Naar de inhoud

Staatssecretaris Tielen heeft aangekondigd de Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024-2025 te willen verlengen en volgend jaar opnieuw open te stellen. Deze regeling ondersteunt gemeenten bij hun uitgaven aan sport door de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties, sportstimuleringsbeleid en de aanschaf van sportmaterialen te stimuleren.

De voorgestelde wijziging verlengt de looptijd van de regeling met één jaar tot 1 september 2027 en voegt een nieuwe aanvraagperiode toe voor het kalenderjaar 2026. Gemeenten kunnen van 5 januari 2026 tot en met 27 februari 2026 aanvragen indienen voor een uitkeringsplafond van € 177 miljoen. De citeertitel van de regeling wordt aangepast naar ‘SPUK Stimulering Sport 2024-2026’ om de uitbreiding naar 2026 duidelijk te maken.

Deze verlenging biedt gemeenten continuïteit in de financiering van sportvoorzieningen en -beleid, wat belangrijk is voor het behoud en de ontwikkeling van de lokale sportinfrastructuur. De Tweede Kamer krijgt de mogelijkheid zich uit te spreken over deze wijzigingen voordat deze officieel worden vastgesteld. Tielen streeft naar inwerkingtreding van de gewijzigde regeling op 1 januari 2026.

Voor gemeenten betekent deze verlenging dat zij ook in 2026 kunnen rekenen op financiële ondersteuning voor hun sportbeleid en -voorzieningen. Dit is van belang voor de continuïteit van lopende projecten en het opstarten van nieuwe initiatieven om sport en bewegen in de gemeente te bevorderen.

De regeling Samenwerken aan innovatie door operationele groepen in het kader van EIP is aangepast door de module ‘EIP Digitalisering’ uit te breiden naar ‘EIP Digitalisering en Robotisering’. Deze wijziging heeft als doel innovaties met robots in de landbouw te versnellen om arbeidsbesparingen te realiseren, de arbeidskwaliteit te verbeteren en duurzaamheid in de agrarische bedrijfsvoering te bevorderen.

De toevoeging van robotisering aan de digitaliseringsmodule is gebaseerd op de noodzaak van een goed ontwikkelde digitale omgeving voor het functioneren van robots. Door aansluiting bij het Actieprogramma Digitalisering kan bij de ontwikkeling van nieuwe robotdiensten worden doorgebouwd op de digitale randvoorwaarden die daarin zijn opgenomen. De regeling richt zich op het ontwikkelen, doorontwikkelen of toepasbaar maken van landbouwrobots in de praktijk, inclusief drones.

De gewijzigde module wordt opengesteld van 11 november 2025 tot 7 januari 2026 met een budget van € 10,47 miljoen. Projecten kunnen zich richten op robotica-ontwikkeling of op digitale randvoorwaarden zoals standaardisering, data-zeggenschap, interoperabiliteit, algoritme-ontwikkeling en cyberveiligheid. Typische samenwerkingsverbanden bestaan uit agrarische ondernemers, technologie-ontwikkelaars, kennisinstellingen, loonwerkers en brancheorganisaties.

De regeling ondersteunt het praktijkrijp maken en communiceren van innovaties voor grootschalige toepassing ten behoeve van een toekomstbestendige landbouw die bijdraagt aan natuur-, klimaat- en waterdoelen.

 

De Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid ondergaat vanaf 2026 belangrijke wijzigingen in de uitkeringsvorm. Zowel de CDOKE-basisfinanciering als de CDOKE voor specifieke plannen krijgen een andere financieringsstructuur, waarbij gemeenten hun beleids- en bestedingsvrijheid behouden.

In de septembercirculaire van 16 september 2025 zijn de bedragen per gemeente voor de uitvoeringsmiddelen voor 2026 bekendgemaakt. Alle gemeenten ontvangen basisfinanciering, en gemeenten die ook planfinanciering krijgen, ontvangen het totaalbedrag inclusief deze planfinanciering. De belangrijkste verandering is dat de middelen in 2026 niet langer via een Speciale Uitkering worden uitgekeerd, maar via een decentralisatie-uitkering.

