Naar de inhoud

De regeling BioBased Circular: testen van circulaire biopolyesters is aangepast en wordt opnieuw opengesteld met € 4 miljoen beschikbaar budget. De regeling stimuleert praktijkgerichte testen voor de ontwikkeling van circulaire biopolyesters zoals PEF, PLA, PHA en harsen, met projecten beperkt in tijd en budget. Doordat meerdere schakels en bedrijven betrokken zijn in de ketens van biogrondstof naar biopolyester, kunnen projecten betrekking hebben op alle schakels inclusief verwerking in applicaties en recycling.

De eerdere openstelling van de regeling leidde tot grote belangstelling en een reeks kleine innovatieprojecten bij bedrijven, met een brede betrokkenheid bij de ontwikkeling van producten gemaakt met biopolyesters. Om die belangstelling verder te ondersteunen en kansen voor nieuwe toepassingen te vinden, kunnen aanvragers bij deze nieuwe openstelling tweemaal een aanvraag indienen. Dit biedt extra mogelijkheden om voort te bouwen op eerder opgedane kennis en ervaringen.

Een belangrijke uitbreiding is dat de regeling nu ook openstaat voor grote ondernemingen, eventueel samen met ketenpartijen. Grote bedrijven zijn van belang om kansen te ontdekken voor opschaling naar grote volumes voor eindproducten die biopolyesters bevatten. De eenvoudige opzet van de regeling kan ook bij grote bedrijven tot een versnelling van innovatieprojecten leiden.

Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 22 oktober 2026 bij RVO. De heropening biedt zowel mkb-bedrijven als grote ondernemingen de kans om bij te dragen aan de ontwikkeling van duurzame biopolyesters en de transitie naar een circulaire bio-economie.

Het Innovatiebudget Digitale Overheid is een jaarlijkse competitie waarbij overheden kans maken op financiering voor innovatieve projecten rond digitale dienstverlening. Voor 2026 is een budget van € 3 miljoen beschikbaar, verdeeld over kleine en grote projecten. De nieuwe aanmeldperiode loopt van 2 maart 2026 tot en met 31 maart 2026.

Gemeenten en andere overheden kunnen deelnemen aan de competitie met een innovatief voorstel voor digitale dienstverlening of een vraagstuk waarvoor een oplossing wordt gezocht. De juridische grondslag voor het budget wordt geboden door de Regeling specifieke uitkering verbetering digitale dienstverlening. De beste projecten worden door een selectiecommissie gehonoreerd, die in juni 2026 bekendmaakt welke voorstellen budget ontvangen.

De competitie maakt onderscheid tussen twee typen projecten. Kleine projecten hebben totale projectkosten tot en met € 200.000, waarbij de aanvragende partij minimaal 25% eigen bijdrage levert. Voor kleine projecten is in aanvang een deelplafond van € 1 miljoen beschikbaar. Grote projecten hebben totale projectkosten boven de € 200.000, met een minimale eigen bijdrage van 40% en een maximale bijdrage vanuit het Innovatiebudget van € 800.000 per project. Voor grote projecten geldt een deelplafond van € 2 miljoen.

Voor gemeenten die werken aan de verbetering van hun digitale dienstverlening biedt dit budget een waardevolle kans om innovatieve ideeën te realiseren met financiële ondersteuning. Aanmelden kan van 2 maart tot en met 31 maart 2026 via de daarvoor beschikbare kanalen.

De Subsidieregeling Biotech Booster is uitgebreid met nieuwe mogelijkheden voor innovatieve startups. Het programma, gefinancierd vanuit het Nationaal Groeifonds, heeft als doel nieuwe wetenschappelijke inzichten op het gebied van biotechnologie beter tot nut te maken voor de maatschappij en het Nederlandse systeem van onderzoek, ontwikkeling en innovatie te versterken. Subsidie kan worden verstrekt voor proof of principle-projecten en proof of concept-projecten.

De belangrijkste wijziging is dat innovatieve startups vanaf de derde aanvraagronde als hoofdaanvrager kunnen optreden voor proof of principle-projecten. Voorwaarde is dat de economische activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd rechtstreeks en onmiddellijk voortkomen uit kennis van een kennisinstelling. Bij de aanvraag moet een overeenkomst worden overlegd tussen het startups en een kennisinstelling over het gebruik en de commerciële exploitatie van de kennis, vergezeld van een onderbouwd advies van een onafhankelijke jurist.

Per subsidieronde is een aanzienlijk budget beschikbaar: € 23,3 miljoen voor de derde tot en met vijfde ronde en € 21,4 miljoen voor de zesde en zevende ronde. De aanvraagrondes lopen als volgt:

  • Derde ronde: 2 maart 2026 tot en met 15 september 2026
  • Vierde ronde: 1 maart 2027 tot en met 15 september 2027
  • Vijfde ronde: 1 maart 2028 tot en met 15 september 2028
  • Zesde ronde: 1 maart 2029 tot en met 14 september 2029
  • Zevende ronde: 1 maart 2030 tot en met 13 september 2030

Door innovatieve startups toe te voegen als mogelijke hoofdaanvrager wordt de valorisatie van kennis van kennisinstellingen verder gestimuleerd. Het tijdvak en subsidieplafond van de achtste subsidieronde wordt op een later moment bekendgemaakt om te kunnen inspelen op tussentijdse ontwikkelingen in het programma.

Van 22 september tot en met 22 oktober 2026 opent de nieuwe subsidieronde van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). Met een budget van € 8 miljard is dit de belangrijkste stimuleringsregeling van de overheid voor bedrijven die inzetten op duurzame energie en CO2-reductie.

Wat is de SDE++?

De SDE++ is de belangrijkste stimuleringsregeling van de overheid voor duurzame energie en duurzame oplossingen door bedrijven. Met de regeling worden projecten gestimuleerd die duurzame energie produceren of de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Dit meldt minister Hermans van Klimaat en Groene Groei (KGG) in een brief aan de Tweede Kamer.

