Naar de inhoud

De Tijdelijke Regeling Realisatiestimulans is officieel gepubliceerd en biedt gemeenten financiële ondersteuning bij het realiseren van meer betaalbare woningen met minimale administratieve lasten. Voor de looptijd van de regeling (2026 tot en met 2030) is circa € 2,5 miljard beschikbaar om gemeenten te belonen voor elke betaalbare woning waarvan de bouw start tussen 2025 en 2029.

Gemeenten ontvangen een basisbijdrage van € 7.000 (exclusief btw) per betaalbare woning waarvan de bouwwerkzaamheden zijn gestart. Dit geldt voor sociale huurwoningen, woningen voor middenhuur en betaalbare koopwoningen. Naast deze basisbijdrage zijn er middelen gereserveerd voor opslagen voor specifieke bouwopgaven, zoals woningbouw in kwetsbare gebieden, zorggeschikte- en geclusterde woningen en ambtelijke capaciteit bij medeoverheden.

Voor de negentien gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) zijn twee specifieke opslagen beschikbaar. De eerste betreft maatregelen voor openbare ruimte en collectieve maatschappelijke voorzieningen, de tweede richt zich op capaciteitsondersteuning voor de woningbouwopgave. De reserveringen per gemeente zijn inclusief btw vastgesteld en opgenomen in bijlagen bij de regeling.

De aanvraagprocedure is bewust eenvoudig gehouden: gemeenten kunnen jaarlijks uiterlijk op 15 juli via de SiSa-verantwoording (Single info, Single audit) hun aanvraag indienen. Via deze verantwoording registreren zij betaalbare woningen waarvan de bouw in het voorafgaande kalenderjaar is gestart en waarvoor nog geen eerdere bijdrage is ontvangen.

Na een openbare consultatie van 14 juli tot 5 september 2025, waarbij 38 reacties zijn ontvangen plus separaat commentaar van VNG en IPO, zijn enkele aanpassingen doorgevoerd. Belangrijke wijzigingen betreffen de mogelijkheid tot terugvordering van bijdragen (alleen bij incorrecte verantwoordingsinformatie), het uitkeringsmoment (gebaseerd op start bouwwerkzaamheden) en vereenvoudigde bewijslast voor betaalbaarheid bij kleine projecten en losse toevoegingen.

Voor de komende jaren zijn nog twee opslagen voorzien: voor ambtelijke capaciteit en zorggeschikte- en geclusterde woningen. Momenteel wordt onderzocht hoe deze opgaven het beste financieel kunnen worden ondersteund. Deze regeling biedt gemeenten een krachtig en laagdrempelig instrument om de woningbouwopgave te versnellen en meer betaalbare woningen te realiseren.

De Tijdelijke subsidieregeling zero emissie mobiliteit, specifiek de paragraaf Subsidie waterstof in mobiliteit, wordt aangepast op basis van marktontwikkelingen en praktijkervaringen. De SWiM-regeling, die in 2024 en 2025 openstond voor de bouw of uitbreiding van waterstoftankstations en aanschaf van waterstofvoertuigen, krijgt een bredere scope om de waterstofmobiliteit verder te stimuleren.

De belangrijkste uitbreidingen omvatten multimodale en private waterstoftankstations, emissievrije logistieke werktuigen en tubetrailers. Deze aanpassingen houden rekening met de gehele logistieke keten en richten zich op werktuigen die niet door andere subsidieregelingen worden gedekt. De toevoeging van tubetrailers is specifiek bedoeld om de waterstofprijs te helpen drukken, aangezien distributie van waterstof kostbaar is.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vraagt specifieke feedback over verschillende aspecten van de wijziging: de lijst met subsidiabele logistieke werktuigen, de gelijkmatige budgetverdeling over openstellingen 2026-2029, het behoud van consortiumvorming met bestaande tankstations, de meerwaarde van tubetrailers en de verbreding naar multimodale en private tankstations.

Geïnteresseerden kunnen tot 11 december 2025 reageren op de geplande wijzigingen via de internetconsultatie. De aangepaste regeling beoogt een meer complete ondersteuning van de waterstofmobiliteit door de gehele waardeketen heen.

De Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023-2026, beter bekend als de Brede SPUK, is aangepast met belangrijke wijzigingen die gemeenten meer flexibiliteit bieden in de besteding van middelen. De aanpassingen behelzen zowel vereenvoudigingen als budgetwijzigingen voor de komende jaren.

De belangrijkste wijziging betreft het opheffen van de schotten tussen de verschillende onderdelen van de regeling. Waar eerder maximaal 15% kon worden geschoven tussen onderdelen uit hetzelfde hoofdthema, kunnen gemeenten nu het totaal toegekende uitkeringsplafond inzetten voor alle onderdelen en thema’s uit de regeling. Dit biedt meer ruimte voor lokaal maatwerk en integrale aanpak van de verschillende beleidsterreinen. Gemeenten blijven wel gehouden aan de doelen zoals benoemd in de bestuurlijke akkoorden voor elk onderdeel waarvoor een uitkering wordt aangevraagd.

Daarnaast wordt het mogelijk om een percentage van de in 2025 verleende uitkering door te schuiven naar 2026, wat gemeenten extra flexibiliteit geeft in hun meerjarige planning. Voor het onderdeel Mentale Gezondheid komt er in 2025 € 2,5 miljoen extra beschikbaar, wat gemeenten in staat stelt extra in te zetten op dit belangrijke thema.

Voor 2026 geldt een gemengd beeld: enerzijds wordt het uitkeringsbudget gekort met 10% conform de budgettaire bijlage bij het Hoofdlijnenakkoord, anderzijds wordt € 43 miljoen toegevoegd vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). Deze aanvullende middelen zijn bedoeld om continuïteit te waarborgen van lopende programma’s en investeringen.

De Brede SPUK ondersteunt gemeenten bij activiteiten onder drie hoofdthema’s: Sport, bewegen en cultuur; Gezondheid & Sociale Basis; en Ondersteunende onderdelen. De regeling loopt van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2026 en biedt gemeenten financiële middelen om lokaal beleid te ontwikkelen en uit te voeren op deze belangrijke maatschappelijke terreinen.

NWO en Holland High Tech ontwikkelen samen een nieuwe KIC-oproep gericht op toegepast en fundamenteel onderzoek naar halfgeleiders en quantumtechnologieën. De call opent naar verwachting in januari 2026 en heeft als doel Nederland’s sterke positie op deze sleuteltechnologieën te bewaken en versterken door gericht onderzoek te stimuleren.

De oproep vraagt specifiek om halfgeleideronderzoek dat heterogene ontwikkeloplossingen biedt op het gebied van fotonica-elektronica en elektronica-elektronica, evenals geavanceerde packaging. Voor quantumtechnologie ligt de focus op onderzoek dat de kennis vergroot omtrent het vervaardigen en opschalen van quantumsystemen. Deze technologiegebieden zijn cruciaal voor Nederland’s concurrentiepositie in de mondiale high-tech sector.

Onderzoekers worden uitgenodigd om consortia te vormen met diverse instituten (universitair, hbo en TO2-instellingen), bedrijven en andere maatschappelijke organisaties. Dergelijke samenwerkingen kunnen de kans op praktische toepassing van de ontwikkelde kennis aanzienlijk vergroten en zorgen voor een betere verbinding tussen fundamenteel onderzoek en marktbehoeften.

Ter ondersteuning van consortiavorming organiseert NWO op 2 maart 2026 een matchmakingsbijeenkomst waar geïnteresseerden kennis kunnen maken, onderzoeksideeën kunnen uitwisselen en meer informatie krijgen over de voorwaarden en het indienproces. Meer details over deze bijeenkomst volgen bij de officiële openstelling van de oproep.

De paradox van moderne maakbedrijven

Terwijl de maakindustrie worstelt met onzekerheid over toekomstige eisen, investeren slimme bedrijven nu al in oplossingen die hen voorsprong geven. Met de juiste strategie, inzicht in subsidiemogelijkheden en praktische begeleiding kunnen maakbedrijven vandaag al bouwen aan de fabriek van morgen. Ignite Group ondersteunt hen daarbij met ervaring en concrete resultaten. Zo bouwen maakbedrijven vandaag al aan de fabriek van morgen.

