Naar de inhoud

De Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024-2026 is aangepast en is in 2026 opnieuw opengesteld. Deze regeling biedt gemeenten financiële ondersteuning bij hun sportuitgaven en draagt bij aan de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties, sportstimuleringsbeleid en de aanschaf van sportmaterialen.

Gemeenten kunnen een uitkering aanvragen voor diverse sportgerelateerde bestedingen in een kalenderjaar. Dit omvat kosten voor nieuwbouw, verbouw, onderhoud, beheer of exploitatie van sportfaciliteiten zoals sporthallen en sportvelden, de aankoop en het beheer van sportmaterialen en apparatuur, en dienstverlening door externe partijen. De regeling erkent daarmee de brede scope van gemeentelijke investeringen in sport en bewegen.

De hoogte van de uitkering wordt bepaald volgens twee criteria: bij de verlening geldt het maximumbedrag zoals vermeld in de verdeelsleutel per gemeente, terwijl bij de vaststelling de uitkering maximaal 18% van de werkelijk gemaakte kosten bedraagt. Deze dubbele systematiek zorgt ervoor dat gemeenten enerzijds zekerheid hebben over het maximale bedrag, en anderzijds dat de uitkering aansluit bij hun daadwerkelijke uitgaven aan sport.

Voor het kalenderjaar 2026 staat een budget van € 177 miljoen ter beschikking. Gemeenten kunnen hun aanvragen indienen van 5 januari 2026 tot en met 27 februari 2026 bij de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I). Deze financiële ondersteuning stelt gemeenten in staat om te blijven investeren in sportvoorzieningen en -beleid, wat essentieel is voor het bevorderen van sport en bewegen in de lokale gemeenschap.

De Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB) is aangepast voor 2026 met belangrijke vereenvoudigingen en verhoogde subsidiebedragen. De regeling heeft als doel de stikstofuitstoot van bouwmaterieel te reduceren en de markt voor emissieloze bouwmachines, -voertuigen en zeegaande bouwvaartuigen verder tot ontwikkeling te brengen. Voor 2026 is een totaalbudget van € 65 miljoen beschikbaar, verdeeld over drie sporen: aanschafsubsidie (€ 50 miljoen), retrofitsubsidie (€ 3 miljoen) en innovatiesubsidie (€ 12 miljoen).

De belangrijkste wijziging betreft het volledig loslaten van de koppeling met de Milieu-investeringsaftrek (MIA). Vanaf 1 januari 2026 komen bouwmachines die SSEB-subsidie ontvangen niet meer in aanmerking voor MIA, wat de complexiteit en onduidelijkheid voor aanvragers wegneemt. Door deze vereenvoudiging kunnen de subsidiepercentages worden verhoogd naar de maximaal toegestane percentages onder de Algemene Groepsvrijstellingsverordening: 30% voor het mkb en 25% voor grootbedrijven.

Voor projecten experimentele ontwikkeling wordt overgestapt van een tenderprocedure naar een ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’-systeem, waarbij alleen aanvragen die meer dan 70 punten halen in aanmerking komen. Dit biedt de bouwsector meer mogelijkheden om de subsidie te benutten doordat aanvragen op meerdere momenten per jaar kunnen worden beoordeeld. Bij meer aanvragen dan budget op één dag bepaalt puntenrangschikking de verdeling, wat de prikkel voor kwaliteitsprojecten behoudt.

Verdere verbeteringen omvatten verhoging van het maximale subsidiebedrag per aanvrager per jaar naar € 1,5 miljoen voor aanschaf- en retrofitsubsidie, verhoging van het subsidieplafond per innovatieproject naar € 1,5 miljoen, en verhoging van het maximale subsidiebedrag voor zware machines (vanaf 300kW) naar € 500.000. Aanvragen kunnen van 3 maart tot 30 oktober 2026 worden ingediend, met uitzondering van experimentele ontwikkeling (12 mei tot 30 oktober 2026).