Budget van € 8 miljard beschikbaar

Voor de openstellingsronde die loopt van 22 september 2026 tot en met 22 oktober 2026 is een totaalbudget van € 8 miljard beschikbaar. Dit budget biedt kansen voor bedrijven en organisaties die willen investeren in duurzame energieproductie en klimaatoplossingen.

Hekjes zorgen voor evenwichtige verdeling

Net als voorgaande jaren werkt de SDE++ met zogenoemde ‘hekjes’. Dit betekent dat per domein € 750 miljoen beschikbaar is. Deze systematiek zorgt voor een evenwichtige verdeling van de beschikbare middelen en voorkomt dat één type project het volledige budget gebruikt. Zo blijft er ruimte voor verschillende vormen van duurzame energie en CO2-reductie, en wordt de ontwikkeling van meerdere technieken tegelijk ondersteund.

Bekende en nieuwe categorieën

De meeste categorieën in de komende openstellingsronde blijven vergelijkbaar met eerdere jaren. Denk hierbij aan:

  • Zonne-energie
  • Aardwarmte
  • Waterstof
  • CO2-afvang en -opslag

Nieuwe mogelijkheden

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft geadviseerd om ook enkele nieuwe categorieën aan de regeling toe te voegen, die het kabinet voornemens is open te stellen:

Zonne-energie langs wegen en spoor
Deze nieuwe categorie stimuleert dat onbenutte grond langs infrastructuur wordt gebruikt voor zonne-energieprojecten.

Uitbreiding procesgeĂŻntegreerde warmtepompen
De mogelijkheden voor procesgeĂŻntegreerde warmtepompen worden uitgebreid. Dit zorgt ervoor dat de inzet van aardgas verder kan worden voorkomen.

CO2-afvang en -opslag met koolstofarme waterstof
Er wordt gekeken naar twee nieuwe categorieën voor CO2-afvang en -opslag met koolstofarme waterstof.

Wil je weten of jouw project in aanmerking komt?

De SDE++ biedt kansen voor bedrijven die willen investeren in duurzame energie en klimaatoplossingen. Of je nu werkt aan zonne-energie, warmtepompen, waterstof of CO2-reductie: wij helpen je graag bij het beoordelen van je mogelijkheden en het indienen van een succesvolle aanvraag.

Neem contact op met onze subsidiespecialisten om te ontdekken welke kansen de SDE++ voor jouw organisatie biedt. We begeleiden je van idee tot uitvoering, zodat jij je kunt concentreren op wat echt belangrijk is: jouw bijdrage aan de energietransitie.

Van slimme automatisering tot digital twins

De Nederlandse maakindustrie is volop in beweging. Waar bedrijven jarenlang vooral sleutelden aan bestaande machines en processen, is er nu meer aan de hand. Stijgende kosten, een tekort aan technisch personeel en de overstap naar duurzamere energie zetten het speelveld flink onder druk. Tegelijkertijd openen nieuwe technologieën de deur naar slimmer, flexibeler en efficiënter produceren. Deze ontwikkeling noemen we Smart Industry.

Smart Industry is allang niet meer alleen weggelegd voor voorlopers of hightech koplopers. Voor steeds meer productiebedrijven is slim digitaliseren simpelweg nodig om (internationaal) te kunnen blijven concurreren.

In dit artikel verkennen we wat moderne industriële innovatie vandaag de dag betekent. We laten zien hoe technologieën zoals digital twins en geïntegreerde automatisering samenkomen met slim energiebeheer, en hoe subsidies kunnen helpen om deze stappen haalbaar te maken.

De basis van moderne automatisering

Smart Industry wordt vaak omschreven als de vierde industriële revolutie. In de praktijk betekent dit dat machines, systemen en mensen steeds beter met elkaar verbonden zijn. Sensoren, software en data spelen daarbij een centrale rol. In plaats van machines die alleen een vast programma afdraaien, zien we nu installaties die kunnen bijsturen op basis van actuele informatie.

Een belangrijke les uit de praktijk: succesvolle innovatie begint met overzicht. Dat vraagt om een goed ingericht digitaal systeemlandschap. Het ERP (Enterprise Resource Planning)-systeem vormt hierin het hart van de organisatie. Moderne ERP-oplossingen staan in direct contact met machines op de werkvloer. Daardoor wordt het mogelijk om materialen automatisch bij te bestellen, onderhoud te plannen op basis van werkelijk gebruik en productieprocessen beter te sturen.

Ook papierloos werken hoort daarbij. Digitale werkinstructies, die automatisch worden aangepast bij ontwerpwijzigingen, zorgen voor minder fouten en meer duidelijkheid. Voor veel mkb-bedrijven is dit een logische en haalbare eerste stap richting verdere digitalisering.

Van losse oplossingen naar één geheel

In veel bedrijven ontstaat automatisering stap voor stap. Een robotarm hier, een slimme machine daar. Het risico is dat deze oplossingen los van elkaar blijven functioneren. De robot werkt perfect, maar moet wachten op handmatige aanvoer van onderdelen. Het resultaat: tijdwinst op de ene plek, vertraging op de andere.

Echte efficiëntie ontstaat pas wanneer processen op elkaar aansluiten. Van inkoop en voorraadbeheer tot productie en kwaliteitscontrole: alles moet met elkaar communiceren. Hiervoor zijn open standaarden zoals OPC-UA onmisbaar. Ze zorgen ervoor dat machines en systemen van verschillende leveranciers toch gegevens kunnen uitwisselen.

Deze samenhang levert niet alleen snelheid op, maar ook betere kwaliteit. In sectoren met strenge eisen, zoals de voedingsmiddelenindustrie, is het cruciaal om precies te weten waar producten vandaan komen. Door scanners en sensoren te koppelen aan productiedata is volledige traceerbaarheid mogelijk. Met een paar muisklikken is te achterhalen welke grondstoffen in welk eindproduct zijn verwerkt.

