Naar de inhoud

De subsidieregeling ESF+ 2021-2027 is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk en een tweede aanvraagtijdvak, waardoor gemeenten meer mogelijkheden krijgen om kwetsbare groepen te ondersteunen. Deze Europese subsidies bieden belangrijke financiële ondersteuning voor projecten gericht op arbeidsmarktparticipatie en sociale inclusie.

Het nieuwe Hoofdstuk 2h richt zich specifiek op sociale innovatie voor de arbeidsmarktparticipatie en sociale inclusie van statushouders, Oekraïense ontheemden en EU-arbeidsmigranten. Centrumgemeenten kunnen vanaf 1 juli 2025 tot en met 9 januari 2026 subsidieaanvragen indienen voor projecten die uitvoerbare, overdraagbare en gevalideerde kennis ontwikkelen op dit terrein. De subsidie dekt maximaal 95% van de subsidiabele kosten, met maximumbedragen die variëren van € 128.943 voor Gorinchem tot € 920.368 voor Rotterdam. In totaal is hiervoor € 10 miljoen beschikbaar.

Daarnaast opent het onderdeel Sectoren (hoofdstuk 2e) voor de tweede keer van 14 juli 2025 tot en met 30 juni 2026. Deze regeling is nu toegankelijker gemaakt voor arbeidsmarktregio’s, die voortaan ook aanvragen kunnen indienen met schriftelijk akkoord van O&O-fondsen of werknemers- en werkgeversorganisaties. Andere verbeteringen zijn de verhoging van het maximale bevoorschottingspercentage van 50% naar 75%, indexering van verschillende tarieven, en versoepeling van de verantwoording van loonkostensubsidies onder bepaalde omstandigheden.

Het onderdeel Sectoren is bedoeld voor projecten die personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie ondersteunen in het behouden en vinden van werk, en werkgevers stimuleren om werkzoekenden uit de doelgroep in dienst te nemen. Subsidiabele activiteiten omvatten intake en begeleiding, scholing in basis- en beroepsvaardigheden, en EVC-procedures. De subsidie per project bedraagt minimaal € 200.000 en maximaal € 2,5 miljoen.

Deze regelingen bieden gemeenten belangrijke instrumenten om lokale uitdagingen aan te pakken op het gebied van arbeidsmarktparticipatie en sociale inclusie, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen zoals statushouders, ontheemden en arbeidsmigranten. Door gebruik te maken van deze Europese middelen kunnen gemeenten projecten ontwikkelen die bijdragen aan een inclusievere arbeidsmarkt en samenleving.

De subsidieregeling inclusiviteitstechnologie voor het mkb ondersteunt werkgevers in het midden- en kleinbedrijf bij de aanschaf van inclusiviteitstechnologie. Deze regeling stimuleert mkb-bedrijven om personen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen of werknemers met een arbeidsbeperking die reeds in dienst zijn beter te ondersteunen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Onder inclusiviteitstechnologie valt fysieke of digitale technologie die functionele beperkingen op lichamelijk, sociaal of persoonlijk vlak helpt compenseren.

Subsidie kan worden aangevraagd door mkb-werkgevers met maximaal 250 medewerkers en een jaaromzet van maximaal € 50 miljoen of een jaarlijks balanstotaal van maximaal € 43 miljoen. Per werkgever is maximaal één aanvraag mogelijk. De subsidie kan worden gebruikt voor het inkopen van inclusiviteitstechnologie voor eigen gebruik en voor het inkopen van advies- en implementatiediensten ten behoeve van de aan te schaffen technologie.

De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en varieert van minimaal € 2.500 tot maximaal € 25.000 per aanvraag. Voor elke aanvraagperiode is € 1 miljoen beschikbaar, dat wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.

Aanvragen kunnen worden ingediend tijdens twee perioden: van 1 oktober tot 28 november 2025 en van 5 januari tot 29 mei 2026 bij Uitvoering Van Beleid. De regeling biedt mkb-bedrijven een concrete mogelijkheid om hun werkplekken toegankelijker te maken en bij te dragen aan een inclusievere arbeidsmarkt.

De Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023-2026, beter bekend als de Brede SPUK, ondergaat binnenkort belangrijke wijzigingen. Deze regeling stelt gemeenten in staat om lokaal beleid te ontwikkelen en uit te voeren op het gebied van sport, gezondheid, cultuur en sociale samenhang, en wordt nu aangepast om gemeenten meer flexibiliteit te bieden bij de besteding van deze middelen.

Een van de belangrijkste wijzigingen is de ‘ontschotting’ van de regeling, waardoor gemeenten vanaf 2025 slechts één verantwoording hoeven af te leggen over het totaalbudget in plaats van per onderdeel. Dit betekent dat gemeenten zelf kunnen bepalen hoe ze de middelen verdelen over de verschillende beleidsterreinen, wat meer ruimte biedt voor lokaal maatwerk en integrale aanpak van maatschappelijke vraagstukken. Daarnaast wordt het mogelijk om maximaal 10% van de middelen van 2025 mee te nemen naar 2026, wat gemeenten extra flexibiliteit geeft in hun meerjarige planning.

Hoewel de regeling wordt vereenvoudigd, is er ook minder positief nieuws: de eerder aangekondigde budgetkorting van 10% voor zowel de Brede SPUK als de SPUK IZA (Regeling specifieke uitkering IZA-doelen 2023-2026) wordt per 1 januari 2026 doorgevoerd. Daarnaast wordt er over 2025 en 2026 geen indexatie toegepast, wat betekent dat gemeenten rekening moeten houden met minder financiële ruimte. De indexatie over 2024 wordt in 2025 en 2026 wel gewoon uitgekeerd.

Een lichtpuntje is de eenmalige toevoeging van € 2,5 miljoen voor de aanpak ‘mentale gezondheid’ aan de Brede SPUK in 2025. Dit biedt gemeenten de mogelijkheid om extra in te zetten op dit belangrijke thema, dat sinds de coronacrisis nog meer aandacht vraagt. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zal gemeenten na de zomer per brief informeren over de gewijzigde regeling, waarbij meer details over de uitwerking van de wijzigingen op een later moment worden gedeeld.

Twee Nederlandse topsectoren hebben nieuwe subsidieoproepen gelanceerd voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten. Zowel de Topsector ICT als de Topsector Logistiek bieden mkb-bedrijven en onderzoeksorganisaties de mogelijkheid om samen te investeren in innovatieve oplossingen binnen hun respectievelijke sectoren. Beide regelingen richten zich op samenwerkingsverbanden die duurzame technologische ontwikkelingen willen realiseren.

De Topsector ICT mkb-call heeft € 4 miljoen beschikbaar voor projecten die zich richten op de prioritaire digitale sleuteltechnologieën Cybersecurity Technologies en AI/Data uit de Nationale Technologie Strategie. Nederlandse mkb-bedrijven kunnen als hoofdaanvrager optreden en vormen een consortium met minimaal één onderzoeksorganisatie. Per project kunnen mkb-bedrijven gezamenlijk aanspraak maken op maximaal € 300.000 PPS-middelen (60% van eigen kosten), terwijl onderzoeksorganisaties maximaal € 150.000 kunnen ontvangen (80% van eigen kosten).

De Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025-2029 ondersteunt projecten die bijdragen aan duurzame, concurrerende en veilige logistieke ketens of emissiereductie in de bouwsector. Samenwerkingsverbanden van minimaal één kennisinstelling en twee bedrijven kunnen subsidie aanvragen van 50% voor industrieel of fundamenteel onderzoek en 25% voor experimentele ontwikkeling, tot maximaal € 1 miljoen per project. Voor de eerste openstellingsperiode is € 5,4 miljoen beschikbaar.

Voor de ICT-regeling kunnen vooraanvragen worden ingediend van 11 augustus tot 11 september 2025, met een deadline voor volledige aanvragen op 14 november 2025. De logistiekregeling heeft een openstellingsperiode van 25 juli tot 25 augustus 2025.