Je staat voor een vraagstuk dat veel besluitmakers in de maakindustrie herkennen. Investeren in nieuwe technologie terwijl de regelgeving nog evolueert? Wachten tot de eisen helder zijn en dan snel schakelen? Of bewust kiezen voor een strategie die je voorbereidt op verschillende scenario’s? Steeds meer maakbedrijven kiezen voor die laatste aanpak. Zij zien in de huidige ontwikkelingen niet alleen uitdagingen, maar ook kansen om nu al te investeren in bewezen technologieën die hoe dan ook waardevol blijven.

Waarom nu investeren: timing en voorbereiding

De traditionele aanpak: Afwachten tot alle eisen bekend zijn, dan investeren en hopen op de juiste keuzes.

De voorbereidende aanpak: Nu al investeren in bewezen technologieën met aantoonbare besparingen, ongeacht hoe specifieke regelgeving verder uitwerkt.

Investeringen in energiebesparing bieden voordelen onder verschillende regelgevingsscenario’s, of je nu te maken krijgt met COâ‚‚-heffingen, strengere energielabels of emissieplafonds. Hetzelfde geldt voor circulaire processen, slimme automatisering en digitale optimalisatie.

Financiële regelingen: EIA en MIA/Vamil in 2025

Energie-Investeringsaftrek (EIA) – Budget 2025: €431 miljoen

De EIA biedt 40% fiscale aftrek op investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen die op de Energielijst 2025 staan (129 categorieën) .

Netto fiscaal voordeel:

  • Vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen: circa 10,3%
  • Eenmanszaken en V.O.F.: tot 19,8%

Voorbeelden subsidiabele investeringen:

  • Energiezuinige bedrijfsgebouwen en isolatie
  • Warmtepompen en klimaatsystemen
  • Duurzame energieopwekking (zonnepanelen, windenergie)
  • Energie-efficiënte productieprocessen
  • Energiebalancering en opslagsystemen

Milieu Investeringsaftrek (MIA/Vamil) – Budget 2025: €209 miljoen

MIA biedt 27%, 36% of 45% aftrek afhankelijk van het type investering op de Milieulijst 2025 (225 categorieën). Vamil maakt daarnaast versnelde afschrijving mogelijk (tot 75%) .

Netto fiscaal voordeel gecombineerd:

  • Vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen: 7,0% tot 11,6%
  • Eenmanszaken en V.O.F.: tot 22,3%

Voorbeelden subsidiabele investeringen:

  • Grondstofbesparing in processen
  • Recycling- en hergebruikinstallaties
  • Emissiereductie (COâ‚‚, NOx, fijnstof)
  • Duurzaam transport en werktuigen
  • Circulair bouwen en materiaalhergebruik

Belangrijke wijziging 2025: De minimale terugverdientijd voor MIA/Vamil is in veel gevallen verlaagd van 5 naar 3 jaar, waardoor meer investeringen kwalificeren.

Aandachtspunten: wanneer zijn EIA en MIA/Vamil geschikt?

Deze regelingen zijn geschikt wanneer:

  • Je binnen 3 maanden na opdrachtverstrekking kunt aanvragen
  • Je investering minimaal €2.500 per bedrijfsmiddel bedraagt
  • Je vennootschaps- of inkomstenbelasting betaalt in Nederland
  • Het bedrijfsmiddel op de Energie- of Milieulijst staat

 

Let op deze aandachtspunten

  • Budgetbeperking: Aanvragen worden toegekend op volgorde van binnenkomst. Bij een vol budget komen latere aanvragen niet meer in aanmerking.
  • Administratieve precisie: De aanvraag vereist technische specificaties en besparingscalculaties. Professionele begeleiding verhoogt de slagingskans aanzienlijk.
  • Geen combinatie mogelijk: Je kunt EIA of MIA kiezen voor een investering, niet beide (wel MIA + Vamil) .
  • Terugverdientijd: Voor generieke categorieën moet je aantonen dat de investering binnen 3-5 jaar terugverdiend wordt.

 

Cases uit de praktijk

Case: Energietransformatie bij machinebouwer

Een machinebouwer in Gelderland kampte met stijgende energiekosten en kreeg vanuit klanten vragen over duurzaamheid. Na een energiescan investeerde het bedrijf in:

  • Warmteterugwinning uit productieprocessen
  • LED-verlichting met bewegingssensoren
  • Energiemanagementsysteem

Resultaat:

  • Totale investering: €180.000
  • EIA-voordeel: circa €18.500 (10,3% voor BV)
  • Jaarlijkse energiebesparing: circa €35.000
  • Terugverdientijd inclusief EIA: 4,6 jaar

Let op: Dit is een vereenvoudigd rekenvoorbeeld. Werkelijke besparingen zijn afhankelijk van specifieke situatie en energieprijzen.