Naar verwachting wordt deze decentralisatie-uitkering vanaf 2027 vervangen door een bijzondere fondsuitkering, die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties momenteel ontwikkelt. In beide gevallen worden de middelen rechtstreeks aan het gemeentefonds uitgekeerd, waardoor gemeenten hun autonomie in beleid en besteding behouden. Onder de BFU zal er wel een vorm van labelling en verantwoording gelden, maar de precieze invulling hiervan is nog onbekend.

Voor de CDOKE voor specifieke plannen geldt dat de tijdelijke regeling niet meer wordt geopend. Het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten werken momenteel uit hoe er vanaf 2026 uitvoeringsmiddelen op basis van plannen kunnen worden aangevraagd. Gemeenten die in 2024 of 2025 planfinanciering hebben toegezegd gekregen, kunnen op deze middelen blijven rekenen tot het plan is afgerond (mits voor 2030) of tot de maximale termijn van 2030 is bereikt.

Deze wijzigingen passen in de bredere trend van het kabinet om specifieke uitkeringen om te zetten naar fondsuitkeringen, met als doel administratieve lasten te verminderen terwijl gemeenten meer vrijheid krijgen in de besteding van middelen voor klimaat- en energiebeleid.

Staatssecretaris Heijnen heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de kabinetsreactie op het onderzoeksrapport naar verbetermogelijkheden van de Energie-investeringsaftrek (EIA) en Milieu-investeringsaftrek (MIA). Het onderzoek door Dialogic onderzocht de wenselijkheid van de EIA als fiscale faciliteit versus een directe subsidie en welke verbeteringen of vereenvoudigingen mogelijk zijn bij de EIA en MIA. Dit vervolgonderzoek was aangekondigd naar aanleiding van eerdere evaluaties van deze fiscale regelingen.

De recente evaluaties van de EIA enerzijds en de MIA en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) anderzijds hadden onderzoekers ertoe gebracht om vervolgonderzoek aan te bevelen naar de effectiviteit van de fiscale vormgeving ten opzichte van directe subsidies. Als onderdeel van de Strategische Evaluatie Agenda worden fiscale regelingen periodiek geëvalueerd op doeltreffendheid en doelmatigheid, met het oog op de horizonbepaling voor deze belangrijke instrumenten.

Staatssecretaris Heijnen gaat niet in op de specifieke uitkomsten van het onderzoek. Vanwege de demissionaire status van het huidige kabinet is het volgens haar aan een volgend kabinet om de onderzoeksresultaten te wegen en te beoordelen of en welke vervolgstappen genomen kunnen worden.

Het onderzoek en de kabinetsreactie zijn beschikbaar via de rijksoverheid en bieden inzicht in mogelijke toekomstige ontwikkelingen van deze belangrijke fiscale instrumenten voor duurzame investeringen.

Verschillende specifieke uitkeringen voor gemeenten ondergaan momenteel belangrijke wijzigingen. Deze ontwikkelingen hebben direct gevolgen voor de financiering van gemeentelijke taken op het gebied van inburgering, zorg en welzijn, en circulaire economie. Een overzicht van de belangrijkste veranderingen.

SPUK-IZA: budgetkorting én aanvullende middelen

De Regeling specifieke uitkering IZA-doelen 2023-2026 is aangepast met zowel een budgetkorting als aanvullende middelen voor 2026. Conform het Regeerprogramma wordt een budgetkorting van 10% toegepast over 2026, als onderdeel van de omzetting van specifieke uitkeringen naar fondsuitkeringen. Deze regeling loopt echter af op 31 december 2026 en wordt daarom niet per 2026 omgezet, waarbij bestuurlijk is afgesproken dat in 2026 een besluit wordt genomen over de financieringsvorm vanaf 2027.