De subsidieplafonds voor het studiejaar 2024-2025 in het kader van de Subsidieregeling praktijkleren zijn vastgesteld. Voor het komende studiejaar is in totaal ruim € 261 miljoen beschikbaar om werkgevers te stimuleren praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. Deze regeling vormt een belangrijke schakel in het bevorderen van praktijkgericht onderwijs en het versterken van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Het leeuwendeel van het budget, € 253.409.000, is bestemd voor de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo. Daarnaast is € 5 miljoen gereserveerd voor hbo-opleidingen in de sectoren techniek, gezondheidszorg, gedrag en maatschappij, en landbouw en natuurlijke omgeving. Voor het wetenschappelijk onderwijs is € 2,2 miljoen beschikbaar, terwijl € 1,1 miljoen is toegewezen aan het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en vmbo basisberoepsgerichte leerweg. Indien een van deze deelbudgetten niet volledig wordt benut, kan het resterende bedrag naar verhouding worden verdeeld over de andere categorieën.

De Subsidieregeling praktijkleren is bedoeld voor werkgevers die praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aanbieden. Gemeenten, bedrijven en andere organisaties die leerlingen, studenten of werknemers opleiden in de praktijk, kunnen aanspraak maken op deze subsidie. De regeling stimuleert werkgevers om te investeren in de ontwikkeling van praktische vaardigheden en draagt bij aan een betere afstemming tussen onderwijs en de behoeften van de arbeidsmarkt. Dit is niet alleen voordelig voor de studenten, die waardevolle werkervaring opdoen, maar ook voor werkgevers die zo kunnen bijdragen aan de opleiding van toekomstige medewerkers.

Er is een voorbehoud opgenomen dat, indien de eerste suppletoire begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap niet uiterlijk op 30 december 2025 tot wet is verheven, de subsidieplafonds worden vastgesteld op basis van de stand in de begroting 2025. Werkgevers die gebruik willen maken van deze regeling worden aangeraden tijdig hun aanvraag voor te bereiden om optimaal te kunnen profiteren van deze financiële ondersteuning voor het aanbieden van praktijkleerplaatsen.

Twee belangrijke verduurzamingsregelingen krijgen een verlenging na positieve evaluaties. De regeling Versnelde Klimaatinvesteringen in de Industrie (VEKI) wordt verlengd tot 1 augustus 2030, terwijl de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) volgend jaar opnieuw wordt opengesteld. Beide regelingen bestaan al jaren en hebben bewezen effectief te zijn in het stimuleren van verduurzaming in respectievelijk de industrie en bij huishoudens en ondernemers.

De VEKI richt zich op het versnellen van broeikasgasreductie in de industrie en heeft in de periode 2019-2023 bijna € 200 miljoen aan subsidie toegekend. Dit zal resulteren in een jaarlijkse netto afname van de CO2-uitstoot met 0,55 tot 0,7 megaton in 2030. De regeling blijkt kosteneffectief met een subsidiebedrag van € 17 tot € 32 per ton vermeden CO2, wat lager is dan bij vergelijkbare instrumenten zoals de Energie Investeringsaftrek (EIA) en de SDE++.

De ISDE-regeling ondersteunt huishoudens en ondernemers bij verduurzamingsmaatregelen zoals isolatie en de installatie van warmtepompen. In de periode 2019-2023 hebben mensen ruim 760.000 verduurzamingsmaatregelen genomen met behulp van deze regeling, wat heeft geleid tot een besparing van 0,6 megaton CO2-uitstoot. De evaluatie toont aan dat de regeling doeltreffend is en mensen maatregelen laat nemen die ze anders niet zouden hebben ondernomen.

Voor 2026 blijven bij de ISDE dezelfde subsidiepercentages gelden, terwijl de vormgeving voor 2027 en verder medio volgend jaar wordt besloten. Beide verlengingen onderstrepen het belang van deze bewezen instrumenten in Nederlands transitie naar een duurzamere economie en het behalen van de klimaatdoelstellingen.

De Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI) is gepubliceerd en biedt ondersteuning aan grootschalige industriële verduurzamingsprojecten. Deze subsidieregeling is toegankelijk voor industriële ondernemingen die materiële goederen produceren waarbij grondstoffen worden verwerkt met een hoge graad van mechanisering en automatisering, bedrijven die afvalwater inzamelen en behandelen, of organisaties die zich bezighouden met terugwinning uit afval. Het doel is het reduceren van CO2- en andere broeikasgasemissies in industriële productieprocessen en productketens.

Subsidie kan worden aangevraagd voor NIKI-projecten die binnen tien jaar na ingebruikname leiden tot een CO2-emissiereductie van minimaal 100.000 ton CO2. De projecten moeten passen binnen twee hoofdcategorieën: directe besparing van CO2-emissies in het productieproces (met thema’s zoals grootschalige proces-efficiëntie, elektrificatie en waterstof) of het vervangen van primaire fossiele koolstof in de productketen (voornamelijk projecten op het gebied van biogrondstoffen en chemische recycling).

De subsidie voor een NIKI-project bedraagt minimaal € 30 miljoen per project, wat deze regeling tot een van de grootste industriële klimaatsubsidies in Nederland maakt. Het totale subsidieplafond bedraagt € 211 miljoen en wordt verdeeld op basis van rangschikking, waarbij het voorstel met de laagste subsidie-intensiteit de hoogste positie krijgt. Bij een restbudget van minder dan € 30 miljoen kan de subsidie voor een project lager uitvallen.

Aanvragen kunnen van 1 september tot en met 30 september 2025 worden ingediend. De korte aanvraagperiode van één maand onderstreept het belang van tijdige voorbereiding voor bedrijven die gebruik willen maken van deze grootschalige ondersteuning voor industriële klimaatprojecten.

 

Een aanzienlijke financiële impuls voor monumentenzorg is aangekondigd door het ministerie van OCW. Er komt eenmalig € 155 miljoen en structureel € 15,8 miljoen extra beschikbaar voor onderhoud en restauratie van rijksmonumenten. Deze investering richt zich vooral op grote rijksmonumenten, waaronder kerkgebouwen, om ernstig verval te voorkomen en het cultureel erfgoed voor toekomstige generaties te behouden.

Eigenaren van grote rijksmonumenten, waaronder gemeenten, kunnen profiteren van een nieuwe verdeling van middelen binnen het monumentenzorgstelsel. Van de € 100 miljoen die extra beschikbaar komt voor grote monumenten, gaat € 45 miljoen naar een nieuwe rijkssubsidieregeling voor restauratie, € 45 miljoen naar een extra leenmogelijkheid via het Nationaal Restauratiefonds, en wordt de bestaande leenmogelijkheid voor restauratie met € 10 miljoen opgehoogd. Deze maatregelen zijn specifiek bedoeld voor monumenten die binnen het huidige financieringssysteem vaak buiten de boot vallen vanwege de complexiteit, lange duur en het maatwerk dat deze restauraties vereisen.

Voor het doorlopend onderhoud van niet-woonhuis rijksmonumenten wordt de Subsidieregeling instandhouding monumenten (SIM) structureel verhoogd met € 15,8 miljoen per jaar, waardoor het totaalbedrag op € 103 miljoen per jaar komt. Hiermee kunnen meer monumenten worden onderhouden en wordt de huidige overvraag naar verwachting in 2027 of 2028 weggewerkt. Van deze verhoging is € 5 miljoen specifiek bestemd voor grote kerkgebouwen. Ook molens krijgen extra aandacht: het maximale subsidiebedrag voor molenonderhoud stijgt van € 72.500 naar € 95.000 om de snellere slijtage door bewegende delen te compenseren.

Naast deze maatregelen wordt de Duurzame Monumentenlening (DML+) met € 50 miljoen opgehoogd, in samenwerking met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het programma Toekomst Religieus Erfgoed wordt met vier jaar verlengd, en zowel het Molenfonds als het Boerderijenfonds ontvangen een incidentele subsidie van € 2,5 miljoen. Deze investeringen onderstrepen het belang van planmatig onderhoud om dure restauraties en onherstelbaar verval te voorkomen, en bieden monumenteneigenaren meer mogelijkheden om hun cultureel erfgoed in stand te houden.