Digital twins en virtual commissioning in de praktijk

Een technologie die steeds vaker wordt toegepast, is de digital twin: een digitale kopie van een machine, productielijn of proces die meedraait met de werkelijkheid en continu wordt gevoed met actuele data. Zo kunnen bedrijven processen simuleren, optimaliseren en beter voorspellen, zonder de fysieke productie te verstoren.

Deze manier van werken maakt nieuwe toepassingen mogelijk, zoals virtual commissioning. Daarbij wordt de besturingssoftware van een machine al getest voordat deze fysiek is opgebouwd. Normaal gesproken gebeurt dit pas op de werkvloer, wat vaak leidt tot verrassingen, aanpassingen en vertraging. Met virtual commissioning vindt dat testen eerder plaats, op basis van een nauwkeurig 3D-model van de machine. Virtual Commissioning levert zo de volgende voordelen op:

  • Tijdswinst: Reductie van on-site inbedrijfstellingstijd met wel 75%.
  • Foutreductie: Tot 60% van de softwarefouten wordt ontdekt voordat de fysieke machine bestaat.
  • Kostenbesparing: Een reductie van 40% tot 50% in rework-kosten tijdens de installatiefase.

Hoewel de investering aan de voorkant hoger is, betaalt deze aanpak zich vaak snel terug. Bovendien blijft het digitale model bruikbaar voor onderhoud, training van operators en het doorrekenen van toekomstige aanpassingen.

Actuele trends

Innovatie in de Smart Industry kent vele vormen. Een treffend voorbeeld is de logistieke industrie, waar geavanceerde sorteeroplossingen worden ontwikkeld. Met behulp van AI en robotica kunnen deze systemen duizenden verschillende pakketvormen volledig zelfstandig verwerken. Daarnaast zien we mkb-bedrijven die met een nieuw ERP-systeem hun complete goederenstroom digitaliseren. Dat zorgt voor meer inzicht, minder fouten en betere besluitvorming.

Ook geautomatiseerd lassen is sterk in opkomst. In de metaalsector nemen robots steeds vaker repeterend laswerk over. Ze werken sneller, leveren constante kwaliteit en verminderen de fysieke belasting voor medewerkers. Met de opkomst van cobots wordt deze technologie ook bereikbaar voor kleinere series. Deze robots zijn eenvoudiger te programmeren en werken veilig samen met mensen.

Energiebeheer als onderdeel van de strategie

Een van de grootste knelpunten voor groei is momenteel netcongestie. Veel bedrijven kunnen hun productie niet uitbreiden omdat het elektriciteitsnet vol zit. Dat vraagt om een andere manier van denken over energie.

Daarom nemen steeds vaker bedrijven zelf de regie. Energiebeheer wordt een vast onderdeel van de bedrijfsstrategie, bijvoorbeeld via:

  • Smart Energy Hubs: samenwerking op bedrijventerreinen om energie lokaal op te wekken, te delen en te gebruiken.
  • Batterijopslag: het opslaan van zonne-energie om pieken in het verbruik op te vangen.

In de praktijk spelen hierbij ook randvoorwaarden een rol, zoals vergunningen en brandveiligheidseisen (bijvoorbeeld PGS 37). Door overheden en verzekeraars vroeg te betrekken, kunnen vertragingen later worden voorkomen.

Subsidies in de Smart Industry wereld

Nieuwe technologie brengt kosten en risico’s met zich mee. Daarom ondersteunt de overheid innovatie met verschillende regelingen. Slim gebruik van subsidies kan projecten sneller rendabel maken.

  • WBSO: verlaagt de loonkosten voor onderzoek en ontwikkeling.
  • MIT Haalbaarheid: helpt bij het onderzoeken van technische en financiĂ«le kansen.
  • MIT R&D-samenwerking: stimuleert samenwerking tussen mkb-bedrijven.
  • DEI+: ondersteunt projecten die bijdragen aan minder COâ‚‚-uitstoot.
  • DHI: helpt bedrijven bij het zetten van stappen op internationale markten.

Praktische handvatten

Innovatie is geen eenmalig project, maar een doorlopend proces. Technologieën zoals AR en VR worden nog weinig gebruikt, terwijl ze juist kansen bieden voor onderhoud en ondersteuning op afstand. Denk aan een monteur die via een AR-bril live hulp krijgt van een specialist.

Voor bedrijven die willen starten, zijn vier uitgangspunten belangrijk:

  1. Begin behapbaar, maar kijk vooruit: pak één knelpunt aan, met oog voor toekomstige uitbreiding.
  2. Blijf processen evalueren: soms zit de winst in een update of kleine aanpassing.
  3. Neem medewerkers mee: laat zien hoe technologie het werk veiliger en interessanter maakt.
  4. Denk aan randvoorwaarden: energie en vergunningen zijn geen bijzaak, maar onderdeel van het plan.

Conclusie

Innovatie in de maakindustrie draait allang niet meer alleen om machines. Het gaat om slimme samenwerking tussen data, processen en energie. Bedrijven die deze samenhang weten te benutten, verkleinen risico’s en vergroten hun wendbaarheid. De technologie is beschikbaar, de ondersteuning ook. Nu is het moment om de volgende stap te zetten richting een goed verbonden, toekomstbestendige productieomgeving.

Wil je meer weten over dit onderwerp in het algemeen of subsidiemogelijkheden? Ignite Group denkt graag met je mee.

De Stimuleringsregeling Leren en Ontwikkelen in mkb‑ondernemingen (SLIM‑regeling) ondersteunt mkb‑bedrijven en samenwerkingsverbanden bij het versterken van een leven lang ontwikkelen. Met deze subsidie investeer je gericht in het structureel versterken van leren en ontwikkelen binnen je organisatie, en daarmee in de toekomstbestendigheid van je onderneming.