Tegelijkertijd wordt er € 25 miljoen toegevoegd in 2026 als overgangsmiddelen vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Deze middelen zijn onderdeel van een totaal van € 50 miljoen dat beschikbaar wordt gesteld aan gemeenten om te voorkomen dat lopende programma’s tussentijds worden afgebroken door gebrek aan financiële middelen. De aanvullende middelen zijn specifiek bedoeld om continuïteit te waarborgen van investeringen die gemeenten hebben gedaan om bij te dragen aan de doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord.

Circulaire ambachtscentra: geen vervolg op SPUK-regeling

Voor de circulaire economie is er minder positief nieuws. Er komt geen vervolg op de Regeling specifieke uitkering circulaire ambachtscentra, die per 1 januari 2025 is vervallen. Dit blijkt uit de actualisatie van het Nationaal Programma Circulaire Economie, waarin het budget voor circulaire economie per 2026 met 20% wordt verminderd.

Deze budgetvermindering heeft ertoe geleid dat er geen nieuwe specifieke uitkeringen aan gemeenten worden voorzien voor het ontwikkelen van circulaire ambachtscentra. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijft gemeenten wel ondersteunen door middel van kennis en netwerken. Op 12 februari 2026 vindt de Netwerkdag Circulair Ambachtscentrum 2026 plaats in Utrecht, waar gemeenten kunnen blijven leren van elkaars ervaringen.

De oorspronkelijke regeling was bedoeld om een landelijk dekkend netwerk van circulaire ambachtscentra te stimuleren, waarbij gemeenten een uitkering konden ontvangen van maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 per project. Deze centra richten zich op levensduurverlenging, hoogwaardig hergebruik en duurzame activatie van mensen om afval en CO2-uitstoot te reduceren.

Wet inburgering: nadere voorlopige uitkering uitgesteld

Een onderdeel van de wijziging van de Wet inburgering 2021 treedt op 21 oktober 2025 in werking. Dit betreft het artikel dat het opstellen van een nadere voorlopige uitkering aan gemeenten voor inburgeringsvoorzieningen en het creëren van een grondslag voor de specifieke uitkering onderwijsroute mogelijk maakt. De overige bepalingen blijven voorlopig opgeschort vanwege verminderde urgentie.

Oorspronkelijk was de nadere voorlopige uitkering bedoeld om gemeenten te helpen wanneer de instroom van inburgeringsplichtigen fluctueert tussen de voorlopige en definitieve uitkering. Nu de wet ruim drie jaar in werking is, blijkt deze situatie vooralsnog niet te zijn ontstaan. Daarnaast speelt het Regeerprogramma van het kabinet-Schoof een rol, waarin het voornemen staat om nagenoeg alle specifieke uitkeringen in 2026 om te zetten in fondsuitkeringen. Ook de voorgenomen afschaffing van de huisvestingstaakstelling maakt de maatstaf onzeker, waardoor het opstellen van nadere regels op dit moment niet opportuun wordt geacht.

De regeling afzet van biologische landbouwproducten ondersteunt bedrijven bij het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden en het aanpassen van hun bedrijfsvoering voor biologische certificering. Het doel is barrières te verlagen voor de stap naar biologische productie door bedrijven te helpen kennis en ervaring op te doen die nodig is voor een goed verdienmodel en het ontwikkelen of uitbreiden van biologische ketens.

Subsidie kan worden aangevraagd door biologische samenwerkingsverbanden bestaande uit minimaal twee niet-verbonden kleine, middelgrote of micro-ondernemingen die zijn ingeschreven in het handelsregister. De regeling biedt ruimte voor een brede variëteit aan samenwerkingsprojecten, waarbij inzichtelijk moet worden gemaakt hoe projecten bijdragen aan het verbeteren van de afzet van biologische producten. Hierbij wordt gekeken naar de mate van vernieuwing, het aanboren van nieuwe markten en de bijdrage aan verbeterde afzet.