Drie regelingen voor gemeentelijke specifieke uitkeringen zijn recent gewijzigd of ingetrokken. De Regeling specifieke uitkering Informatiepunten Digitale Overheid is per 1 januari 2026 ingetrokken en omgezet in een decentralisatie-uitkering uit het gemeentefonds. Dit betekent dat middelen voor Informatiepunten Digitale Overheid niet langer geoormerkt zijn, maar toekomen aan de algemene middelen van gemeenten. Informatiepunten Digitale Overheid zijn fysieke plekken waar mensen terecht kunnen voor hulp bij digitale overheidscontacten.

De Regeling specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA & AZWA 2024-2028 heeft belangrijke aanpassingen ondergaan. Het uitkeringsplafond is voor de derde keer verhoogd van € 64.742.677 naar € 185.742.677 vanwege meer aanvragen dan verwacht. De verhoging is gebaseerd op plannen die door marktleider zorgverzekeraars zijn goedgekeurd. Daarnaast is de werkingsduur verlengd tot 2028, zodat transformatiemiddelen beschikbaar blijven gedurende de looptijd van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord.

Voor de Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden ontstaan vertragingen door het uitblijven van begrotingsgoedkeuring door de Eerste Kamer. Hoewel de aanvraagperiode op 13 januari 2026 is gestart, mag RVO zonder begrotingsgoedkeuring geen beslissingen nemen op aanvragen. RVO zal aanvragen wel beoordelen, maar besluitvorming en voorschotuitbetaling kunnen naar verwachting pas in maart/april 2026 plaatsvinden. Deze regeling stimuleert medeoverheden om emissieloos bouwmaterieel toe te passen bij aanbestedingen en het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen te ondertekenen

De Milieulijst 2026 voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) is gepubliceerd met een fors verlaagd budget. Voor de MIA is in 2026 slechts € 135 miljoen beschikbaar, een daling van € 54 miljoen ten opzichte van de € 189 miljoen in 2025. Voor de VAMIL blijft het budget gelijk op € 20 miljoen. Deze regelingen geven fiscale stimulans aan investeringen in niet-gangbare milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen waarvan de marktintroductie ondersteund wordt.

De flinke budgetdaling bij de MIA komt vooral door aanscherpingen in de Milieulijst 2025 die het gewenste effect hebben gehad en doorwerken in de budgetraming voor 2026. Een deel van de verwachte onderuitputting van 2025 wordt ingezet om de budgetverlaging enigszins op te vangen. Daarnaast zijn er extra maatregelen genomen: 27 bedrijfsmiddelen zijn vervallen en er gelden nieuwe uitsluitingen voor bedrijven die ook gebruik maken van de Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB) of de Subsidieregeling waterstof in mobiliteit (SWIM).

De Milieulijst 2026 bevat 12 nieuwe bedrijfsmiddelen, waaronder een toiletreinigingssysteem op basis van ultrasone trillingen, UV-gewasbeschermingsinstallatie voor glastuinbouw, elektrisch aangedreven maaiboot en onkruidbestrijdingsmachine voor verhard oppervlak op basis van hoogspanning. Tegelijkertijd komen diverse bedrijfsmiddelen niet langer voor VAMIL in aanmerking omdat hun marktintroductie voorbij is, zoals elektrische vrachtwagens, bakfietsen en waterzuiveringsinstallaties voor vaartuigen.

Belangrijke aanpassingen omvatten uitbreiding van mogelijkheden voor biodiverse bedrijfsterreininrichting, focus op plasticvrij vergroenen ter ontmoediging van microplastics en verhoging van het maximale bruto vloeroppervlak voor BREEAM- en GPR-gebouwen met industriefunctie van 5.000 naar 7.000 vierkante meter om duurzaam bouwen voor het mkb haalbaarder te maken. Voor alle gebouwen op de Milieulijst moeten BENG-berekeningen voortaan worden opgesteld door vakbekwame EP-adviseurs.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de inschrijfperiode geopend voor de Pilots Uitvoeringskracht 2026 . Met deze pilots ondersteunt de VNG acht pilotprojecten gericht op versterking van de gemeentelijke uitvoeringskracht. Gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden kunnen tot 30 januari 2026 een aanvraag indienen voor een financiële bijdrage van € 200.000 (inclusief BTW) per pilot.