De regeling helpt bedrijven om structureel aandacht te besteden aan leren en ontwikkelen, bijvoorbeeld door inzicht te krijgen in ontwikkelbehoeften, het inrichten en/of verbeteren van leer en ontwikkelprocessen, of het ontwikkelen van een structurele leer en ontwikkelaanpak.

Wil je meer weten over de SLIM‑regeling en hoe deze kan bijdragen aan jouw organisatie? Op de SLIM‑regeling pagina van Ignite Group vind je uitgebreide informatie over voorwaarden, aanpak en kansen.

Wat is een SLIM‑project?

Een SLIM‑project bestaat uit activiteiten die leren en ontwikkelen binnen de onderneming (of sector) stimuleren. Het gaat nadrukkelijk niet om individuele opleidingskosten, maar om het structureel versterken van het leervermogen van de organisatie.

Veelvoorkomende subsidiabele activiteiten zijn:

  • Doorlichting van de onderneming: Analyse van scholings en ontwikkelbehoeften en het formuleren of actualiseren van een organisatiebreed ontwikkelplan gericht op structureel leren en ontwikkelen;
  • Samenwerken en leren van elkaar: Afdelingen laten samenwerken en knelpunten in kaart te brengen, met als doel toekomstige skillsets te ontwikkelen;
  • Loopbaan en ontwikkeladviezen: Individuele loopbaan en ontwikkeladviezen, uitgevoerd door een erkende externe adviseur;
  • L&O-methodieken en systemen: Het ontwikkelen of invoeren van methodieken, instrumenten of systemen die leren en ontwikkelen ondersteunen, zoals periodieke ontwikkelgesprekken, een interne academy of een digitaal leerportaal.

Externe begeleiding (zoals HR‑adviseurs, opleidingskundigen of procesbegeleiders) is toegestaan en vaak essentieel, maar de activiteiten moeten altijd direct bijdragen aan de organisatie en haar medewerkers.

Het maximale subsidiebedrag verschilt per sector en aanvraagronde. Voor individuele mkb‑bedrijven geldt een subsidiepercentage van 60% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 24.999.

Do’s – dit werkt in je voordeel

Dont’s – dit kost punten of leidt tot afwijzing

1. Richt je op structurele verbetering

Richt je op structurele verbetering van leren en ontwikkelen binnen de organisatie. De SLIM‑regeling is bedoeld om leren en ontwikkelen duurzaam te verankeren in de organisatie.

1. Dien geen aanvraag in voor reguliere opleidingskosten

Cursussen, trainingen of certificeringen zijn niet subsidiabel binnen de SLIM.

2. Onderbouw de ontwikkelbehoefte

Maak inzichtelijk waar de knelpunten zitten: denk aan huidige en toekomstige vaardigheden, veranderingen in de markt, technologie of organisatie.

2. Start niet met de uitvoering vóór toekenning.

Enkel kosten binnen de projectperiode zijn subsidiabel.

3. Formuleer concrete activiteiten en resultaten

Beschrijf wat je gaat doen, hoe je dat aanpakt en welk resultaat dit oplevert voor medewerkers én organisatie.

3. Blijf niet te algemeen

Aanvragen zonder concrete aanpak, planning of meetbare resultaten zijn kwetsbaar.

4. Zorg voor een realistische planning en begroting

De activiteiten moeten uitvoerbaar zijn binnen de projectperiode en logisch aansluiten bij de doelstellingen.

4. Onderschat de administratieve eisen niet

Onvolledige aanvragen of ontbrekende bijlagen kunnen leiden tot afwijzing.

5. Check tijdig de openstelling en voorwaarden

De SLIM‑regeling werkt met vaste openstellingsrondes. Voorbereiding vooraf is cruciaal.

5. Negeer de staatssteunregels niet

Ook bij de SLIM‑regeling wordt getoetst of je onderneming voldoet aan de geldende staatssteunvoorwaarden.

 

Snelle checklist voor de laatste fase

Zorg dat je dit op orde hebt vóór indiening:

  • Duidelijke beschrijving van het leer‑ en ontwikkelvraagstuk;
  • Concrete activiteiten met meetbare output;
  • Realistische begroting en planning;
  • Onderbouwing van het structurele karakter;
  • Alle verplichte formats, bijlagen en juiste ondertekening.

Fullservice ondersteuning: van aanvraag tot afronding

Een SLIM‑aanvraag lijkt laagdrempelig, maar vraagt in de praktijk om een scherpe afbakening van activiteiten, een goede onderbouwing en een correcte administratieve afhandeling. Veel organisaties onderschatten de tijd en expertise die nodig is om een sterke aanvraag op te stellen en succesvol uit te voeren.

Ignite Group neemt dit volledige traject uit handen.

Met meer dan 30 jaar ervaring in subsidieregelingen en diepgaande kennis van de SLIM‑regeling begeleiden wij je van idee tot en met de eindverantwoording.

Wat wij voor je kunnen doen:

  • Voorbereiding en aanvraag: Analyse of de SLIM‑regeling past, aanscherpen van doelstellingen, controleren van verplichte formats, bijlagen en juiste ondertekening, opstellen van projectplan en begroting, en een tijdige indiening;
  • Begeleiding tijdens uitvoering: Ondersteuning bij voortgang, communicatie met de subsidieverstrekker en rapportages;
  • Eindverantwoording en vervolgstappen: FinanciĂ«le afwikkeling en advies over vervolgsubsidies of bredere HR‑ en ontwikkelstrategieĂ«n.

Jouw voordeel:

  • Geen onnodige interne tijdsinvestering;
  • Maximale kans op toekenning;
  • Zekerheid dat je voldoet aan alle voorwaarden;
  • EĂ©n vast aanspreekpunt gedurende het hele traject.

Wil je weten of de SLIM‑regeling past bij jouw organisatie?

