Naar de inhoud

Er is goed nieuws voor gemeenten die betrokken zijn bij de uitrol van laadinfrastructuur. De Regeling specifieke uitkering Regionale Aanpak Laadinfrastructuur (SPUK RAL) is gewijzigd, waardoor de uitvoeringstermijn met twee jaar is verlengd. Dit biedt jouw gemeente de mogelijkheid om optimaal gebruik te maken van de beschikbare middelen en bij te dragen aan de verduurzaming van de logistieke sector.

Je kunt deze subsidie aanvragen als jouw gemeente deel uitmaakt van een van de zes specifieke samenwerkingsregio’s die zich richten op de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur. Het doel van de regeling is om deze regio’s te ondersteunen bij het opstellen, actualiseren en uitvoeren van hun plannen voor laadinfrastructuur. Door de verlenging van de uitvoeringstermijn tot eind 2027 krijg je meer tijd om de projecten effectief te realiseren.

De hoogte van de subsidie is verhoogd met € 18 miljoen voor de jaren 2024 en 2025, wat betekent dat er nu meer budget beschikbaar is om de laadinfrastructuur uit te breiden. Dit extra budget biedt een uitstekende kans om de laadcapaciteit in jouw regio te verbeteren en zo de overgang naar elektrisch vervoer verder te stimuleren. Het is belangrijk om de plannen goed af te stemmen binnen de samenwerkingsregio om optimaal van de middelen te profiteren.

De aanvraagperiode voor deze subsidie is al gestart, dus zorg ervoor dat je goed voorbereid bent en je projectvoorstellen op tijd indient. Door samen te werken met andere gemeenten en regio’s kun je de laadnetwerken versterken en bijdragen aan een duurzame toekomst. Voor meer informatie over de voorwaarden en deadlines kun je de website van de Rijksoverheid raadplegen of contact opnemen met ons team voor ondersteuning.

Er is een nieuwe kans voor regionale samenwerking op het gebied van gezondheid en zorg. ZonMw heeft een oproep gedaan voor het programma Infrastructuur beleidsparticipatie door inwoners en patiënten, waarbij je subsidie kunt aanvragen om een regionale participatiehub op te zetten. Dit is een geweldige mogelijkheid om samen met andere partijen regionale vraagstukken aan te pakken en de betrokkenheid van inwoners en patiënten te vergroten.

Om in aanmerking te komen voor deze subsidie, moet je met minimaal drie partijen samenwerken. Eén van deze partijen moet al betrokken zijn bij een eerder gehonoreerd project uit de Coalitievorming Regionale Participatiehubs. Het is belangrijk dat er afstemming plaatsvindt met de bestaande coalities binnen de zorgkantoorregio. Per regio kan er één aanvraag worden gehonoreerd, en het subsidiebedrag kan oplopen tot € 249.500 voor een periode van maximaal 18 maanden.

De subsidie is bedoeld om de bouw van een participatiehub te faciliteren en om participatieprojecten uit te voeren die bijdragen aan de regionale gezondheidsvraagstukken. Er is een totaalbudget van € 6.986.000 beschikbaar voor deze ronde. Interessant is dat van het subsidiebedrag een deel kan worden gebruikt voor deelname aan de Ontwikkelexpeditie en voor het inhuren van externe expertise.

Je kunt je aanvraag indienen van 10 juni tot en met 7 juli 2025 via MijnZonMw. Om je goed voor te bereiden, organiseert ZonMw op 26 mei 2025 een webinar van 13.00 tot 14.00 uur. Tijdens deze sessie krijg je meer informatie over de oproep en kun je vragen stellen. Vergeet niet je aan te melden via de website van ZonMw.

Grijp deze kans om met je regio een verschil te maken in de zorg en ondersteuning en meld je aan voor het webinar om goed van start te gaan!

Ben jij een ondernemer in de geestelijke gezondheidszorg? ZonMw heeft een nieuwe subsidieoproep gelanceerd om kennis en innovaties in de ggz te implementeren. Deze subsidie biedt jou de kans om effectieve interventies in de praktijk te brengen en zo passende zorg te realiseren.

