschappelijk: een helder projectplan waarin de link tussen bedrijfsstrategie en leerbehoeften duidelijk is, een realistische planning die werkplekleren centraal stelt, en een begroting die alle kosten correct doorrekent volgens de subsidierichtlijnen. 

 

Jouw volgende stap 

Reskilling is geen keuze meer, het is een noodzaak voor toekomstbestendigheid. De vraag is niet óf je gaat investeren in nieuwe vaardigheden voor je team, maar hóe je dit slim en kosteneffectief aanpakt. 

Bij Ignite Group begeleiden we maakindustriebedrijven bij het complete traject: van skill gap analyse tot succesvolle SLIM-aanvraag en projectuitvoering. Onze industriespecialisten kennen de specifieke uitdagingen van jouw sector en weten precies hoe je reskilling-projecten opzet die zowel subsidiewaardige zijn als daadwerkelijk impact hebben op je organisatie. 

 

 

De Europese Commissie heeft een evaluatierapport gepubliceerd over het Europees Fonds voor hulp aan de Meest Behoeftigen (FEAD) over de periode 2014-2020. Uit dit rapport blijkt dat het fonds van onschatbare waarde is geweest voor de meest kwetsbare groepen in de EU-lidstaten, met name tijdens grote crises zoals de COVID-19 pandemie, de energiecrisis en de gevolgen van de oorlog in Oekraïne.

Het FEAD heeft zich bewezen als een effectief instrument in de strijd tegen armoede, waarbij de combinatie van voedselhulp met andere vormen van ondersteuning voor sociale inclusie het meest effectief bleek te zijn. Deze geïntegreerde aanpak heeft ertoe bijgedragen dat kwetsbare groepen niet alleen directe hulp ontvingen, maar ook werden ondersteund bij hun weg naar maatschappelijke participatie.

In Nederland heeft het FEAD een bijzondere invulling gekregen. Waar veel EU-landen kozen voor voedselhulpprogramma’s, richtte het Nederlandse programma zich specifiek op het bestrijden en voorkomen van sociale uitsluiting van ouderen met een laag besteedbaar inkomen boven de pensioengerechtigde leeftijd. Dit programma werd uitgevoerd door de bibliotheek Utrecht in samenwerking met de bibliotheken in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. Deze aanpak illustreert hoe het fonds flexibel kon worden ingezet om aan te sluiten bij de specifieke behoeften en uitdagingen in verschillende lidstaten.

De positieve evaluatie van het FEAD onderstreept het belang van Europese solidariteit en gerichte ondersteuning voor de meest kwetsbare groepen in onze samenleving. Voor gemeenten die betrokken zijn bij armoedebestrijding en sociale inclusie biedt dit rapport waardevolle inzichten in effectieve benaderingen en de meerwaarde van Europese fondsen bij het aanpakken van lokale sociale uitdagingen.

Er is een internetconsultatie gestart over de Fiscale verzamelwet 2027, waarin onder meer een verhoging van het forfaitaire uurloon voor de WBSO is opgenomen. Het forfaitaire uurloon voor de Afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk zou dan per 1 januari 2027 kunnen stijgen van € 29 naar € 33 per uur. Dit uurloon was sinds 2008 ongewijzigd gebleven, terwijl de werkelijke loonkosten voor S&O-medewerkers in die periode aanzienlijk zijn gestegen.

De RVO ontvangt al jarenlang signalen van bedrijven, intermediairs en stakeholders dat het forfaitaire uurloon niet meer overeenkomt met de werkelijke loonkosten van S&O-inhoudingsplichtigen. Met de hoge inflatie van de afgelopen jaren is dit verschil steeds groter geworden. Uit analyse van RVO blijkt dat het nieuwe bedrag van € 33 dicht bij de mediaan ligt van het berekende S&O-uurloon en net onder het gemiddelde berekende S&O-uurloon.

De verhoging heeft als doel tegemoet te komen aan de prijsstijgingen van de afgelopen jaren, terwijl het bedrag niet boven het gemiddelde S&O-uurloon uitkomt. Hierdoor blijft gebruik van het werkelijke, berekende S&O-uurloon voor een meerderheid van de gebruikers voordeliger en wordt een ‘perverse prikkel’ grotendeels voorkomen.

Belanghebbenden kunnen tot 18 september 2025 reageren op de ter consultatie voorgelegde Fiscale verzamelwet 2027 via de website van de internetconsultatie.