SIDN fonds heeft samen met de Limelight Foundation en het Gieskes-Strijbis Fonds de call ‘Van liken naar luisteren’ geopend. Deze subsidieregeling is toegankelijk voor alle rechtspersonen die projecten willen ontwikkelen die werken aan vertrouwen in het digitale tijdperk. Het doel is om bij te dragen aan een beter online debat door alternatieve sociale media te versterken, schadelijke algoritmes aan te pakken of juist algoritmes te ontwikkelen die mensen online verbinden.

De subsidie richt zich op opschalingsprojecten binnen twee specifieke sporen. Het eerste spoor behelst het versterken van internet-alternatieven voor een gezond publiek debat, waarbij projecten bijdragen aan de groei en verduurzaming van decentrale alternatieve sociale platformen die schadelijke polariserende mechanismes actief tegengaan. Het tweede spoor omvat projecten die de werking van algoritmes in dominante sociale platformen blootleggen en transparanter maken, of die alternatieve toepassingen ontwikkelen welke tegenstellingen helpen overbruggen.

Per project is maximaal € 125.000 ondersteuning beschikbaar voor opschalingsprojecten die passen binnen deze twee thematische sporen. De subsidie is onderdeel van SIDN fonds’ missie om bij te dragen aan een sterk internet voor iedereen door te investeren in projecten met maatschappelijke meerwaarde die bijdragen aan een sterker internet of empowerment van gebruikers.

Organisaties kunnen hun voorstellen indienen tot 10 september 2025 om 13:00 uur. De call biedt een kans voor innovatieve projecten die een vernieuwende bijdrage willen leveren aan het verbeteren van online interactie en het tegengaan van digitale polarisatie.

De zevende ronde van de Woningbouwimpuls opent half september 2025, met een aanvraagdeadline begin oktober 2025. Voor deze nieuwe ronde is een budget van € 160 miljoen beschikbaar gesteld om het woningtekort in Nederland aan te pakken. De regeling richt zich specifiek op het stimuleren van de bouw van betaalbare woningen voor starters en mensen met een laag of middeninkomen.

Gemeenten kunnen individueel of in samenwerking met andere gemeenten een aanvraag indienen, met een maximum van drie projectaanvragen per gemeente. Om in aanmerking te komen voor deze specifieke uitkering moet een project aan diverse voorwaarden voldoen: het moet gaan om minimaal 200 woningen in een afgebakend projectgebied, waarvan minimaal 50% betaalbare woningen. Deze betaalbare woningen omvatten sociale huurwoningen, huurwoningen voor middeninkomens en koopwoningen met een verkoopprijs tot en met € 405.000. Daarnaast moet het project een aantoonbaar publiek financieel tekort hebben, waarbij de Woningbouwimpuls maximaal 50% van dit tekort dekt.

De toekenning van de subsidie gebeurt niet op basis van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’, maar op basis van kwaliteit. Een onafhankelijke toetsingscommissie beoordeelt alle aanvragen en adviseert de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, die de uiteindelijke beslissing neemt. Binnen 13 weken na sluiting van het aanvraagloket, naar verwachting eind 2025, ontvangen gemeenten bericht over de uitkomst van hun aanvraag.

De Woningbouwimpuls heeft al aanzienlijke resultaten opgeleverd. In 2024 ontvingen 57 gemeenten en 2 regio’s € 301 miljoen voor de bouw van 48.509 woningen, waarvan 73% betaalbare woningen. In de eerdere rondes samen is € 1,084 miljard toegekend voor de bouw van 184.367 woningen.

Geïnteresseerde gemeenten kunnen binnenkort deelnemen aan zogenaamde impulskamers, waar zij gedurende één uur met een expert kunnen spreken over hun specifieke vragen en projecten.