De pilots moeten bijdragen aan de ontwikkeling en opschaling van kansrijke oplossingen die processen vereenvoudigen, de werkdruk verlagen, het digitaal vakmanschap vergroten en de uitvoeringskracht versterken. Opgedane kennis en ervaringen worden breed gedeeld binnen het gemeentelijk veld. De impuls is bedoeld voor pilots in verschillende ontwikkelingsfasen, van een Minimal Viable Product (MVP) tot een bewezen oplossing die klaar is voor hergebruik door andere gemeenten.

Voorstellen moeten een aansprekende oplossing zijn van digitaal vernuft en procedurele vereenvoudiging met concrete meerwaarde voor inwoners, ambtenaren of de gemeentelijke organisatie. Dit kan door verhogen van de meerwaarde van gemeentelijke processen via AI-inzet of betere informatie, meer eenvoud in uitvoering door bureaucratiereductie en kortere doorlooptijd, of bevordering van digitaal vakmanschap van ambtenaren.

Succesvolle voorstellen moeten voorzien in de behoefte van een substantiële groep collega-gemeenten om de oplossing te hergebruiken, aansluiten bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie en beschikken over een gedreven projectorganisatie die per 31 december 2026 een bruikbaar en herbruikbaar resultaat kan leveren. Het selectieproces verloopt via heldere toelatings- en beoordelingscriteria.

De Energielijst 2026 voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) is bekendgemaakt met belangrijke aanpassingen om aan te sluiten bij technologische ontwikkelingen en marktomstandigheden. Voor 2026 is een budget van € 460 miljoen beschikbaar, een stijging ten opzichte van de € 431 miljoen in 2025. Er wordt rekening gehouden met ruim 9.100 aanvragende ondernemingen en circa 14.500 aanvragen, waarvan gemiddeld 70% wordt geaccepteerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De EIA biedt fiscaal voordeel aan ondernemers die investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan.

De meest opvallende wijzigingen betreffen de beperking van stimulans voor lucht/water warmtepompen en warmtepompboilers tot uitsluitend varianten met halogeenvrij koudemiddel, aangezien deze milieutechnisch de voorkeur hebben en inmiddels ruim beschikbaar zijn. Daarnaast is de omschrijving van hoogfrequent hoogrendementsladers voor tractiebatterijen verwijderd, omdat deze voornamelijk voor lood-zuur batterijen worden toegepast die vanwege hun lage efficiency en extra onderhoud steeds minder als tractiebatterijen worden gebruikt. Het gezamenlijk piekvermogen voor zonnepanelen is verhoogd van 55 kW naar 100 kW om ondernemers te ondersteunen bij investeringen in kleine systemen, aangezien de aanstaande afschaffing van de salderingsregeling gevolgen heeft voor de terugverdientijden.

Andere belangrijke aanpassingen omvatten de uitsluiting van accu’s met vloeibaar lood-zuur vanaf 2026, de toevoeging van hybride elektrische ovens om elektrificatie in de industrie te bevorderen, en nieuwe omschrijvingen voor onder meer biobased isolatiematerialen, energiezuinige ventilatietechnieken en aerodynamische vrachtwagencabines. Ook zijn cv-ketels die dienen als hoofdverwarming niet langer subsidiabel, en zijn de eisen voor energiezuinige circulatiepompen verhoogd naar IE5 om alleen de meest energiezuinige varianten te stimuleren.

Het ministerie van Klimaat en Groene Groei heeft de Energielijst 2026 in januari gerectificeerd vanwege enkele fouten in de oorspronkelijke publicatie. De correcties betroffen afwijkingen van de regeling zoals de minister die had ondertekend en zoals deze was aangeleverd bij uitgever Sdu. De belangrijkste rectificaties hadden betrekking op specificaties voor warmtepompen, maximumbedragen voor energie-investeringsaftrek, voorwaarden voor energieschermen in tuinbouwkassen, en formulering van kwantificering van energiebesparing en CO2-reductie.