De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten per project, met een minimum van € 100.000 en maximum van € 500.000 per project. Elke deelnemer ontvangt minimaal € 25.000 per project. De maximale projectlooptijd is drie jaar.

Aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. De eerste openstelling start naar verwachting op 2 februari 2026, waarna jaarlijks een openstelling volgt tot het voorjaar van 2029. De regeling biedt concrete ondersteuning voor de transitie naar duurzamere landbouwpraktijken.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft dit jaar € 154 miljoen aan subsidies toegekend voor de instandhouding van rijksmonumenten. Van dit bedrag gaat € 44,5 miljoen naar rijksmonumenten met een woonfunctie via de Beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten (IWR), en € 109,5 miljoen naar andere rijksmonumenten via de Subsidieregeling instandhouding monumenten (SIM).

Voor de IWR-subsidie konden particuliere eigenaren van rijksmonumenten met een woonfunctie tussen 1 maart en 30 april aanvragen indienen voor onderhouds- en restauratiekosten uit het voorgaande kalenderjaar. De RCE heeft 7880 aanvragen gehonoreerd voor in totaal € 44,5 miljoen, waarbij het maximale subsidiepercentage van 38% van de subsidiabele kosten kon worden gehanteerd. In 184 gevallen werd geen subsidie toegekend, bijvoorbeeld omdat er geen sprake was van een woonfunctie of omdat de aanvraag onvoldoende was onderbouwd.

De SIM-subsidie is bestemd voor archeologische, groene en gebouwde rijksmonumenten zonder woonfunctie. Eigenaren konden tussen 1 februari en 31 maart subsidie aanvragen voor reguliere onderhoudskosten op basis van een zesjarig onderhoudsplan. Dit jaar verstrekte de RCE € 109,5 miljoen SIM-subsidie voor 2887 rijksmonumenten uit 3313 ingediende aanvragen. Om meer aanvragers te kunnen bedienen, zijn de subsidiepercentages voor gebouwde en groene monumenten met 10% verlaagd en is het SIM-budget met € 15,8 miljoen verhoogd.

Ondanks deze maatregelen moesten nog steeds aanvragen voor 273 monumenten worden afgewezen wegens het bereiken van het subsidieplafond, naast 153 afwijzingen om andere redenen. Door de extra maatregelen is de omvang van budgettaire afwijzingen wel teruggebracht van € 33,9 miljoen naar € 22,1 miljoen. Voor gemeenten die eigenaar zijn van rijksmonumenten bieden deze subsidieregelingen belangrijke financiële ondersteuning voor het behoud van cultureel erfgoed.

De Tijdelijke subsidieregeling samenwerking in de logistieke keten (SiLK) is officieel gepubliceerd en stimuleert een verandering van de logistieke efficiëntie in het wegtransport. Het doel is het structureel verminderen van het aantal in Nederland gereden vrachtwagenkilometers door samenwerking in de logistieke keten. De regeling vormt onderdeel van het Meerjarenprogramma Terugsluis Vrachtwagenheffing 2026-2030 en wordt gefinancierd uit de komende vrachtwagenheffing.

Subsidie kan worden aangevraagd door de in Nederland gevestigde penvoerder van een samenwerkingsverband met minimaal drie ondernemingen die actief zijn in de logistieke keten en elk afzonderlijk zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Aan het samenwerkingsverband moet ten minste één transportbedrijf, verlader of eigen vervoerder deelnemen, plus minimaal één houder die vrachtwagenheffing betaalt en een vrachtwagen boven 3500 kilogram op naam heeft staan.

De subsidie bedraagt 75% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 100.000 per project, waarvan maximaal 50% mag bestaan uit kosten voor externe ondersteuning. Het geld kan worden gebruikt voor het uitvoeren van projecten die een plan bevatten om door samenwerking kilometerreductie te bewerkstelligen.