Neem contact op met Ignite Group voor een vrijblijvend gesprek. We denken graag met je mee over de mogelijkheden en zorgen voor een soepel en professioneel subsidieproces.

Goed nieuws voor innovatieve bedrijven: de WBSO wordt uitgebreid en vereenvoudigd 

Het recent gepresenteerde coalitieakkoord bevat veelbelovend nieuws voor bedrijven die investeren in innovatie en technologie. De nieuwe coalitie kiest voor een fiscaal stabiel vestigingsklimaat en wil bedrijven extra ondersteunen bij investeringen die passen bij de economie van de toekomst. Een belangrijk onderdeel daarvan is de uitbreiding en vereenvoudiging van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). 

Drie belangrijke ontwikkelingen voor de WBSO en andere fiscale stimuleringsregelingen 

1 Behoud én uitbreiding van fiscale stimuleringsregelingen

De coalitie kiest nadrukkelijk voor stabiliteit en continuïteit in het fiscale vestigingsklimaat. Fiscale stimuleringsregelingen zoals de WBSO, de Innovatiebox, de EIA, de MIA en de VAMIL blijven behouden. Sterker nog: deze regelingen worden waar mogelijk uitgebreid om bedrijven te ondersteunen in investeringen die passen bij de economie van de toekomst. 

Voor bedrijven die investeren in onderzoek en ontwikkeling betekent dit dat de WBSO een betrouwbaar instrument blijft om innovatiekosten te verlagen. De regeling biedt fiscale voordelen op loonkosten en andere S&O-kosten, waardoor innovatieve projecten financieel aantrekkelijker worden. 

2 Extra focus op AI en technologieontwikkeling

Een opvallende uitbreiding in het coalitieakkoord is de nadrukkelijke stimulering van AI-ontwikkeling binnen de WBSO. De regeling wordt specifiek uitgebreid voor ontwikkeling van AI en technologie. Dit betekent dat bedrijven die werken aan kunstmatige intelligentie en geavanceerde technologieën extra worden aangemoedigd om deze innovaties verder te ontwikkelen. 

Deze uitbreiding sluit aan bij de internationale trend waarin AI wordt gezien als een cruciale technologie voor economische groei en concurrentiekracht. Voor bedrijven die actief zijn in AI-ontwikkeling, machine learning, data science en aanverwante gebieden, biedt dit nieuwe kansen om fiscaal voordeel te behalen op hun innovatie-investeringen. 

3 Minder complexiteit en administratieve lasten

Naast de inhoudelijke uitbreiding wil de coalitie ook stappen zetten om de WBSO minder complex te maken en de administratieve lasten te verminderen. Dit is goed nieuws voor bedrijven die de regeling nu als te bewerkelijk ervaren. 

Hoewel de precieze maatregelen voor vereenvoudiging nog moeten worden uitgewerkt, is de intentie duidelijk: de WBSO moet toegankelijker worden, zodat meer bedrijven kunnen profiteren van de fiscale voordelen zonder te verdrinken in administratie. 

Wat betekent dit voor jouw organisatie? 

Deze ontwikkelingen bieden concrete kansen: 

  • Voor tech- en AI-bedrijven: De uitbreiding voor AI en technologie maakt de WBSO nog aantrekkelijker. Als je werkt aan innovatieve technologieprojecten, kan dit extra fiscaal voordeel opleveren. 
  • Voor alle innovatieve bedrijven: De bevestiging dat de WBSO behouden blijft, geeft zekerheid voor meerjarige innovatieplannen. Je kunt rekenen op continuĂŻteit in de fiscale ondersteuning. 
  • Voor bedrijven die de WBSO complex vinden: De aangekondigde vereenvoudiging kan de drempel verlagen om van de regeling gebruik te maken. 

Andere relevante subsidie- en fiscale ontwikkelingen 

Het coalitieakkoord bevat meer interessant nieuws voor bedrijven: 

  • De Innovatiebox blijft behouden, waardoor winsten uit innovatie tegen een verlaagd tarief belast blijven. 
  • De EIA, MIA en VAMIL worden waar mogelijk samengevoegd tot één robuuste investeringsregeling voor duurzame en milieuvriendelijke investeringen. 
  • Kredieten voor het mkb, zoals de BMKB, blijven onverminderd in stand. 
  • De SDE++ wordt verlengd met zes nieuwe openstellingsrondes voor duurzame energieprojecten. 

Volgende stappen 

De aankondigingen in het coalitieakkoord zijn veelbelovend, maar de concrete uitwerking moet nog volgen. Het is belangrijk om de ontwikkelingen nauwlettend te volgen en te kijken hoe de uitbreiding van de WBSO voor AI en technologie precies vorm krijgt.  

Wil je weten of jouw organisatie kan profiteren van de WBSO? Of ben je benieuwd hoe de aangekondigde wijzigingen impact hebben op jouw innovatieprojecten? Neem contact met ons op. Onze experts helpen je graag om de mogelijkheden in kaart te brengen en de juiste subsidie-aanpak te bepalen. 

 

De sleutel tot een innovatief team

Innovatie staat of valt met mensen. Nieuwe technologieën, producten en diensten ontstaan niet vanzelf; ze worden ontwikkeld door medewerkers die beschikken over de juiste kennis, vaardigheden en leervermogen. Toch zien we in de praktijk dat innovatiebeleid en personeelsontwikkeling vaak nog los van elkaar worden georganiseerd. Dat is een gemiste kans. Door een cultuur van leven lang ontwikkelen structureel te verbinden aan innovatieprojecten, ontstaat een duurzaam fundament voor groei én subsidievoordeel.