Ondertussen heeft de Algemene Rekenkamer in het rapport ‘Energiebesparing stimuleren of verplichten?’ geconstateerd dat er overlap bestaat tussen energiesubsidies en de energiebesparingsplicht. Bij vier stimuleringsmaatregelen, waaronder de EIA, is er volgens de Rekenkamer met zekerheid overlap met verplichte energiebesparingsmaatregelen die bedrijven toch al moeten uitvoeren omdat ze zich binnen vijf jaar terugverdienen. In 2023 betrof dit maximaal € 51,4 miljoen (4,7% van de uitgaven) van bijna € 1,2 miljard aan energiesubsidies en fiscale aftrek. Hoewel de financiële overlap relatief beperkt is – voor elke € 21 was er € 1 die overlapte – benadrukt de Rekenkamer dat dit nog steeds ondoelmatig besteed publiek geld betreft dat beter kan worden ingezet.

Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) start dit jaar met een nieuw Fonds Coöperatief Wonen, in samenwerking met banken. Uiterlijk eind 2026 kunnen coöperatieve wooninitiatieven een financieringsaanvraag indienen bij dit fonds. Minister Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zet hiermee in op het versterken van coöperatief wonen als volwaardig alternatief op de woningmarkt, met als doel betaalbare woningen te realiseren voor mensen met een middeninkomen tot twee keer modaal.

In oktober 2025 is € 60,6 miljoen toegekend aan het SVn na een subsidietender. Het fonds richt zich op wooncoöperaties, woonverenigingen en coöperatieve initiatieven in Collectief Privaat Opdrachtgeverschap (CPO). De focus ligt op projecten van 12 tot 100 woningen die een gezamenlijke woonwens van bewoners realiseren. Voor toegankelijkheid heeft online platform Crowdbuilding subsidie ontvangen voor het opzetten van een financieringsloket dat initiatieven helpt bij het vinden van financiering.

Het fonds financiert vanaf de planfase voor initiatieven die beschikken over een locatie en instemming van de gemeente. Voor huurprojecten kan ook de bouw worden gefinancierd, wat bijdraagt aan het realiseren van middenhuurwoningen. Een eigen inleg van minimaal 5% is vereist voor alle projecten. Hoewel het fonds de financiering regelt, blijft het vinden van geschikte locaties een grote uitdaging waarbij gemeenten een cruciale rol kunnen spelen.

Gemeenten kunnen bijdragen door in omgevingsplannen ruimte te reserveren voor coöperatief wonen en dit vast onderdeel te maken van hun beleid. Dit biedt kansen om de woningbouwopgave te diversifiëren en in te spelen op de vraag naar alternatieve woonvormen. Minister Keijzer wil samen met partners zoals Cooplink, Platform31 en RVO gemeenten stimuleren om kansen voor coöperatief wonen beter te benutten en werkt aan betere informatievoorziening over juridische en fiscale vragen.

De bovengrens van de eerste schijf binnen de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) is per 2026 verhoogd van € 380.000 naar € 391.020. Deze verhoging volgt uit een door de Eerste Kamer aangenomen amendement van het Belastingplan 2026 voor een eenmalige indexatie van de eerste schijfgrens binnen de WBSO. De wijziging is op 24 december 2025 officieel bekendgemaakt in de Bijstellingsregeling directe belastingen 2026.

Voor het overige blijven in 2026 dezelfde WBSO-voorwaarden en -parameters gelden als in 2025. De Tweede Kamer heeft daarnaast twee moties aangenomen met betrekking tot de WBSO. Deze moties vragen de regering een voorstel te doen voor structurele indexatie van de eerste schijfgrens binnen het bestaande WBSO-budget en een oplossing uit te werken voor de verzilveringsproblematiek, zodat starters en scale-ups hun toegekende WBSO-voordeel kunnen claimen ook bij relatief lage loonheffing.

Ook de aftrekbedragen voor zelfstandigen zijn aangepast in de bijstellingsregeling. Zelfstandigen mogen in 2026 € 15.979 aftrekken voor Speur- en Ontwikkelingswerk (verhoogd van € 15.738), terwijl startende zelfstandigen recht hebben op € 7.996 extra aftrek (verhoogd van € 7.875).