 

Case: Circulaire productie bij kunststofverwerker

Een kunststofverwerker investeerde in recyclingapparatuur om productieresten te hergebruiken.

Effecten:

  • 40% minder verse grondstofinkooop
  • Nieuwe omzet uit verkoop gerecyclede granulaat
  • COâ‚‚-reductie van 35%

Fiscaal:

  • Investering: €250.000
  • MIA/Vamil-voordeel: circa €29.000 (11,6% voor BV)
  • Terugverdientijd inclusief fiscaal voordeel: 3,2 jaar

Ook dit is een indicatief voorbeeld; werkelijke resultaten verschillen per situatie.

 

Van inzicht naar impact: hoe wij bedrijven begeleiden

Ignite begeleidt bedrijven stap voor stap van analyse tot succesvolle implementatie. In de eerste fase brengen we energie- en materiaalstromen in kaart; daarna toetsen we welke investeringen kwalificeren voor EIA of MIA/Vamil, en begeleiden we de volledige aanvraag en rapportage.

  • Analyse & identificatie: We brengen energie- en materiaalstromen in kaart en signaleren kansrijke investeringen.
  • Toetsing & berekening: We bepalen welke maatregelen voldoen aan de EIA/MIA-criteria en berekenen de besparingspotentie.
  • Aanvraag & afstemming met RVO: Onze specialisten verzorgen de technische en fiscale onderbouwing en dienen de aanvraag volledig in.
  • Implementatie & rapportage: We begeleiden de uitvoering en zorgen voor correcte vastlegging van besparingen en prestaties.

Met meer dan 25 jaar ervaring in subsidies voor de maakindustrie weten wij precies waar de kansen liggen en hoe je ze verzilvert.

 

Jouw volgende stap

De technologie is beschikbaar, de financiële ondersteuning staat klaar, en steeds meer bedrijven zetten stappen. De vraag is: wanneer start jij met voorbereiden?

Elke transformatie begint met inzicht. Welke besparingskansen liggen er in jouw productieproces? Welke investeringen komen in aanmerking voor EIA of MIA/Vamil? En hoe zorg je voor een succesvolle aanvraag?

Vul de vrijblijvende subsidiescan in

Ontdek welke kansen er in jouw productieproces liggen. Onze specialisten brengen jouw situatie in kaart, identificeren subsidiabele investeringen en begeleiden de aanvraag van begin tot eind. Met meer dan 25 jaar ervaring in subsidies voor de maakindustrie en een no-cure-no-pay verdienmodel.

Dit artikel bevat algemene informatie over de EIA en MIA/Vamil-regelingen 2025. Alle genoemde cijfers en voorbeelden zijn indicatief. Voor specifiek advies over jouw situatie en actuele regelgeving, neem contact op met onze specialisten of raadpleeg de officiële informatie op www.rvo.nl.

Ignite Group,  jouw fullservice subsidiepartner.

Het tweede aanvraagtijdvak voor 2025 van de Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025-2030 is bekendgemaakt. Deze regeling stimuleert het nemen of versnellen van kosteneffectieve en risicogestuurde verkeersveiligheidsmaatregelen op het onderliggend wegennet en biedt gemeenten, provincies en waterschappen financiële ondersteuning voor hun verkeersveiligheidsprojecten.

Aanvragen voor dit nieuwe tijdvak kunnen worden ingediend van 12 november 2025 tot en met 24 december 2025. In aanmerking komen gemeenten (uitgezonderd die behorend tot de Vervoerregio Amsterdam of Metropoolregio Rotterdam Den Haag), provincies, de Vervoerregio Amsterdam, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en waterschappen. Voor dit aanvraagtijdvak is in principe € 116 miljoen beschikbaar.

Er geldt wel een voorbehoud voor het uitkeringsplafond, omdat de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor 2026 nog niet definitief is goedgekeurd. Dit betekent dat het beschikbare bedrag nog kan wijzigen afhankelijk van de uiteindelijke begrotingsvaststelling.

