Naar de inhoud

Het ministerie van Financiën heeft het Innovatieboxbesluit 2025 bekendgemaakt, een actualisering van het Innovatieboxbesluit 2021 met nieuwe vragen en antwoorden voor meer duidelijkheid over de toepassing. De Innovatiebox stelt ondernemers in staat om winsten uit innovatieve activiteiten tegen het verlaagde tarief van 9% te belasten in plaats van het reguliere vennootschapsbelastingtarief. Deze regeling is beschikbaar voor ondernemers die belastingplichtig zijn onder de Wet op de vennootschapsbelasting (bv of nv).

De actualisering voegt verschillende nieuwe vragen en antwoorden toe op gebieden zoals immateriële activa, contract-R&D tussen niet-gelieerde partijen, het netto-omzetcriterium na overname, en overgangen tussen kleinere en grotere belastingplichtigen. Daarnaast zijn bestaande onderdelen aangevuld ter verduidelijking, waaronder passages over procestechnologisch niveau, R&D-niveau en voordeelbepaling bij meerdere kwalificerende immateriële activa.

Het doel van de Innovatiebox blijft het fiscaal stimuleren van innovatief onderzoek door ondernemers. Door winsten uit bepaalde innovatieve activiteiten in een speciale tariefbox onder te brengen, kunnen bedrijven aanzienlijk besparen op hun belastingdruk en meer middelen vrijmaken voor verdere innovatie-investeringen.

De actualisering beoogt geen inhoudelijke wijzigingen aan de regeling zelf, maar biedt wel meer helderheid over de praktische toepassing ervan, wat de toegankelijkheid voor ondernemers vergroot.

ZonMw heeft een nieuwe subsidieoproep gelanceerd binnen het Actieprogramma Grip op Onbegrip . Deze oproep, getiteld ‘Praktijkgericht onderzoek onbegrepen gedrag’, stelt € 3 miljoen beschikbaar voor onderzoek naar effectieve interventies en werkwijzen voor mensen die onbegrepen gedrag vertonen. Gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen in de multidisciplinaire samenwerkingsverbanden die voor dit onderzoek worden gevraagd.

De subsidie richt zich op twee hoofdlijnen: effectieve interventies ter ondersteuning van individuen (ook binnen de ketenveldnorm) en effectieve werkwijzen in organisatie en samenwerking. Per project is maximaal € 250.000 beschikbaar met een looptijd van maximaal 20 maanden. ZonMw benadrukt het belang van multidisciplinaire samenwerking, waarbij expertise over praktijk, onderzoek en ervaringskennis moet worden gecombineerd.

Voor gemeenten biedt deze oproep een kans om samen met zorginstellingen, verzekeraars, onderwijs, werkgevers en andere relevante partijen nieuwe kennis te ontwikkelen die lokaal, regionaal en landelijk kan worden toegepast om de zorg en ondersteuning te verbeteren. Het onderzoek moet zich richten op nieuwe manieren van denken, leiden en organiseren om beter om te gaan met het complexe vraagstuk van onbegrepen gedrag.

Geïnteresseerden kunnen tot 30 september 2025 een vooraanmelding indienen via MijnZonMw, waarna uitgewerkte subsidieaanvragen uiterlijk 6 november 2025 moeten worden ingediend. Dit is een uitgelezen kans voor gemeenten om bij te dragen aan betere ondersteuning voor een kwetsbare doelgroep.

De tweede oproep voor additionele CO2-reductie middels elektrificatie is van start gegaan van 18 augustus tot 12 september 2025. Deze oproep roept industriële ondernemingen op om concrete voorstellen in te dienen voor een snellere en ambitieuzere reductie van broeikasgasemissies door elektrificatie van productieprocessen. De subsidieregeling richt zich op substantiële vermindering van rechtstreekse CO2-emissies van industriële installaties die momenteel fossiele brandstoffen gebruiken als energiebron of grondstof.