De verhoging van de eerste schijfgrens betekent dat meer bedrijven kunnen profiteren van het hogere aftrekpercentage voor hun eerste WBSO-kosten, wat de regeling aantrekkelijker maakt voor innovatieve ondernemingen.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een internetconsultatie gestart over wijzigingen van de Subsidieregeling ondersteuning werkgevers inzet statushouders (SOWIS). De aanpassingen zijn gebaseerd op een tussentijdse evaluatie en signalen van werkgevers, brancheorganisaties, gemeenten en maatschappelijke organisaties en beogen de regeling beter aan te laten sluiten bij de praktijk.

Voor 2026 wordt het aanvraagtijdvak vastgesteld van 1 juni tot 30 september 2026, met een subsidieplafond van € 2 miljoen. Een belangrijke wijziging betreft het subsidiebedrag: werkgevers ontvangen voortaan € 3.000 per in dienst genomen statushouder, waar dit eerder een basisbedrag van € 5.000 was met verhoogde bedragen van € 8.000 en € 6.000 voor respectievelijk de eerste en tweede statushouder.

De verlaging wordt gemotiveerd doordat werkgevers voor andere activiteiten die bijdragen aan duurzame indienstneming van statushouders ook financieringsbronnen beschikbaar hebben. Dit betreft compensatie van loonkosten, het opvangen van arbeidsproductiviteitsverlies bij begeleidend personeel en inhoudelijke bijscholing. De hogere bedragen in de huidige regeling waren specifiek bedoeld voor ontwikkelkosten van (leer-)werktrajecten.

Een positieve wijziging is dat werkgevers voortaan meermaals een subsidieaanvraag kunnen indienen. Onderzoek toont aan dat werkgevers bij elke statushouder die zij in dienst nemen extra begeleidingskosten maken, ongeacht hun ervaring met het aannemen van statushouders of andere nieuwkomers. Dit komt vooral door taal- en cultuurverschillen, waardoor ook ervaren werkgevers steeds weer begeleiding nodig hebben.

Om ontwikkelkosten te compenseren ontvangen werkgevers die voor het eerst subsidie aanvragen een aanvullende bijdrage van € 3.000. Deze eenmalige vergoeding dekt de kosten voor het opzetten van een (leer-)werktraject en erkent dat de eerste stappen in het werken met statushouders extra investeringen vergen.

Voor gemeenten die betrokken zijn bij de begeleiding van statushouders naar werk bieden deze wijzigingen meer continuïteit. De mogelijkheid voor werkgevers om meermaals subsidie aan te vragen kan leiden tot meer structurele werkgelegenheid voor statushouders in de gemeente. Tegelijkertijd zorgt de verlaging van het subsidiebedrag voor een efficiëntere inzet van middelen, waarbij andere financieringsbronnen voor aanvullende ondersteuning beschikbaar blijven.

Belanghebbenden kunnen tot 9 februari 2026 reageren op de concept-wijziging via de internetconsultatie. Deze input kan bijdragen aan verdere verfijning van de regeling voordat deze definitief wordt vastgesteld.

De Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) gaat opnieuw open van 1 juni 2026 tot en met 16 oktober 2026. Dat meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Eigenaren van bestaand maatschappelijk vastgoed kunnen straks opnieuw een beroep doen op de DUMAVA-regeling. Deze subsidie helpt je om de kosten van verduurzaming te dekken. De nieuwe aanvraagperiode biedt organisaties de kans om hun vastgoed energiezuiniger en duurzamer te maken.

Wat kun je verwachten?

De exacte voorwaarden en eventuele wijzigingen voor 2026 worden later dit jaar door RVO officieel bekendgemaakt. Houd de RVO-website in de gaten voor de meest actuele informatie over de regeling.

Wat is DUMAVA?

Met de DUMAVA-regeling worden eigenaren van bestaand maatschappelijk vastgoed tegemoetgekomen in de kosten om te verduurzamen. Denk hierbij aan gebouwen zoals scholen, zorgcentra, sportaccommodaties en culturele instellingen. De subsidie draagt bij aan de energietransitie en helpt organisaties om hun duurzaamheidsdoelen te bereiken.

Wil je weten of DUMAVA iets voor jou is?

Bij Ignite Group helpen we je graag om de mogelijkheden te verkennen. We begeleiden je van screening tot aanvraag, zodat jij je kunt concentreren op wat echt belangrijk is: het realiseren van jouw duurzaamheidsambities.

Meer informatie: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/dumava