De regeling biedt gemeenten een belangrijke kans om investeringen in verkeersveiligheid te realiseren op hun wegennet. Door de focus op kosteneffectieve en risicogestuurde maatregelen kunnen gemeenten gericht investeren in locaties waar de grootste verkeersveiligheidswinst te behalen valt.

De Europese Commissie heeft negen nieuwe oproepen gepubliceerd voor het Digital Europe Programma met een totaal beschikbaar budget van ruim € 204 miljoen. Deze oproepen stimuleren de implementatie en acceptatie van innovatieve digitale technologieën in heel Europa en volgen op de eerste wijziging van het Digital Europe werkprogramma voor 2025-2027, waarmee het programma beter aansluit bij politieke prioriteiten en technologische ontwikkelingen.

De oproepen richten zich op diverse digitale innovatiegebieden: het ontsluiten van AI en big data potentieel, voltooiing van het netwerk van Europese digitale innovatiehubs, uitrol van de EU Digital Identity Wallet, innovatie in de automobielsector, ondersteuning van digitale vaardigheden en digitale oplossingen voor de publieke sector. Eén oproep voor de ontwikkeling van de Europese digitale identiteitswallet en mobiele rijbewijzen (€ 15 miljoen) is al geopend en sluit op 9 december 2025.

De overige acht oproepen openen op 4 november 2025 en sluiten op 3 maart 2026. Belangrijke financieringen omvatten € 87,2 miljoen voor digitale innovatiehubs, € 36,9 miljoen voor biomedisch onderzoek en gepersonaliseerde gezondheidszorg, € 9 miljoen voor industriële datadeling, € 4,5 miljoen voor geconnecteerde en autonome voertuigen, en € 6 miljoen voor bestrijding van desinformatie via het European Digital Media Observatory.

Het programma biedt Europese organisaties, bedrijven en onderzoeksinstellingen concrete mogelijkheden om bij te dragen aan Europa’s digitale transformatie en concurrentiepositie in de mondiale digitale economie.

Een historische mijlpaal voor Ignite Group. We behoren wederom tot de snelst groeiende bedrijven van Nederland.

We hebben het bericht ontvangen dat Ignite Group voor de negende keer op rij tot winnaar is uitgeroepen voor de FD Gazellen Award! Deze prestigieuze prijs, georganiseerd door Het Financieel Dagblad, erkent de snelst groeiende bedrijven van Nederland. Ignite Group heeft opnieuw bewezen dat we niet alleen vooruitgang mogelijk maken voor onze klanten, maar hier zelf ook hard voor werken.

Deze negende opeenvolgende overwinning onderstreept onze groeiambitie en het vergroten van ons marktaandeel, door autonome groei alsmede door middel van onze buy & build strategie. Het bevestigt dat we jaar na jaar blijven excelleren in het ondersteunen van bedrijven, overheden en kennisorganisaties bij het benutten van subsidiemogelijkheden.

Duurzame groei door innovatie en toewijding
De negende FD Gazellen Award op rij betekent voor ons veel meer dan alleen een prijs. Voor ons  is het een resultaat van de constante innovatie aan onze dienstverlening en digitale tools. De groei die we de afgelopen jaren hebben doorgemaakt, weerspiegelt de inspanningen van ons hele team en de waardevolle samenwerking met onze partners en klanten en solide bedrijfsvoering en strategische visie.

Op naar nieuwe hoogten
“Deze negende erkenning is een historische mijlpaal,” aldus algemeen directeur Henk Heerink. “Ons succes is gebouwd op de inzet van ons toegewijde team en het vertrouwen van onze klanten. We proberen samen met onze klanten dagelijks vooruitgang mogelijk te maken. Deze award bevestigt dat we het juiste pad bewandelen en is een mooie beloning voor ieders inzet.”

Als toonaangevend fullservice subsidieadviesbureau met vestigingen in Nederland en Duitsland, blijven we ons inzetten om onze klanten nog beter van dienst te zijn. Met meer dan 230 subsidie-experts en onze unieke combinatie van digitale oplossingen en consultancy, zijn we goed gepositioneerd om onze groeistrategie voort te zetten.