Voor organisaties die actief zijn binnen WBSO-trajecten, MIT Haalbaarheidsprojecten of DHI-projecten ligt hier een concrete kans. Met subsidies zoals SLIM kunnen bedrijven investeren in de ontwikkeling van hun medewerkers, terwijl deze leerinvesteringen tegelijkertijd de voedingsbodem vormen voor nieuwe innovatieprojecten. Meer kennis leidt immers tot meer innovatie, en meer innovatie vergroot de kans op toegang tot aanvullende innovatiesubsidies. Let op: SLIM financiert geen technologische ontwikkelingen, maar ondersteunt uitsluitend leer- en ontwikkelstructuren voor mensen en teams.

In dit artikel laten we zien hoe een continue leerstructuur innovatie kan ondersteunen en geven we een praktisch stappenplan om kennisontwikkeling stevig te verankeren in uw innovatieaanpak.

Strategisch inzetten op continue ontwikkeling

Continu leren en ontwikkelen is geen los HR-thema meer. Het is een strategisch instrument om organisaties wendbaar, innovatief en toekomstbestendig te houden. Zeker in sectoren waar technologische ontwikkeling snel gaat, is het continu actualiseren van kennis geen luxe, maar noodzaak.

Vanuit beleidsmatig perspectief sluit dit aan bij de bredere doelstellingen van de overheid: het versterken van het innovatievermogen van het Nederlandse bedrijfsleven én het duurzaam inzetbaar houden van medewerkers. De SLIM-subsidie is expliciet ontworpen om leren en ontwikkelen binnen mkb-organisaties te stimuleren, met aandacht voor structurele leeroplossingen in plaats van losse opleidingen.

Wanneer kennisontwikkeling wordt gekoppeld aan innovatieprojecten, ontstaat een versterkend geheel:

  • Innovatieprojecten maken duidelijk welke kennis ontbreekt of ontwikkeld moet worden.
  • Gerichte scholing en kennisborging vergroten de slagingskans van die projecten.
  • Succesvolle innovatieprojecten creĂ«ren weer nieuwe ontwikkelvragen.

Zo ontstaat een continu leer- en innovatieproces.

De rol van SLIM in innovatiegerichte leerstructuren

De SLIM-subsidie biedt ruimte voor activiteiten die direct bijdragen aan het versterken van leer- en ontwikkelstructuren binnen organisaties. Denk aan:

  • Het in kaart brengen van huidige en toekomstige kennisbehoeften.
  • Het ontwikkelen van opleidings- en leerplannen.
  • Het opzetten van interne academies, leerlijnen of andere kennisdelingsstructuren.
  • Het borgen van kennis die wordt opgedaan in projecten.

Voor innovatiegerichte organisaties is dit bijzonder relevant. Veel kennis die binnen WBSO-projecten wordt ontwikkeld, blijft impliciet: aanwezig in de hoofden van projectmedewerkers, maar niet structureel vastgelegd of gedeeld. SLIM kan worden ingezet om deze kennis expliciet te maken en te vertalen naar leerprogramma’s voor bredere teams.

Hiermee fungeert SLIM als katalysator voor innovatie: niet door het project zelf te financieren, maar door te investeren in de mensen die het project mogelijk maken.

Belangrijk: SLIM investeert niet in technologie, maar in de groei en ontwikkeling van mensen en teams.

Een plan van aanpak: kennisontwikkeling verbinden aan innovatie

Stap 1: Breng innovatie- en leerdoelen samen

De eerste stap is het expliciet koppelen van innovatie-ambities aan leerdoelen. Welke technologische of organisatorische vernieuwingen staan op de roadmap? En welke kennis en vaardigheden zijn daarvoor nodig?

Door innovatieprojecten (bijvoorbeeld WBSO-trajecten) te analyseren op kenniscomponenten, ontstaat inzicht in:

  • Waar nieuwe kennis wordt ontwikkeld.
  • Welke competenties schaars of kwetsbaar zijn.
  • Welke leerbehoeften structureel terugkeren.

Deze analyse vormt de basis voor een SLIM-aanvraag die logisch aansluit op de innovatiepraktijk.

Stap 2: Betrek HR bij innovatieplanning

Innovatie is geen exclusieve verantwoordelijkheid van R&D of innovatieafdelingen. HR speelt een cruciale rol in het duurzaam organiseren van kennisontwikkeling. Door HR vanaf het begin te betrekken bij innovatieplanning, kunnen leerinterventies tijdig en doelgericht worden ingericht.

Concreet betekent dit:

  • Gezamenlijke sessies waarin innovatie- en HR-doelstellingen worden afgestemd.
  • HR die meedenkt over opleidingsvormen, loopbaanpaden en kennisborging.
  • Innovatiemanagers die leeractiviteiten zien als integraal onderdeel van projectplanning.

Deze samenwerking sluit aan bij de beleidslogica van SLIM, waarin structurele verankering van leren centraal staat.

Stap 3: Ontwerp leerstructuren rondom projecten

In plaats van losse trainingen, is het effectiever om leerstructuren te ontwerpen die direct gekoppeld zijn aan lopende en toekomstige innovatieprojecten. Denk aan:

  • Projectoverstijgende leerlijnen voor specifieke technologieĂ«n.
  • Interne kennisdelingssessies na afronding van WBSO-projecten.
  • Mentorschap waarbij ervaren projectleden kennis overdragen aan junioren.

SLIM biedt ruimte om deze structuren te ontwikkelen en te implementeren, zolang het gaat om het versterken van het leervermogen van de organisatie.

Stap 4: Borg kennis en maak impact meetbaar

Een belangrijk aandachtspunt is kennisborging. Innovatieprojecten leveren waardevolle inzichten op, maar zonder borging verdwijnt deze kennis vaak bij personeelswisselingen of nieuwe prioriteiten.

Door SLIM-activiteiten te richten op documentatie, interne opleidingen en kennisplatforms, wordt innovatiekennis duurzaam beschikbaar. Dit versterkt niet alleen toekomstige projecten, maar vergroot ook de onderbouwing voor vervolgsubsidies zoals WBSO of MIT.