Voor deze tweede oproep is € 75 miljoen beschikbaar. Tegelijkertijd zijn er twee belangrijke wijzigingen doorgevoerd in het regeling zelf. Het totaal beschikbare budget is fors verlaagd van € 750 miljoen naar € 529 miljoen. Daarnaast is het ambitieniveau naar beneden bijgesteld: projecten moeten nu leiden tot minimaal 0,05 megaton additionele CO2-reductie vóór 1 januari 2030, waar dit eerder 0,1 megaton was.

Na beoordeling krijgen aanvragers bericht of hun voorstel voldoet aan de voorwaarden en op welke plaats het eindigt in de rangschikking. Afhankelijk van deze positie ontvangen zij een uitnodiging voor het indienen van een formele subsidieaanvraag.

Uitgenodigde aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk op 17 oktober 2025 indienen bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Ondanks de aanpassingen blijft het raamwerk een belangrijke kans voor industriële ondernemingen om hun elektrificatieplannen te versnellen.

Vanaf 2025 komt er extra financiering beschikbaar gekomen voor de grensinfopunten. Deze loketten, waarvan er momenteel 110 verspreid zijn over alle grensprovincies, bieden essentiële informatie aan mensen die over de grens willen werken, wonen, studeren of ondernemen.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt jaarlijks € 615.058 extra vrij voor deze dienstverlening. Inclusief de al bestaande financiering betekent dit dat SZW vanaf 2025 in totaal € 1.558.808 bijdraagt aan de grensinfopunten, wat neerkomt op 50% van de totale kosten. De andere helft wordt gefinancierd door regionale partijen, waaronder provincies, gemeenten en arbeidsmarktregio’s.

Deze verhoogde investering onderstreept het belang van goede informatievoorziening in de grensregio’s, waar dagelijks duizenden mensen te maken hebben met grensoverschrijdende vraagstukken. Voor gemeenten in de grensregio’s biedt deze extra financiering kansen om de dienstverlening aan hun inwoners te verbeteren en grensoverschrijdende mobiliteit te faciliteren. De grensinfopunten spelen een cruciale rol in het wegnemen van barrières die mensen ervaren wanneer ze over de grens actief willen zijn.

De Subsidieregeling flexibel elektriciteitsverbruik (Flex-e) is aangepast met de toevoeging van budgetflexibiliteit en een verruiming van de doelgroep. De regeling staat van 1 april tot 15 oktober 2025 open en heeft als doel het beschikbare flexibele vermogen van grootverbruikers te vergroten om de effecten van netcongestie voor afname te verminderen. Het gevonden flexibele vermogen kan worden ingezet voor congestiemanagement of om groei en verduurzaming van grootverbruikers in congestiegebieden mogelijk te maken.

Onder de regeling kunnen drie verschillende onderdelen worden gesubsidieerd: een flexibiliteitsscan die maatwerkadvies geeft over realistische flexibiliteitsmaatregelen, een haalbaarheidsstudie voor flexibiliteitsmaatregelen om financiële en technische haalbaarheid te bepalen, en investeringen waarmee het elektriciteitsverbruik wordt geflexibiliseerd. Het totale budget is verdeeld over deze onderdelen door middel van drie deelplafonds.

De belangrijkste wijzigingen betreffen de introductie van budgetflex, waardoor onbenut budget van flexibiliteitsscans kan worden ingezet voor haalbaarheidsstudies en investeringen. Deze aanpassing geldt met terugwerkende kracht vanaf de opening van de regeling in 2025. Daarnaast is de doelgroep verruimd door de eis voor aansluiting op midden- of hoogspanning te laten vervallen.

Door deze verruiming komen nu ook partijen met een aansluiting van 100 kW of meer op laagspanning in aanmerking voor subsidie, wat de toegankelijkheid van de regeling aanzienlijk vergroot voor een bredere groep grootverbruikers.

De regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2025 is gepubliceerd en treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2025. Deze regeling heeft als doel de uitstroom van vergunninghouders uit de asielopvang te bevorderen, waardoor de druk op de opvanglocaties van het COA vermindert en vergunninghouders sneller kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving.