Je kunt deze subsidie aanvragen als je een aanstelling hebt bij een Nederlandse zorginstelling, patiëntenvereniging, belangenorganisatie, of onderzoeksorganisatie. Het is belangrijk dat er bij een aanvraag vanuit een onderzoeksorganisatie wordt samengewerkt met een zorginstelling of belangenorganisatie om de implementatie te waarborgen.

De subsidie kan oplopen tot € 300.000 per project, met een looptijd van maximaal 24 maanden. Hoewel cofinanciering niet verplicht is, wordt het aanbevolen om de implementatie te bevorderen. Het totale beschikbare budget is € 4 miljoen, en er worden geen onderzoeksactiviteiten gesubsidieerd.

Aanvragen kunnen worden ingediend via MijnZonMw. Zorg ervoor dat je de vooraanmelding uiterlijk 10 juni 2025 indient en de uitgewerkte subsidieaanvraag voor 15 juli 2025. Er zal ook een online informatiebijeenkomst zijn op 2 juni 2025 om meer te weten te komen.

Mis deze kans niet om bij te dragen aan de verbetering van de geestelijke gezondheidszorg! Meld je aan voor de bijeenkomst en begin met het voorbereiden van je aanvraag.

Er is geweldig nieuws voor innovatieve bedrijven! De Europese Commissie heeft het nieuwe werkprogramma voor Horizon Europa goedgekeurd, waarmee meer dan € 7,3 miljard aan subsidies beschikbaar komt. Deze financiering biedt jou de kans om jouw innovatieve projecten te versterken en bij te dragen aan de groene en digitale transitie van de Europese Unie. Vanaf 15 mei 2025 kun je je subsidieaanvragen indienen via het ‘Funding & Tenders portal’ van de Europese Commissie.

Als ondernemer kun je deze subsidie aanvragen voor projecten die gericht zijn op thema’s zoals digitale transformatie, duurzame ontwikkeling en slimme mobiliteit. Of je nu werkt aan de ontwikkeling van nieuwe technologieĂ«n, de transformatie van de automobielsector of de verduurzaming van stedelijke ruimtes, er is een breed scala aan mogelijkheden om jouw innovatieve ideeĂ«n te realiseren. Met € 1,14 miljard beschikbaar voor klimaat- en energieprojecten en € 1,6 miljard voor digitale transitie, zijn de kansen enorm.

Het aanvraagproces is vereenvoudigd om het jou gemakkelijker te maken. Je kunt eerst een korte aanvraag indienen en alleen een volledig voorstel uitwerken als je voor de tweede fase wordt geselecteerd. Dit bespaart tijd en vermindert de administratieve lasten. Bovendien zijn er forfaitaire subsidies beschikbaar, waardoor onnodige financiële verslaglegging overbodig wordt.

Mis deze unieke kans niet om jouw bedrijf naar een hoger niveau te tillen en een verschil te maken in de Europese markt. Zorg ervoor dat je goed op de hoogte bent van de voorwaarden en deadlines, zodat je optimaal kunt profiteren van deze financiële ondersteuning. Voor meer informatie kun je de website van de Europese Commissie bezoeken of contact opnemen met ons team voor advies en ondersteuning bij je aanvraag.

De Subsidieregeling praktijkleren is onlangs aangepast met vijf belangrijke wijzigingen die nieuwe mogelijkheden bieden voor gemeenten en werkgevers. Deze aanpassingen maken de regeling toegankelijker en breiden de reikwijdte uit, wat jou als gemeente kan helpen bij het stimuleren van praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen binnen jouw organisatie en bij lokale werkgevers.

Gemeenten en andere werkgevers die praktijkleerplaatsen of werkleerplaatsen aanbieden kunnen subsidie aanvragen via deze regeling. Een belangrijke nieuwe toevoeging is de aanvullende subsidie voor mbo-opleidingen in sectoren die nodig zijn voor de klimaat- en energietransitie. Hiervoor is voor het studiejaar 2025-2026 € 7 miljoen beschikbaar, gevolgd door € 8 miljoen voor 2026-2027 en € 7 miljoen voor 2027-2028.