Praktische tips voor een samenhangende subsidietactiek

  1. Koppel leerdoelen expliciet aan WBSO-projectenMaak inzichtelijk welke kennisontwikkeling plaatsvindt binnen innovatietrajecten en vertaal dit naar leerdoelen. Dit helpt bij het legitimeren van SLIM-activiteiten en versterkt de inhoudelijke samenhang.
  2. Gebruik SLIM als voorbereiding op toekomstige innovatieSLIM hoeft niet alleen te worden ingezet voor bestaande projecten. Ook het opleiden van medewerkers voor toekomstige innovatieplannen past binnen de regeling en vergroot de innovatiecapaciteit op middellange termijn.
  3. Combineer SLIM en WBSO binnen één strategisch kaderHoewel SLIM en WBSO verschillende doelen en spelregels kennen, versterken ze elkaar inhoudelijk. Door ze te benaderen als onderdelen van één innovatie- en personeelsstrategie, ontstaat meer focus en rendement.
  4. Denk vanuit beleid, niet vanuit subsidieSubsidies zijn middelen, geen doelen. Organisaties die vertrekken vanuit hun langetermijnvisie op innovatie, hebben doorgaans meer succes in zowel SLIM- als innovatietrajecten.

Van losse initiatieven naar structurele aanpak

De kracht van een innovatietraject zit in de structurele aanpak. Niet één training of één project, maar een doorlopende cyclus van leren, toepassen en vernieuwen. Door SLIM te benutten voor het versterken van leerstructuren en deze te verbinden aan innovatieprojecten, ontstaat een organisatie die continu in ontwikkeling is.

Voor directieleden, innovatiemanagers en HR-professionals ligt hier een strategische opgave: bekijk innovatie en personeelsontwikkeling niet langer als gescheiden werelden, maar als twee kanten van dezelfde medaille.

Aan de slag

Neem je innovatie- en personeelsstrategie integraal onder de loep. Wordt kennisontwikkeling structureel verbonden aan innovatieprojecten? En benut je de mogelijkheden van SLIM om je mensen en daarmee jouw innovatiekracht duurzaam te versterken?

Neem vandaag nog contact met ons op. We denken graag mee over het verbinden van leren, innovatie en subsidie binnen één samenhangende strategie.

De subsidieregeling MIT Haalbaarheid helpt mkb-bedrijven de technische en economische haalbaarheid van innovaties te onderzoeken. De uitkomsten dragen bij aan de beslissing om over te gaan op de research and development (R&D)-fase. 

Wil je meer weten over de MIT HBH en hoe deze regeling voor jouw innovatie kan werken? Op de MIT haalbaarheidsregeling pagina van Ignite Group vind je uitgebreide informatie over voorwaarden, aanpak en mogelijkheden. 

 

Wat is een MIT-haalbaarheidsproject 

Een MIT-haalbaarheidsproject bestaat uit een haalbaarheidsstudie, of een combinatie van haalbaarheidsstudie en initieel industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling. Doorgaans moet minimaal 60 procent van de activiteiten en bijbehorende kosten onder de haalbaarheidsstudie vallen.  

Veelvoorkomende activiteiten binnen de haalbaarheidsstudie zijn literatuuronderzoek, octrooionderzoek, marktverkenning of een concurrentieanalyse. Een deel van de kosten hiervoor mag bestaan uit externe ondersteuning, bijvoorbeeld door het inhuren van een IP-advocaat of gespecialiseerde markt- of technisch adviseur, maar de focus van de regeling ligt op eigen (interne) uren.  

Het subsidiepercentage en het maximale subsidiebedrag verschillen per regio en per jaar. In 2025 hanteerden de provincies doorgaans een subsidiepercentage van 35%, met een maximum van € 20.000. 

 

Do’s en dont’s in één overzicht 

Do’s – dit werkt in je voordeel  Dont’s – dit kost punten of leidt tot afwijzing 
1. Formuleer toetsbare haalbaarheidsvragen 

Maak zichtbaar welke vragen je gaat beantwoorden, en welke beslisinformatie dat oplevert. De haalbaarheidsstudie moet bijdragen aan een onderbouwd besluit: start je met een R&D-vervolgtraject, en hoe ziet dat eruit? 

1. Start niet voordat je aanvraag is ontvangen 

Regionale loketten hanteren als weigeringsgrond dat de uitvoering is gestart voordat de aanvraag is ontvangen. Dit gaat in de praktijk ook over het aangaan van verplichtingen die als start kunnen tellen. 

2. Onderbouw vernieuwing, economisch perspectief en uitvoerbaarheid 

Laat zien wat er nieuw is, waarom het technisch en financieel risicovol is, en waarom jouw organisatie het vervolg kan realiseren. Regionale loketten toetsen onder meer op vernieuwing, economisch perspectief, uitvoerbaarheid en impact op het missiegedreven beleid. 

2. Dien niet meerdere aanvragen in binnen dezelfde openstellingsperiode vanuit dezelfde groep 

Als de groep, inclusief partner en verbonden ondernemingen, al een aanvraag heeft ingediend in dezelfde openstellingsperiode, kan dit een weigeringsgrond zijn. 

3. Houd minimaal 60 procent haalbaarheidsstudie strak in je plan en begroting 

Zorg dat je werkpakketten, uren en externe kosten laten zien dat de haalbaarheidsstudie de hoofdmoot is. Dit is een harde valkuil als je te snel richting ontwikkeling schuift. Veel regionale varianten hanteren deze 60 procent-eis expliciet. 

3. Ga niet uit van vaste bedragen en percentages 

Percentages en maxima wijzigen, en verschillen per regio. Gebruik regionale regelingtekst en loketinformatie als leidend. Controleer altijd de actuele voorwaarden op de website van jouw regionale loket. 