Over de FD Gazellen Award
De FD Gazellen Awards worden jaarlijks uitgereikt aan de snelst groeiende bedrijven van Nederland. Criteria zijn onder meer een omzetgroei van minimaal 20% over de afgelopen drie jaar, waarbij het laatste jaar winstgevend moet zijn afgesloten. Bedrijven worden ingedeeld in verschillende categorieën op basis van regio en omzetgrootte.

 

Drie belangrijke ontwikkelingen in het woningbouwbeleid vragen de aandacht van gemeenten. Terwijl het Gebiedsbudget wordt uitgebreid en de SFT-regeling wordt verlengd, plaatst de Algemene Rekenkamer kritische vraagtekens bij de effectiviteit van de Woningbouwimpuls.

Rekenkamer kritisch over Woningbouwimpuls: geen snellere woningbouw
De Algemene Rekenkamer heeft een kritisch onderzoek gepubliceerd over de Woningbouwimpuls, het belangrijkste financiële instrument van het Rijk om de woningnood te bestrijden. Voor de periode 2020-2024 is € 2,25 miljard gereserveerd om gemeenten te helpen ‘sneller, meer én meer betaalbare’ woningen te realiseren. Het onderzoek toont echter aan dat de Wbi niet daadwerkelijk bijdraagt aan snellere woningbouw en het is twijfelachtig of de regeling zorgt voor meer woningen.

Van de projecten uit de eerste drie rondes die uiterlijk in december 2024 hadden moeten starten, was slechts 62% daadwerkelijk begonnen. Dit percentage verschilt nauwelijks van projecten die zijn afgewezen voor een Wbi-bijdrage (67% gestart). Bovendien zijn de projecten zonder Wbi-bijdrage die al zijn begonnen meestal verder gevorderd dan de gestarte Wbi-projecten.

Een derde van de onderzochte Wbi-projecten is vertraagd door lange wachttijden bij de Raad van State. De toekenning van de Wbi-bijdrage voorkomt deze langlopende procedures niet. De Rekenkamer stelt dat meer publiek geld hier niet de oplossing is. Ook is het niet vast te stellen of projecten die een Wbi-bijdrage hebben ontvangen anders niet waren doorgegaan, aangezien de meeste afgewezen projecten ook doorgaan.

Wel positief effect op betaalbaarheid
De Wbi heeft wel een duidelijk positief effect op het percentage betaalbare woningen. Vrijwel alle Wbi-projecten voldoen nog steeds aan de eis dat minimaal de helft van de woningen betaalbaar moet zijn. Bij projecten die geen Wbi-bijdrage kregen, daalde het aandeel betaalbare woningen bij sommige onder de 50%, met in twee gevallen zelfs maar 30% betaalbare woningen.

De Rekenkamer adviseert de Wbi te heroverwegen of fundamenteel aan te passen, bijvoorbeeld als een brede regeling met als enig doel betaalbaarheid of gericht op een beperkte doelgroep van complexe projecten. Ook benadrukt de Rekenkamer dat voor het versnellen van woningbouw meer samenhang in beleid nodig is, inclusief flankerend beleid zoals het verkorten van procedures en het beschikbaar maken van meer bouwlocaties.

SFT-regeling verlengd en uitgebreid voor flexibele woningen
Tegelijkertijd is een internetconsultatie gestart over de wijziging van de Meerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023. De regeling wordt aangepast en verlengd tot en met 2027, mede omdat vergunninghouders nu te lang in de opvang verblijven – gemiddeld meer dan een jaar in plaats van de afgesproken veertien weken.

Het budget wordt verhoogd van € 100 miljoen naar € 178,5 miljoen. Vanaf 5 januari 2026 kunnen nieuwe aanvragen worden ingediend tot eind 2027 of tot het uitkeringsplafond is bereikt. De bijdrage wordt verhoogd naar € 20.000 per woning, waarvan € 6.000 bestemd is voor sociaal beheer zoals inzet van een huismeester of woonbegeleider.

Belangrijke uitbreidingen zijn de toevoeging van woningsplitsing en onzelfstandige sociale woonruimten. Voor woningsplitsing geldt een gemiddelde bijdrage van € 7.000 voor de onrendabele businesscase plus € 4.000 voor sociaal beheer per gesplitste woonruimte. Voor onzelfstandige sociale woonruimten (bij meer dan twee eenheden) geldt hetzelfde bedrag van € 7.000 voor de businesscase en € 4.000 voor sociaal beheer per eenheid.