De hoogte van de subsidie is ook aangepast. Het maximale subsidiebedrag dat een werkgever kan ontvangen voor een gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats was sinds 2014 vastgesteld op € 2700 per studiejaar. Met de nieuwe wijziging wordt loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan dit bedrag, waardoor het maximumbedrag zal stijgen om de toegenomen kosten voor werkgevers te compenseren. Daarnaast is de regeling nu ook toegankelijk voor leerlingen die in het kader van de basisberoepsgerichte leerweg vmbo in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) een entreeopleiding volgen.

De subsidieregeling is bedoeld om werkgevers te stimuleren praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. Als gemeente kun je deze regeling gebruiken om jouw rol als werkgever te versterken en tegelijkertijd bij te dragen aan de ontwikkeling van praktische vaardigheden bij studenten.

Er zijn wijzigingen doorgevoerd in de Regeling specifieke uitkering Nationaal Isolatieprogramma (SPUK-NIP), die voor gemeente van belang zijn bij de verduurzaming van slecht geĂŻsoleerde woningen. De wijzigingen hebben betrekking op de derde tranche van de lokale aanpak isolatie en maken het mogelijk om extra woningen aan te vragen via een ‘veegtranche’ waarmee niet-aangevraagde middelen worden herverdeeld.

Als gemeente kun je een aanvraag indienen voor deze specifieke uitkering, die bedoeld is om eigenaar-bewoners en verenigingen van eigenaars te ondersteunen bij het isoleren van hun woningen. Voor de derde tranche is maar liefst € 458 miljoen beschikbaar, waarvan € 25,5 miljoen specifiek voor doe-het-zelfmaatregelen. Je kunt voor in totaal 213.470 woningen een aanvraag doen, en bovendien is het nu mogelijk om tot 30% extra woningen aan te vragen bovenop jouw aandeel in de derde tranche.

De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van het aantal aangevraagde woningen ten opzichte van het totaal aantal woningen dat je als gemeente kunt aanvragen. Daarnaast is er een deel van het budget bestemd voor woningen waarvoor al middelen in 2022 beschikbaar zijn gesteld, in totaal € 7.744.426. Bij je aanvraag kun je ook aangeven of je jouw deel van de € 25,5 miljoen voor doe-het-zelfmaatregelen wilt ontvangen, waarvoor geen extra woningen verbeterd hoeven te worden.

Een belangrijke wijziging betreft de actualisatie van de WOZ-waarden die bepalen welke woningen in aanmerking komen voor isolatie. Minimaal 80% van de geĂŻsoleerde woningen moeten onder een bepaalde WOZ-waarde vallen, en deze grens is nu verhoogd in lijn met de gestegen waarden van woningen. Dit betekent dat meer woningen in aanmerking kunnen komen voor isolatiemaatregelen. Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 30 juni 2025.

ZonMw opent binnenkort een nieuwe subsidieronde voor de Kennis- en implementatievouchers ‘Bewegen door de dag heen’ in het kader van het Programma kennis- en implementatie impuls bewegen in het dagelijks leven. Deze vouchers bieden gemeenten de mogelijkheid om samen met vrijwilligersorganisaties en onderwijsinstellingen lokale beweeginitiatieven te ondersteunen en verder te ontwikkelen.

Vrijwilligersorganisaties en onderwijsinstellingen kunnen een aanvraag indienen voor deze vouchers, die gericht zijn op het stimuleren van bewegen in het dagelijks leven. De subsidie is bedoeld voor initiatieven die al zijn opgestart en worden toegepast, lokaal actief zijn maar nog niet volledig zijn opgeschaald, en duurzaam lokaal worden ingezet. Het gaat specifiek om beweegactiviteiten die mensen in hun dagelijkse routine kunnen opnemen, zoals tijdens werk of op school, en die bijdragen aan het verminderen van ongelijkheid in kansen op een gezond leven.