Aanvragen kunnen van 4 november tot 30 december 2025 worden ingediend. Het beschikbare budget van € 3,6 miljoen wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst, wat het belang van tijdige aanvraag onderstreept.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft dit jaar € 154 miljoen aan subsidies toegekend voor de instandhouding van rijksmonumenten. Van dit bedrag gaat € 44,5 miljoen naar rijksmonumenten met een woonfunctie via de Beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten (IWR), en € 109,5 miljoen naar andere rijksmonumenten via de Subsidieregeling instandhouding monumenten (SIM).

Voor de IWR-subsidie konden particuliere eigenaren van rijksmonumenten met een woonfunctie tussen 1 maart en 30 april aanvragen indienen voor onderhouds- en restauratiekosten uit het voorgaande kalenderjaar. De RCE heeft 7880 aanvragen gehonoreerd voor in totaal € 44,5 miljoen, waarbij het maximale subsidiepercentage van 38% van de subsidiabele kosten kon worden gehanteerd. In 184 gevallen werd geen subsidie toegekend, bijvoorbeeld omdat er geen sprake was van een woonfunctie of omdat de aanvraag onvoldoende was onderbouwd.

De SIM-subsidie is bestemd voor archeologische, groene en gebouwde rijksmonumenten zonder woonfunctie. Eigenaren konden tussen 1 februari en 31 maart subsidie aanvragen voor reguliere onderhoudskosten op basis van een zesjarig onderhoudsplan. Dit jaar verstrekte de RCE € 109,5 miljoen SIM-subsidie voor 2887 rijksmonumenten uit 3313 ingediende aanvragen. Om meer aanvragers te kunnen bedienen, zijn de subsidiepercentages voor gebouwde en groene monumenten met 10% verlaagd en is het SIM-budget met € 15,8 miljoen verhoogd.

Ondanks deze maatregelen moesten nog steeds aanvragen voor 273 monumenten worden afgewezen wegens het bereiken van het subsidieplafond, naast 153 afwijzingen om andere redenen. Door de extra maatregelen is de omvang van budgettaire afwijzingen wel teruggebracht van € 33,9 miljoen naar € 22,1 miljoen. Voor gemeenten die eigenaar zijn van rijksmonumenten bieden deze subsidieregelingen belangrijke financiële ondersteuning voor het behoud van cultureel erfgoed.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het Subsidieprogramma verantwoord ondernemen MKB 2025-2029 gelanceerd om mkb-ondernemingen te ondersteunen bij het toepassen van gepaste zorgvuldigheid volgens de OESO-richtlijnen. Het programma helpt het mkb risico’s op het gebied van mens en milieu in hun waardeketen te identificeren, aan te pakken en te verminderen, en ondersteunt hen bij het voldoen aan IMVO-wetgeving die gebaseerd is op de OESO-richtlijnen.

Mkb-ondernemingen met een band met Nederland kunnen subsidie aanvragen voor projecten die bijdragen aan minimaal één van de zes stappen uit de OESO-richtlijnen: integratie van IMVO in beleid, identificatie van negatieve gevolgen, preventie en beperking van schade, monitoring, communicatie en herstelmaatregelen. De activiteiten mogen zowel binnen als buiten Nederland plaatsvinden, zolang ze gelinkt zijn aan de eigen bedrijfsvoering of waardeketen. Aanvragers moeten beschikken over een integriteitsbeleid en bijbehorende procedures.

Voor de gehele programmaperiode is € 1 miljoen beschikbaar. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 10.000 voor type 1 aanvragen en € 5.000 voor type 2 aanvragen. De eerste openstellingsperiode loopt van 1 oktober tot 31 december 2025, de tweede van 1 maart tot 30 september 2026.

Aanvragen kunnen worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Het programma biedt mkb-bedrijven concrete ondersteuning om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid vorm te geven en te voldoen aan toenemende IMVO-vereisten.