4. Koppel je project aan de missies, KIA’s en sleuteltechnologieĂ«n 

Het project moet aansluiten op missies, KIA’s en sleuteltechnologieĂ«n van het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid. De MIT stimuleert het mkb om bij te dragen aan de kennis- en innovatieagenda’s van de Missies voor de toekomst. 

4. Maak er geen marketingplan van 

Een haalbaarheidsproject draait om risico’s concretiseren en bewijzen verzamelen voor een besluit. Aanvragen die vooral pitch zijn en weinig onderzoeksvragen en aanpak bevatten, zijn kwetsbaar. De praktijk wijst uit dat dit een veelvoorkomende valkuil is. 

5. Werk vanuit de regionale procedure, en zorg dat je op tijd en volledig bent 

Regio’s werken bij deze regeling doorgaans met beoordeling op volgorde van binnenkomst (first come, first served). Ook is de regeling erg populair. Daarom moet de aanvraag bij veel provincies al op de eerste dag van de opening van het loket worden ingediend. Zorg dat je alle verplichte bijlagen en het volledige projectplan gereed hebt voordat de regeling opengaat en voordat je inlogt in het portaal. 

5. Onderneming in financiële moeilijkheden  

Bij de subsidieaanvraag wordt getoetst of sprake is van een onderneming in financiële moeilijkheden. Een negatieve uitkomst kan leiden tot afwijzing. Controleer dit voor het starten van een aanvraag daarom goed.  

 

 

 

Snelle checklist voor de laatste week 

Zorg dat je dit op orde hebt, voordat het loket opent: 

  • Heldere onderzoeksvragen met meetbare output 
  • Begroting die laat zien dat het project minimaal uit 60 procent haalbaarheidsstudie bestaat 
  • Onderbouwing van mate van vernieuwing, risico, economisch perspectief en uitvoerbaarheid 
  • Aansluiting op missies en kennis- en innovatieagenda’s 
  • Alle verplichte formats, bijlagen en juiste ondertekening 

 

Fullservice ondersteuning: van aanvraag tot eindverantwoording 

Een MIT HBH‑aanvraag vraagt om meer dan alleen een goed idee. Je moet de juiste balans vinden tussen haalbaarheid en ontwikkeling, aansluiten bij missies en KIA’s, en rekening houden met regionale verschillen in eisen en procedures. Daarnaast vraagt het om scherpe, toetsbare onderzoeksvragen en snel schakelen binnen strakke deadlines. In de praktijk wordt vaak onderschat hoeveel tijd en expertise dit kost, met als gevolg onvolledige, te late of inhoudelijk onvoldoende aanvragen. 

 

Ignite Group neemt het complete traject uit handen.

Met meer dan 30 jaar ervaring in subsidieadvies en gespecialiseerde kennis van de regeling, begeleiden wij je van A tot Z. 

Wat wij voor je doen: 

  • Voorbereiding en aanvraag: We analyseren of MIT HBH bij jouw innovatie past, formuleren toetsbare haalbaarheidsvragen, stellen het projectplan en de begroting op, en zorgen voor alle verplichte bijlagen. We dienen de aanvraag tijdig in via het juiste regionale loket. 
  • Begeleiding tijdens uitvoering: We bewaken deadlines, onderhouden contact met de subsidieverstrekker, en verzorgen tussentijdse en eindrapportages. 
  • Eindverantwoording en afwikkeling: We regelen de financiĂ«le verantwoording en verkennen vervolgmogelijkheden zoals R&D-subsidies.

Jouw voordeel: 

  • Geen weken interne capaciteit kwijt 
  • Maximale kans op toewijzing door expertise en ervaring 
  • Zekerheid dat alle eisen en deadlines worden gehaald 
  • EĂ©n aanspreekpunt gedurende het hele traject 

 

Wil je weten of MIT HBH bij jouw innovatie past? 

Neem contact op met Ignite Group voor een vrijblijvend gesprek. We denken graag met je mee over de mogelijkheden en nemen het complete traject uit handen. 

 

 

Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft de komst van de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (VBR) aangekondigd. Deze nieuwe regeling biedt veehouders die willen stoppen, bijvoorbeeld vanwege ontbrekende bedrijfsopvolging, een ruimhartige subsidie voor het beëindigen van hun bedrijf. Voor de regeling is € 750 miljoen beschikbaar gesteld en het doel is stikstofreductie te realiseren zodat natuur kan herstellen en vergunningverlening geleidelijk weer mogelijk wordt.

De VBR richt zich op veehouderijlocaties met melkvee, varkens, pluimvee, vleeskalveren, overig rundvee, geiten, vleeseenden en konijnen. Een belangrijk verschil met bestaande vrijwillige beëindigingsregelingen is dat aanvragen in twee rondes worden beoordeeld. Veehouderijlocaties binnen 1000 meter van overbelaste Natura 2000-gebieden krijgen voorrang en ontvangen 110% van de waarde als vergoeding. Na deze eerste ronde kunnen ook locaties buiten deze strook aanspraak maken op subsidie, maar tegen 100% van de waarde.

Door prioriteit te geven aan bedrijven dicht bij overbelaste natuurgebieden draagt de regeling gericht bij aan het verminderen van stikstofneerslag en het stimuleren van vergunningverlening. De hogere vergoeding van 110% voor bedrijven binnen de 1000-meterstrook weerspiegelt de urgentie van de stikstofproblematiek in deze gebieden en biedt een extra stimulans voor vrijwillige beëindiging.

De concept-regeling is in internetconsultatie gegaan (reacties mogelijk tot 9 februari 2026) en wordt tegelijkertijd voor pre-notificatie naar de Europese Commissie gestuurd voor goedkeuring als geoorloofde staatssteun. Na verwerking van consultatiereacties en eventuele aanpassingen volgt de formele notificatieprocedure bij de Europese Commissie. Het kabinet hoopt dat de regeling medio 2026 kan openstellen, afhankelijk van de duur van de goedkeuringsprocedures.