De voucher kan worden ingezet voor het inkopen van expertise om obstakels weg te nemen bij het borgen, adopteren of opschalen van beweeginitiatieven. Deze obstakels kunnen variëren van beleidsontwikkeling en organisatiekracht tot samenwerking, kennis en gedrag. Denk aan het betrekken van bewoners, bereiken van sleutelfiguren, inzichtelijk maken van opbrengsten, duurzaam samenwerken of het vinden van duurzame financiering.

Aanvragen kunnen worden ingediend van 7 mei 2025 tot en met 13 november 2025, waarbij het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld op basis van binnenkomst. Dit is een uitstekende gelegenheid voor jouw gemeente om samen met lokale organisaties te werken aan het bevorderen van beweging in het dagelijks leven, met name voor mensen met minder kansen.

De Bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties is gepubliceerd, waarmee je als gemeente een specifieke uitkering (SPUK) kunt aanvragen voor het realiseren en exploiteren van tijdelijke huisvesting voor vergunninghouders. Deze regeling biedt gemeenten de mogelijkheid om voor maximaal drie jaar financiële ondersteuning te ontvangen, terwijl zij tegelijkertijd werken aan de uitbreiding van de bestaande woningvoorraad.

Gemeenten die doorstroomlocaties willen realiseren kunnen een aanvraag indienen voor deze uitkering. De regeling vergoedt zowel de transitiekosten (het realiseren of geschikt maken van locaties) als de uitvoeringskosten (inclusief begeleiding) voor maximaal 8.500 doorstroomplekken in de jaren 2024 tot en met 2028. Voor de uitvoeringskosten ontvang je € 60 per dag per geplaatste vergunninghouder, met een aanvullende vergoeding van € 8 per dag voor vergunninghouders die gekoppeld zijn aan een andere deelnemende gemeente in de regio. Deze vergoeding wordt voor maximaal 365 dagen per vergunninghouder verstrekt.

De transitiekosten worden vergoed op basis van de werkelijke kosten, waarbij een overschrijding tot 10% van het verleende bedrag is toegestaan. Bij hogere overschrijdingen kun je een aanvullende aanvraag indienen. Het is belangrijk om te weten dat kosten die al vanaf 1 januari 2024 zijn gemaakt voor de huisvesting van vergunninghouders in doorstroomlocaties, ook onder deze regeling kunnen worden vergoed.

Het kabinet werkt aan een flinke verbetering van het subsidie-instrumentarium voor collectieve warmte. In een recente Kamerbrief benadrukt minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) dat collectieve warmte een sleutelrol gaat spelen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Volgens het kabinet is het voor ongeveer een derde van alle gebouwen de goedkoopste manier om te verduurzamen – en bovendien essentieel om het elektriciteitsnet te ontlasten en lokale warmtebronnen te benutten.

Met de Wet collectieve warmte (Wcw), die nu in de volgende fase van behandeling is, komt er meer duidelijkheid en zekerheid voor eigenaren van gebouwen, gemeenten, warmtebedrijven en andere betrokken partijen. Dit versnelt niet alleen de uitrol van warmtenetten, maar maakt het ook eenvoudiger om collectieve warmteprojecten op te schalen. Belangrijke randvoorwaarden, zoals investeringssubsidies en een mogelijke relatieve prijsgarantie, worden verder uitgewerkt om de betaalbaarheid voor eindgebruikers te borgen.

Het kabinet kijkt daarnaast kritisch naar de huidige subsidieregelingen. Investeringssubsidies zoals de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) zijn bedoeld om de kosten van aanleg en aansluiting van warmtenetten te verlagen. Tegelijkertijd worden de voorwaarden en het aanvraagproces onder de loep genomen, zodat deze beter aansluiten bij de dagelijkse praktijk van warmtebedrijven en gebouweigenaren. Ook de mogelijkheden om subsidies voor inpandige kosten – zoals de ISDE, SVVE en SAH – te bundelen, worden onderzocht om het voor verschillende typen verbruikers eenvoudiger te maken om ondersteuning aan te vragen. De SDE++ blijft daarnaast een belangrijk instrument voor zowel bestaande als nieuwe collectieve warmtesystemen, met aandacht voor verdere vereenvoudiging en aansluiting op de wensen uit de markt.