Gemeenten worden met deze regeling financieel ondersteund bij het bieden van tijdelijke huisvesting aan personen die een verblijfsvergunning hebben gekregen. In 2025 kunnen via deze regeling maximaal 10.000 vergunninghouders worden uitgeplaatst, wat een bijdrage kan leveren aan het verlichten van de druk op het asielopvangsysteem.

Voor elke vergunninghouder die een gemeente tijdelijk onderdak of onzelfstandige woonruimte biedt, ontvangt de gemeente een eenmalig bedrag. Dit bedrag is bedoeld voor de initiële kosten van huisvesting, begeleiding en indien nodig maaltijden, plus een stimuleringsbijdrage die gemeenten naar eigen inzicht kunnen inzetten. Denk hierbij aan het geschikt maken van tijdelijk onderdak voor bewoning of het aanpassen van een woning voor woningdelen.

De financiële vergoeding bedraagt € 30.000 per vergunninghouder. Indien gemeenten tijdelijk onderdak verstrekken in huisvesting die niet bestemd of geschikt is voor permanente bewoning, zoals een hotel, wordt dit bedrag verhoogd naar € 38.000. Deze hogere vergoeding geldt voor situaties waarin gemeenten nog geen permanente huisvesting hebben gerealiseerd of wanneer permanente huisvesting niet binnen afzienbare tijd beschikbaar is.

Gemeenten die gebruik willen maken van deze regeling, dienen een melding in te dienen bij het COA. Deze regeling biedt gemeenten een concrete mogelijkheid om bij te dragen aan de oplossing van de opvangproblematiek, terwijl ze tegelijkertijd financiële ondersteuning ontvangen voor de kosten die hiermee gepaard gaan.

Het subsidieplafond voor het Subsidieprogramma Support International Business (SIB) is voor 2025 verhoogd van € 3 miljoen naar € 4 miljoen. Met deze budgetverhoging van € 1 miljoen kunnen dit jaar nog circa 500 extra mkb-ondernemingen worden ondersteund bij het zakendoen over de grens. Het programma bevordert internationaal ondernemen door subsidies beschikbaar te stellen voor internationalisering van Nederlandse mkb-bedrijven.

Mkb-ondernemingen kunnen subsidie aanvragen voor diverse internationale activiteiten, waaronder deelname aan handelsmissies of collectieve beursinzendingen in het buitenland, zelfstandige deelname aan buitenlandse vakbeurzen, deskundige hulp bij marktentree, coaching en het verwerven van specifieke kennis en vaardigheden voor internationale expansie. Het programma ondersteunt zowel fysieke als digitale activiteiten, waardoor bedrijven flexibel kunnen kiezen hoe zij hun internationale ambities willen realiseren.

De SIB-subsidies voor individuele ondernemingen variëren tussen € 1.000 en € 2.500 per activiteit, met een jaarlijks maximum van € 6.500 per onderneming. Door de budgetverhoging ontstaan er meer mogelijkheden voor mkb-bedrijven om gebruik te maken van deze ondersteuning bij hun internationale groeiplannen.

De vierde openstellingsronde van het programma voor 2025 biedt mkb-ondernemingen de kans om hun internationale activiteiten financieel te ondersteunen en hun marktpositie in het buitenland te versterken.

𝗪𝗮𝗮𝗿𝗼𝗺 𝗱𝗲 𝗪𝗕𝗦𝗢 𝗱𝗶𝘁 𝗷𝗮𝗮𝗿 𝗲𝘅𝘁𝗿𝗮 𝗮𝗮𝗻𝘁𝗿𝗲𝗸𝗸𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸 𝗶𝘀

Nederlandse bedrijven profiteren volop van de verbeterde WBSO-voorwaarden dit jaar. Met nog vier maanden te gaan, is er volop gelegenheid om je R&D-projecten fiscaal voordelig af te ronden. Toch laten veel ondernemers deze kans nog steeds liggen. De overheid heeft het WBSO-budget met € 100 miljoen verhoogd en de voorwaarden flink verbeterd. Dit betekent concreet meer voordeel uit je R&D-investeringen.