Gebiedsbudget uitgebreid met tien gemeenten en € 2,5 miljard extra voor mobiliteit
Een internetconsultatie is gestart over de wijziging van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, die zich richt op grootschalige woningbouwgebieden en -locaties. Met de voorgestelde wijziging worden tien gemeenten toegevoegd: Alkmaar, Apeldoorn, Hengelo, Enschede, Helmond, Eindhoven, Veldhoven, Groningen, Lelystad en Zaanstad. Deze gemeenten kunnen dan een specifieke uitkering ontvangen voor gebiedsmaatregelen die noodzakelijk zijn voor woningrealisatie.

Het uitkeringsplafond wordt verhoogd naar € 1.017.838.000 om deze uitbreiding mogelijk te maken. De middelen zijn bestemd voor fysieke gebiedsmaatregelen zoals de aanleg van openbare ruimte, toekomstbestendigheidsmaatregelen en het verwerven of verplaatsen van hindervormende activiteiten. Mobiliteits- en bereikbaarheidsmaatregelen vallen hier niet onder, maar daarvoor wordt via het Mobiliteitsfonds € 2,5 miljard extra beschikbaar gesteld. Van dit bedrag wordt naar verwachting € 1,5 miljard ingezet voor infrastructurele maatregelen in de grootschalige woningbouwgebieden om de ontsluiting en bereikbaarheid te verbeteren.

De definitieve lijst met toegevoegde gemeenten kan nog worden aangepast na Bestuurlijke Overleggen die begin november 2025 plaatsvinden. Reacties op de internetconsultatie kunnen tot 29 oktober 2025 worden ingediend.

Implicaties voor gemeenten
Deze ontwikkelingen tonen de complexiteit van het woningbouwbeleid. Terwijl het Gebiedsbudget en de SFT-regeling worden uitgebreid om meer gemeenten te ondersteunen bij specifieke woningbouwopgaven, plaatst de Rekenkamer kritische vraagtekens bij de effectiviteit van het grootste instrument, de Woningbouwimpuls. Voor gemeenten betekent dit dat zij moeten nadenken over de meest effectieve inzet van beschikbare instrumenten en dat procedurele knelpunten mogelijk een grotere belemmering vormen dan financiële tekorten.

Reacties op beide internetconsultaties kunnen tot begin november 2025 worden ingediend, waarbij gemeenten de kans krijgen hun ervaringen en wensen in te brengen voor de verdere ontwikkeling van het woningbouwbeleid.

Twee nieuwe subsidieregelingen stimuleren de opschaling van watertechnologische innovaties binnen het Groeiplan Watertechnologie van het Nationaal Groeifonds. De Tijdelijke subsidieregeling stimulering opschaling watertechnologische innovaties voor testen in een pilotomgeving en de Tijdelijke subsidieregeling stimulering fullscale demonstratieprojecten watertechnologie ondersteunen respectievelijk Programma 2 (Pilots en Testen) en Programma 3 (Fullscale demonstratie) van het GPWT.

Voor pilotprojecten kunnen consortia bestaande uit minimaal één Nederlandse technologieontwikkelaar, één marktpartij, één onderzoeksorganisatie en één eindgebruiker subsidie aanvragen. Subsidiabele activiteiten omvatten het testen en valideren van prototypes in laboratoria, doorontwikkeling, bouwen van prototypes in pilotomgevingen en monitoring. De subsidie bedraagt maximaal 25% (tot 50% voor onderzoeksorganisaties) met een maximum van € 1,5 miljoen per project.

Voor fullscale demonstratieprojecten moeten consortia bestaan uit minimaal één technologieontwikkelaar of watertechnologie-integrator en één launching customer. Deze projecten richten zich op experimentele ontwikkeling waarbij technieken zich bewijzen in integrale oplossingen binnen normale bedrijfsvoering. De subsidie bedraagt eveneens maximaal 25% (tot 50% voor onderzoeksorganisaties) met een maximum van € 2 miljoen per project.

Beide regelingen hebben twee aanvraagperiodes: van 23 oktober 2025 tot 23 januari 2026 (€ 10 miljoen voor pilots, € 13 miljoen voor demonstraties) en van 1 september tot 1 december 2029 (€ 8,4 miljoen voor pilots, € 4,7 miljoen voor demonstraties).