Een opvallende beleidsoptie waarnaar wordt gekeken, is de invoering van een relatieve prijsgarantie. Hiermee zouden bewoners in wijken met een warmtenet de zekerheid krijgen dat hun warmtetarief gedurende een bepaalde periode niet hoger ligt dan het tarief voor aardgas of een warmtepomp. Dit moet de overstap naar collectieve warmte aantrekkelijker maken en onnodige investeringen in gas- en elektriciteitsnetten voorkomen. De uitwerking van deze prijsgarantie hangt af van de komende jaren, waarin meer inzicht wordt verkregen in de kostenopbouw en tariefregulering van collectieve warmtesystemen.

De eerste verbeteringen aan de WIS worden al in de nieuwe openstelling van dit jaar verwerkt; grotere aanpassingen volgen mogelijk in 2026. Voor ondernemers, gemeenten en warmtebedrijven biedt dit perspectief op meer maatwerk, snellere procedures en betere ondersteuning bij de realisatie van collectieve warmteprojecten.

Kortom, de overheid investeert stevig in de toekomst van collectieve warmte. Houd de ontwikkelingen rond de subsidieregelingen en de Wet collectieve warmte goed in de gaten – want de komende jaren ontstaan er volop nieuwe kansen die bijdragen aan een duurzaam en betaalbaar energiesysteem.

De recente evaluatie van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) heeft belangrijke inzichten opgeleverd over de effectiviteit en doelmatigheid van deze regeling, die cruciaal is voor het stimuleren van R&D-activiteiten in Nederland. De Tweede Kamer is geĂŻnformeerd over de bevindingen, die zowel de sterke punten als de verbeterpunten van de WBSO belichten.

Uit de evaluatie blijkt dat de WBSO een krachtig instrument is dat bedrijven aanspoort om meer te investeren in speur- en ontwikkelingswerk. Voor elke euro belastingkorting die bedrijven ontvangen, wordt er gemiddeld € 0,81 extra geïnvesteerd in R&D. Dit draagt bij aan een publiek economisch rendement van jaarlijks € 2,6 tot € 3,1 miljard, wat de WBSO tot een effectief middel maakt voor het bevorderen van innovatie en kennisspillovers in de Nederlandse economie.

Echter, de evaluatie wijst ook op een afname in het bereik van de WBSO onder R&D-bedrijven. In 2021 maakte slechts 64% van de bedrijven die R&D-activiteiten uitvoeren gebruik van de regeling, vergeleken met 73% in 2013. Dit vraagt om nader onderzoek naar de aansluiting van de WBSO-criteria op de behoeften van R&D-bedrijven. Daarnaast is er aandacht voor het verbeteren van de communicatie rondom de regeling om eventuele misverstanden te verhelderen.

Een ander belangrijk aandachtspunt is de administratieve last die bedrijven ervaren bij het aanvragen van de WBSO. Hoewel de regeling overwegend als doelmatig wordt beschouwd, zijn er aanbevelingen gedaan om de administratieve processen te vereenvoudigen en het forfaitaire uurloon te verhogen om beter aan te sluiten bij de werkelijke loonkosten. Deze maatregelen kunnen de toegankelijkheid van de WBSO verder verbeteren.

De evaluatie benadrukt de noodzaak voor een stabiel en voorspelbaar fiscaal beleid om de doeltreffendheid van de WBSO te waarborgen. Het kabinet zal de aanbevelingen zorgvuldig overwegen en verdere stappen ondernemen om de regeling te optimaliseren. Ondernemers worden aangemoedigd om de ontwikkelingen te volgen en te profiteren van de mogelijkheden die de WBSO biedt voor hun R&D-projecten.