Voor startups en technostarters:

  • 50% fiscaal voordeel over de eerste €380.000 aan R&D-kosten
  • Aanzienlijke kostenverlaging voor innovatieve projecten

Voor gevestigde bedrijven:

  • 36% voordeel over de eerste € 380.000 (eerder 32%)
  • 16% voordeel over alle kosten daarboven
  • Ruimere eerste schijf van €380.000 in plaats van € 350.000

Deze verbeteringen maken R&D-projecten financieel aantrekkelijker en geven meer ruimte om te innoveren.

Van idee tot marktintroductie

De WBSO ondersteunt een breed scala aan innovatieve activiteiten:

  • Nieuwe productontwikkeling: van medische apparatuur tot consumentenelektronica
  • Innovatieve productieprocessen: duurzamere fabricagemethoden en automatisering
  • Softwareontwikkeling: unieke applicaties en substantiële verbeteringen
  • Technische knelpunten oplossen: energiebesparende technologieën, data-analyse en nieuwe materialen

Het gaat om projecten die voor jouw bedrijf technisch nieuw zijn en systematisch worden aangepakt. Zodra het werkingsprincipe is aangetoond, eindigt de WBSO-periode .

Praktijkvoorbeeld: wat levert het op?
Stel je voor: je bedrijf heeft € 400.000 aan R&D-kosten. Als regulier bedrijf krijg je € 140.000 WBSO-voordeel, als technostarter zelfs € 193.200. Dit betekent dat een groot deel van je innovatie-investeringen wordt gecompenseerd.

De WBSO biedt meer dan fiscaal voordeel. Het helpt je om:

  • Concurrentiekracht te versterken door nieuwe producten en diensten
  • Samenwerking met kennisinstellingen te stimuleren
  • Risico’s van innovatieprojecten te verlagen
  • Groei te financieren zonder externe investeerders
  • Voor internationale bedrijven toont WBSO-gebruik bovendien aan dat je investeert in de Nederlandse kenniseconomie.

Nog tijd om te profiteren
Augustus biedt een uitstekend moment om je WBSO-strategie voor de rest van het jaar te evalueren. Je kunt nog steeds updates indienen voor nieuwe projecten of wijzigingen doorvoeren .
Bovendien kun je de resterende maanden optimaal benutten voor R&D-activiteiten die onder de verbeterde voorwaarden vallen.

Fullservice begeleiding: ontzorging van A tot Z
Bij Ignite Group nemen we het complete WBSO-traject uit je handen .
Van het beoordelen of projecten in aanmerking komen tot het verzorgen van eindverantwoording. We fungeren als contactpersoon richting RVO, richten de projectadministratie in en bereiden je voor op eventuele controles.

Door onze jarenlange ervaring weten we precies hoe we jouw R&D-projecten optimaal kunnen positioneren. Dit vergroot de slaagkans en maximaliseert het fiscale voordeel.

Pak je kans voor de rest van 2025
Er zijn nog vier maanden om optimaal te profiteren van de verbeterde WBSO-voorwaarden. Of je nu werkt aan nieuwe producten, processen of software, dit jaar biedt uitstekende fiscale ondersteuning voor je innovatieplannen.

Wil je weten hoe je de resterende maanden van 2025 optimaal kunt benutten met WBSO-ondersteuning? Plan een persoonlijk gesprek in waarin we je lopende en geplande projecten doorlopen. Zo kun je nog dit jaar maximaal profiteren van de verbeterde voorwaarden.

Ignite Group begeleidt al meer dan 25 jaar bedrijven bij het optimaal benutten van subsidiekansen. Van startup tot multinational, wij zorgen dat je innovatie vooruitgang mogelijk maakt.

De Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI) biedt ondersteuning aan grootschalige industriële verduurzamingsprojecten. Deze subsidieregeling is toegankelijk voor commerciële organisaties die materiële goederen produceren waarbij grondstoffen worden verwerkt met een hoge graad van mechanisering en automatisering, bedrijven die afvalwater inzamelen en behandelen, of organisaties die zich bezighouden met terugwinning uit afval. Het doel is het reduceren van CO2- en andere broeikasgasemissies in industriële productieprocessen en productketens.

Subsidie kan worden aangevraagd voor NIKI-projecten die binnen tien jaar na ingebruikname leiden tot een CO2-emissiereductie van minimaal 100.000 ton CO2 ten opzichte van het referentieproduct. De projecten moeten passen binnen twee hoofdcategorieën: directe besparing van CO2-emissies in het productieproces (met thema’s grootschalige proces-efficiëntie, elektrificatie en waterstof) of het vervangen van primaire fossiele koolstof in de productketen. Bij de laatste categorie worden vooral projecten op het gebied van biogrondstoffen en chemische recycling verwacht.

De subsidie voor een NIKI-project bedraagt minimaal € 30 miljoen per project, wat deze regeling positioneert als een van de grootste industriële klimaatsubsidies in Nederland. Het totale subsidieplafond bedraagt € 211 miljoen en wordt verdeeld op basis van rangschikking, waarbij projecten met de laagste subsidie-intensiteit voorrang krijgen. Alleen bij een restbudget van minder dan € 30 miljoen kan de subsidie voor een project lager uitvallen.

Aanvragen kunnen van 1 september tot en met 30 september 2025 worden ingediend. De beperkte aanvraagperiode van één maand maakt tijdige voorbereiding essentieel voor bedrijven die gebruik willen maken van deze substantiële ondersteuning voor industriële klimaatprojecten.

Er is een internetconsultatie gestart voor de nieuwe Regeling Realisatiestimulans. Deze regeling stelt circa € 2,5 miljard beschikbaar om gemeenten in heel Nederland te ondersteunen bij het realiseren van meer betaalbare woningen, met minimale administratieve lasten. De consultatie biedt gemeenten de kans om tot 5 september 2025 te reageren op de concept-wettekst.

De Realisatiestimulans beloont gemeenten voor elke betaalbare woning waarvan de bouw start in de periode 2025 tot en met 2029. Het gaat hierbij om sociale huurwoningen, woningen voor middenhuur en betaalbare koopwoningen. Van het totaalbudget is ongeveer € 1,5 miljard gereserveerd voor de basisbijdrage, die € 7.000 (exclusief btw) per betaalbare woning bedraagt. Deze directe financiële prikkel maakt het voor gemeenten aantrekkelijker om betaalbare woningbouwprojecten te realiseren.

Naast de basisbijdrage bevat de regeling extra ondersteuning voor specifieke bouwopgaven in de vorm van opslagen. Deze zijn bedoeld voor woningbouw in kwetsbare gebieden, zorggeschikte- en geclusterde woningen, en ambtelijke capaciteit bij medeoverheden. In het eerste uitkeringsjaar worden alleen de opslagen voor woningbouw in de negentien gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) uitgekeerd. Voor de overige opgaven bestaan in 2025 nog andere regelingen. In latere jaren kunnen mogelijk opslagen worden toegevoegd voor vergelijkbare doeleinden.

De aanvraagprocedure is bewust eenvoudig gehouden: gemeenten kunnen jaarlijks uiterlijk op 15 juli via de jaarlijkse SiSa-verantwoording (Single info, Single audit) hun aanvraag indienen bij het ministerie. Deze laagdrempelige aanpak sluit aan bij het doel van de regeling om administratieve lasten te minimaliseren en gemeenten maximaal te ondersteunen bij het versnellen van de woningbouw. Met deze regeling krijgen gemeenten een krachtig instrument in handen om de woningbouwopgave te versnellen en meer betaalbare woningen te realiseren voor hun inwoners.